quote:
fjord schreef op 16 december 2005 om 23:21:[...]
Ik heb dat altijd een zeer heftige en confronterende uitspraak gevonden, waarvan ik me nauwelijks kan voorstellen dat die op deze wijze door Jezus gedaan is.
De oproep tot onthechting die in deze uitspraak wordt gedaan, staat diametraal tegenover de onthechting waar het boeddhisme op doelt. Wie haat is namelijk niet onthecht, integendeel.
En jij niet alleen blijkbaar. Het opmerkelijke is dat de meeste vertalingen die dicht bij de grondtekst proberen te blijven blijkbaar de term "haten" toch de meest juiste vinden. De Statenvertaling, SV77, NBG51, GNB96, de Willibrord '78, de Naardense, de Canisius, allemaal vertalen ze met "haten". De Nova Vulgata, ook nogal dicht bij de grondtekst, gebruikt "odit", wat eveneens "haat" (van het werkwoord haten) betekent. De enige vertalingen die ik tegenkwam die moeite hebben met dat woord, zijn vertalingen die redelijk berucht zijn om hun politiek-correcte taalgebruik: de Willibrord '95 en de NBV.
Zeker zo interessant is wat de toelichtingen zeggen, en wat de NBV er zelf maar van maakt. Zowel de SV die ik er op heb nageslagen, als de Willibrord '78 geven ter toelichting aan dat het niet zozeer gaat om de emotie "haat", als wel om de eis Christus te stellen boven de ouders, etc. De NBV vertaalt echter met "breken", en is in zijn uitwerking daarmee concreter en harder, deze stelt immers dat Jezus eist dat men zo'n beetje met alles en iedereen breekt, terwijl de "haat" vertaling niet zonder meer tot actie noopt.
Het lijkt me overigens een terechte conclusie dat Jezus hier iets anders zegt dan wat het Boeddhisme leert. Jezus was dan ook geen Boeddhistisch leraar. Hij leert geen totale onthechting van het leven, Hij deelt niet de lichaamsvijandigheid van de gnostiek en evenmin de levensvijandigheid van het Boeddhisme. Zei ik daar levensvijandigheid? Excuseer, levensangst is wellicht een betere term. De eerste edele waarheid leert ons immers dat alles lijden is. De tweede leert ons dat dit lijden komt uit drie type verlangens, waarvan er twee gezamelijk het gehele menselijke bestaan omvatten: het verlangen naar bestaan en het verlangen naar niet bestaan. Kortom, om een eerdere bijdrage te citeren: je bent hoe dan ook de sjaak.
Jezus, door wie en in wie alles geschapen is, kan moeilijk iets leren dat zelfs maar in de richting van deze levensangst gaat. Hij leert ook niet iets dat uit gaat van de extreem speculatieve notie als zou de mens, als gevolg van zijn verlangens, wedergeboren worden. Het hele concept van wedergeboorte kan Hij wat moeilijk leren, aangezien het uit gaat van de in onze streken vooral door de gnostiek gebrachte idee dat de mens een geest IS, opgelsoten in een lichaam, of als je het positief wil zien, die een lichaam BEZIT. Maar het christendom leert, daarin inmiddels overigens aardig genoeg volstrekt ondersteund door de natuurwetenschappen, dat de mens diens lichaam IS. (en tevens diens geest en/of ziel, en daar zijn de natuurwetenschappen al snel iets lastiger in

) Het materiele is niet de gevangenis voor een soort hogere, geestelijke werkelijkheid in de christelijke filosofie, de schepping geen hel of zelfs leerschool, maar de tuin, de gift van de Schepper aan de mens (die de mens vervolgens aardig verkloot heeft, dat dan weer wel). Niet voor niets is voor christenen hun hoop in een verrezen Heer, niet voor niets belijden vrijwel alle christelijke denominaties "expecto resurrectionem mortuorum", de opstanding der doden.
Je kan de oproep van Jezus schokkend vinden, en dat lijkt me persoonlijk volkomen terecht, maar dat Jezus iets totaal anders leert dan het Boeddhisme, lijkt me een open deur. Beiden zijn volstrekt onverenigbaar.