quote:
Liedje schreef op 27 november 2005 om 17:04:Wordt er dan daadwerkelijk de plaats "hel" bedoeld? Of is het zo dat hel betekent: plaats zonder God en dat Christus zonder God was, zeg maar die drie uur duisternis.
Zoals P& A ook zeggen, de hel is leeg, is de hel er nu al?
Dat dacht ik toch wel. En die plaats is oorspronkelijk ook voor de duivel en zijn engelen bereid.
Mat 25,41
Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is.
En ongelovigen moeten eerst nog wachten op het laatste oordeel voor de witte troon:
OP 20
12 En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken. 13 En de zee gaf de doden, die in haar waren,
en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken. 14 En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs. 15 En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.
Je leest hier dat de doden in de zee waren maar ook het dodenrijk, de doden die daar waren, kwamen voor de troon. Als ze niet geschreven waren in het boek des levens is de tweede dood of de poel des vuurs, de plek waar ze naartoe gaan.
Aan het eind pas dus, en nu nog niet. Het hoofdstuk daarvoor is het beest en de valse profeet er al ingekomen, en een paar verzen hiervoor de duivel.
Ergens anders staat dat Jezus nedergedaalt is en krijgsgevangenen meegenomen heeft toen Hij opgevaren is naar de hoge (Ef.4:

: de gestorven gelovigen heeft Hij meegenomen naar het paradijs; ze waren tot Jezus dood ook in het dodenrijk, maar in een andere afdeling ervan dan de ongelovigen. Ze waren pas toen Jezus stierf rechtmatig bevrijd. Voor die tijd had Jezus de dood nog niet overwonnen, en verbleven de gestorven gelovigen nog in het dodenrijk.
Vergelijk de geschiedenis van de rijke man en de arme Lazerus:
Matt 16
22 Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot. 23 Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot. 24 En hij riep en zeide: Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus, opdat hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn in deze vlam. 25 Maar Abraham zeide: Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn. 26 En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die vanhier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen.