quote:
JTP schreef op 28 november 2005 om 17:24: 6 Het pleit echter voor u dat u net als ik de praktijken van de Nikolaïeten verafschuwt. 15 Zo is het ook bij u: sommigen houden op dezelfde manier vast aan de leer van de Nikolaïeten. Wie weet wat dit inhoud? Wat is de leer en de praktijken van de Nikolaieten? Bestaat het nog?
Ik heb ook nog iets gevonden over de Nicolaieten...
quote:
Op. 2: 6
6 Doch dit hebt gij, dat gij de werken der Nikolaïeten haat, welke ook Ik haat.
Onder de Nicolaieten zou je op grond van de naam kunnen verstaan:
de overwinnaars van het volk - het laatste gedeelte van de naam Nico
laüs is het woord 'leken' van afgeleid.
Je zou dus ook kunnen zeggen:
overwinnaars van de leken.
De werken der Nicolaieten zou je kunnen zien als het begin van een onderscheid binnen het volk van God tussen 'geestelijken' en 'leken'. Dit onderscheid is in de bijbel niet te vinden m.b.t. de gemeente van Christus in het NT.
Als in de gemeenten je pretendeert boven anderen te staan, klopt er iets niet.
Eén is uw Meester en gij zijt allen broeders. Oftewel: wij zijn allen tot priesters voor God gemaakt en er is geen onderscheid. I.t.t. het OT waar er een bepaalde stam verkozen was die de dienst voor God mochten verrichten. Levieten, en priesters kwamen uit het huis van Aaron.
Deze Nicolaiten waren geen overwinnaars over de gevaren die Efeze bedreigden, maar overwinnaars over het volk - mensen die heersten over het volk van God alsof ze apostelen waren.
Vergl. Op 2 vers 2:
2 Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden;De gelovigen in Efeze hadden de valse apostelen ontmaskerd. Hier haatten zij nog degenen die deze werken hadden.
Vergl. ook:
Hand. 20: 29:
29 Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet zullen sparen;
3 Joh : 9
9 Ik heb aan de gemeente een en ander geschreven; maar Diotrefes, die onder hen de eerste tracht te zijn, ontvangt ons niet.
1 Petr. 5: 3
( 2 hoedt de kudde Gods, die bij u is,)...
3 niet als heerschappij voerend over hetgeen u ten deel gevallen is, maar als voorbeelden der kudde.
quote:
Op 2:
15 Zo hebt ook gij sommigen, die op gelijke wijze aan de leer der Nikolaïeten vasthouden.
Hier in Pegamum waren het niet alleen de
werken van de Nicolaieten: het zich verheffen van sommige gelovigen boven anderen, maar was het een officiele
leer geworden.
Als je de 7 zendbrieven aan de gemeenten Asia ook beschouwt als een profetische kenschets van de kerkgeschiedenis (zoals ik dat ook zie) kun je zien dat in de eerste gemeente - de vroegste kerk zeg maar, er nog geen 'klassen' waren in de gemeente.
In de gemeente van Pergamum 9de derde in volorde), werd de
leer der Nicolaiten al gevonden.
Deze gemeente zou je kunnen zien als model staande voor de tijd van de kerk die staatsgodsdienst werd, ten tijde van Constantijn de Grote.
De verdrukking was achter de rug (vervolgingen onder de romeinse keizers: Sardes) en er was bloei en het was voordelig om christen te zijn in die tijd.
De leer van Bileam: hij kon het volk niet vervloeken en spande 'een strik': het vermengen van de christenen met de heidenen zoals staat in Numeri 31: 16; waarheid vermengen met leugen, goed vermengen met kwaad - afgoderij en geestelijke hoererij.
de leer der Nicolaiten: de overheersing van een klasse priesters, geestelijken over de leken was hier tot een leer verheven. Zij namen de positie in van middelaars tussen God en mensen om bijvoorbeeld vergeving te kunnen ontvangen.
Al in de
tweede eeuw werden de bisschoppen (verbastering van het Griekse woord 'opziener') boven de priester (verbastering van het Griekse woord voor 'oudste') gesteld.
Volgens Ignatius moesten de bisschoppen als God zelf vereerd worden en mocht niets in de gemeenten gedaan worden zonder hun toestemming.
In de
derde eeuw werd de Romeinse bisschop Cyprianus voor het eerst
papa (=vader) genoemd; van dit woord is ons woord paus afgeleid. Leo I beweerde dat de bisschop van Rome de opvolger van Petrus was.
In de
vierde eeuw werden de bisschoppen van de belangrijkste steden, metropolieten en aartsbisschoppen genoemd.
In de
vijfde eeuw werd de bisschop van Rome door keizer Valentinianus III tot opperhoofd van de westerse kerk uitgeroepen.