quote:
P. Strootman schreef op 14 december 2005 om 12:23:Titaan,
Je schreef:
In Matt.22:41-46, wijst Jezus de Farizeën er op dat Davids Zoon ook Davids Heere is en dus zelf God is. Want David zegt inde 110e psalm: “De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: zit aan Mijn rechterhand” (vs.1). Hierop komt alles aan op het tweetal woorden ‘Mijn Heere’ of liever op het ene woord “mijn”. En dat bezittelijke voornaamwoord ‘Mijn’ wordt in het Hebreeuws uitgedrukt door één letter, namelijk de jod, zodat de klem van Jezus betoog hangt aan die ene letter. Zo nauw neemt Jezus de autoriteit van het OT, en zo nauw luistert voor Hem het gezag van deze uitspraken van de Schrift.
------------------------------------------------------------------------------------------------------
Jezus vroeg aan de Farizeeen:'Wat dunkt u van de Christus.? Wiens Zoon is Hij?'
Toen zij Hem antwoordden:'Davids zoon', wees Hij dit antwoord van de hand, door te stellen: 'Hoe kan David Hem dan door de Geest zijn Here noemen, als hij zegt; De Here heeft gezegd tot mijn Here...'
David noemde de Christus dus Here, dat is de Zoon van God.
Jezus
vroeg aan de Farizeeën:
'Wat dunkt u van de Christus? Wiens Zoon is Hij?', dus betreffende de Christus, de Messias die aan de vaderen beloofd is, Wiens Zoon verwacht Gij dat Hij is ?
Het
antwoord konden de Farizeeën makkelijk geven namelijk:
“
Davids zoon”.
Want zij waren op de hoogte van de Schrift waarin o.a. in psalm 89:35,36 staat:
- “
Ik heb eens gezworen bij Mijn Heiligheid: Zo Ik aan David Liege ! Zijn Zaad zal in der eeuwigheid zijn”
- en in Jes.11:1 “
Want er zal een rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï, en een Scheut uit zijn wortelen zal vrucht voortbrengen.”
[ter vergelijk:
- Hand. 13:22 “
Ik heb gevonden David, de zoon van Isaï, . . . Van het zaad dezes heeft God Israël, naar de belofte, verwekt den zaligmaker Jezus.”
- Openb. 22:16 “
Ik [Jezus]
ben de Wortel en het geslacht van David”
- Matt.1:1 "
Het boek des geslacht van Jezus Christus de zoon van David de zoon van Abraham"
]
Jezus antwoordt dan: "
Indien Christus Davids Zoon is, hoe noemt Hem dan David in de Geest zijn Heere ?"
Zijn bedoeling hiermee was niet de Farizeen te verstrikken zoals zij Hem wilden doen, maar om hen te onderwijzen in een waarheid die zij niet graag wilden geloven – namelijk dat de verwachte Messias God is.
P. Strootman, Jij noemde: “
wees Hij [Jezus]
dit antwoord van de hand”.
Dit is een onnauwkeurige uitleg (er staat nl. niet dat Jezus het zondermeer afwees).
Waar het om gaat is
dit:
Indien hij alleen een zoon Davids is, dat is niets meer dan een mens uit David is, hoe noemt David hem dan zijn Heere terwijl David toch een souverein koning was en geen heer boven zich erkende dan God alleen.
Dus behalve dat Jezus mens is, is Hij ook God.
En terug
on-topic; in het kader van dit onderwerp is de
conclusie van deze tekst:
Dat het aankomt op het tweetal woorden ‘Mijn Heere’ of liever op het ene woord “mijn”. En dat bezittelijke voornaamwoord ‘Mijn’ wordt in het Hebreeuws uitgedrukt door één letter, namelijk de jod, zodat de klem van Jezus betoog hangt aan die ene letter.
Zo nauw neemt Jezus de autoriteit van het OT, en zo nauw luistert voor Hem het gezag van deze uitspraken van de Schrift.