“Er zit een mol in de tuin”, roept mijn vrouw met een ietwat paniekerige ondertoon in haar stem. En inderdaad, drie mooie zwarte hoopjes verrijzen uit ons gazon. Dat is nou ook vervelend, net nu het een mooi biljartlaken is, komt die stomme eindtijdmol hier zitten wroeten. Nou weet ik niets af van mollen, laat staan hoe ze te verjagen,maar creatief ben ik wel. Het duurde dan ook niet lang, voordat ik een tuinslang in de molshoop perste. “Zo dat zal hem leren”,roep ik mijn vrouw toe.
“Zet de kraan nu maar open.” Vreemd genoeg schuift de tuinslang steeds verder in de molshoop. “Tjonge, wat gaan die mollen diep zeg,” mompel ik tegen mijn vrouw. Laat ik de kraan maar een goed half uur laten lopen, dan is die mol wel vertrokken,denk ik. Na een half uur besluit ik om even poolshoogte te gaan nemen. Bij de hoop aangekomen schrik ik me stijf. Wat blijkt: de tuinslang is op de een of andere manier ergens bij de buren uitgekomen. Hij spuit als een geiser in het midden van hun aardbeienveldje omhoog. De planten zelf staan door deze overvloed van water in een soort moeras.
In de verte zie ik zelfs al eenden aan komen tuffen, die met veel gesnater de nieuwe plas verwelkomen. Gelukkig zakt het water snel,”nou ik hoop dat die maffe eindtijdmol is opgehoepeld,”
Dat een zo’n klein molletje de tuin tot zulk een ravage kan maken. Het doet me om de een of andere reden denken aan een gedeelte uit de bijbel waar staat: het zijn de kleine vosjes die de wijngaard verderven. Nou geloof mij maar, die vervelende mollen kunnen erook wat van zeg. Weet ook wel dat hier gedoeld wordt op de kleine zonden uit ons leven die uiteindelijk ons geestelijk leven kunnen verwoesten.
