Dinsdag 15 augustus: EtretatOmdat het anders te lang gaat duren ga ik maar verder met het reisverslagje. Mijn reisgezellen hadden voor de dinsdag een bezoek gepland aan het plaatsje
Etretat, een schilderachtig dorpje aan de Kanaalkust. Het was een tip van de ouders van Santaarnpaal, die er ooit waren geweest. Het zei ons op voorhand niet veel, we lieten ons verrassen. Dat gebeurde, en hoe! Toen we bij de kust arriveerden namen we eerst een kijkje bij de vuurtoren op Cap d' Antifer. Onmiddellijk de zee in rennen om een verfrissende duik te nemen was niet zo verstandig, de Normandische kust bestaat uit tientallen meters hoge kliffen. Heel erg gaaf om te zien, die krijtrotsen en de beukende branding. De kleur van het water viel me op. Van diepblauw tot azuur. Zal wel met verschil in diepte te maken hebben. Kleine zeilbootjes dobberden op de uitgestrekte watervlakte. Monet kwam hier vaak om te schilderen, ik begrijp heel goed waarom. Impressionisten waren de schilders van het licht en de natuur, het fantastische panorama was gemaakt voor Monet. Twee door water en wind ontstane rotspoorten zijn door de schilderijen van Monet wereldberoemd geworden: de
Manneporte en de
falaise d’Aguille
Maar we waren dus bij de vuurtoren. Op een bordje stond dat het privé-terrein was, maar daar trok ik me niks van aan. Ik klauterde over de muur en struinde wat rond. Toen ik bezig was om een ander hek open te sjorren om dichter bij de kust te komen, kwam er een auto aan. Voor alle zekerheid staakte ik mijn avontuur. Misschien maar goed ook, wie weet was ik wel in een mijnenveld beland. Dat zou zomaar kunnen want we bevonden ons midden op de Atlantikwall. Een stukje verderop was een uitgestrekt bunkercomplex, deels overwoekerd door struiken. Ik stelde me voor hoe het hier in de oorlog was geweest en of er op deze plek ook was gevochten. De beelden van Saving Private Ryan stonden me nog helder voor de geest. En dan te bedenken dat de Atlantikwall zich uitstrekte van de Pyreneeën tot Noorwegen. Al dat beton…een knap staaltje bouwkunst van
Organisation Todt, de organisatie onder leiding van Albert Speer die de verdedigingslinie in korte tijd uit de grond stampte.
Erg veel behoefte om een bunkercomplex van binnen te bekijken had ik niet. Ik wil niet weten wat er tegenwoordig allemaal gebeurt in die bedompte, naar urine ruikende betonnen ruimtes. Het leek me geen pretje om er gelegerd te zijn. In Etretat was ook een museum van de Atlantikwall, maar daar zijn we niet geweest omdat we hier pas later achter kwamen. Jammer. We reden met de auto terug naar het dorpje en volgden de bordjes ‘plage.’ Vamos a la plage! Toen we de auto hadden geparkeerd rook ik al een beetje de zee, en opeens waren we er. Ik was gelijk verkocht. Hier moest ik gezwommen hebben. Helaas had ik geen zwembroek bij me, maar in je onderbroek kan je ook zwemmen. Een stukje uit de kust dreef een ponton, waar je op kon liggen en vanaf duiken. Daar wilde ik naartoe.
Maar eerst de rotspoorten van Monet beklimmen. Logischerwijs waren er veel toeristen die hetzelfde deden. Toen ik op de klif van het uitzicht zat te genieten, miste ik Y. weer. Op zo’n moment had ik graag naar haar gesmst hoe mooi het was. Ik gluurde over de rand naar beneden. Hoe zou het zijn om naar beneden te vallen en als een pop in de branding te kletteren. Dat probeerde ik maar niet uit, sommige dingen hoef ik niet perse te ervaren. Santaarnpaal ging in z’n eentje nog even naar de Manneporte en maakte daar hele mooie foto’s, alvorens we weer een terras opzochten.
Mijn reisgezellen hadden helaas geen zin om ook te gaan zwemmen. Van Santaarnpaal was dat bekend, in een zwembroek voelt hij zich als een kikker in de woestijn. Maar Pulp had nota bene zijn zwembroek bij zich. Hij vond het water vies. Uh ja, kristalzuiver mineraalwater was het natuurlijk niet en je moest af en toe wat zeewier uit je oog halen, maar op de camping kon je toch heerlijk douchen? Achteraf betreurde Pulp het dat hij niet was gaan zwemmen. Die treurnis was begrijpelijk, want het was gaaf.
Dat leek er aanvankelijk niet op. Het was een steil aflopend kiezelstrand en de stenen deden pijn aan m’n poten. Bovendien werd ik door de sterke branding keer op keer omver gegooid, tot hilariteit van mijn reisgenoten. Ik zat onder de bloederige schrammen. Opeens durfde ik niet zo goed meer. Maar ik vermande me en besloot toch naar het ponton te gaan zwemmen. Door de branding heen komen was makkelijker dan ik dacht, maar de zee was allesbehalve rustig. Ik had nog nooit in zulke woelige baren gezwommen en ben ook geen geoefende zwemmer, dus een beetje eng was het wel. Door de golven en doordat het vloed was, kwam ik maar langzaam vooruit, het ponton was opeens wel erg ver. Ik raakte steeds vermoeider en dreigde ook nog eens het ponton te missen door de stroming. Je moet dan rustig blijven, maar ik ging steeds fanatieker zwemmen en voelde de kracht uit mijn armen vloeien. Net op tijd bereikte ik toch het ponton, het was een heerlijk gevoel toen ik de stang vastgreep. Om eerlijk te zijn was ik bang dat ik ging verzuipen, maar deze angst bezorgde mij een unieke ervaring. Als je echt bang bent, heb je het gevoel dat je echt leeft. Op het ponton ging ik op mijn rug liggen. M’n bonkende hart kwam maar langzaam tot rust, ik moet toch eens wat aan die conditie gaan doen. Het uitzicht op Etretat en de kust was mooi, dit had ik niet willen missen. Jammer dat Pulp er niet bij was, dan was het leuker geweest.
Tsja, en toen moest ik ook nog terug. Na de ervaring van zojuist zag ik daar wel een beetje tegenop, maar uiteindelijk liet ik mij toch in het water zakken. Overnachten op het ponton was ook geen optie. Ik zwom achter een paar meisjes aan, als zij het konden kon ik het ook. Het ging veel makkelijker als de heenweg, ik had geen last van de golven en de stroming hielp nu wel een handje mee. Toen ik mijn handdoekje had bereikt en in mijn onderbroek zat uit te rusten, kwamen mijn reisgenoten eraan. Toen ik zei dat ik toch naar het ponton was gezwommen, waren ze verbaasd. Ze waren een stukje gaan lopen en hadden niks van mijn avontuur gemerkt. In Etretat nuttigden we de avondmaaltijd en reden vervolgens naar de camping.
