A day at the office en met Mieke naar Iwo JimaNormaal gesproken werk ik niet op woensdag, maar er was ’s ochtends een hoorzitting gepland op het stadhuis waarbij mijn aanwezigheid nogal op prijs werd gesteld. Geen probleem, ik ruilde gewoon met dinsdag, die ik heerlijk ontspannen doorbracht. Mieke verweet mij onlangs dat ik een luizenbestaan heb. Tsja, eigenlijk is dat ook wel zo *wrijft zich vergenoegd in de handen*
Het gevolg van mijn geïmproviseerde weekindeling was echter dat mijn biologische klok een beetje in de war raakte. Is het verstandig om ’s avonds laat naar de film te gaan en pas na tweeën te gaan slapen, als je de dag erna om half 7 je mandje uitmoet? Nee, maar mijn systeem is er nu eenmaal op ingesteld dat ik op woensdag vrij ben. Avondmensen hebben het sowieso niet makkelijk in deze maatschappij, ik vind dat er wel wat meer aandacht mag komen voor dit verborgen probleem.
Met behulp van 2 lucifers lukte het om mijn ogen open te krijgen en een bakje koffie op het station deed de rest. Ik kwam er nog een collega tegen, die een vrije dag had en een dagje eropuit ging. Zij wel… De hoorzitting verliep redelijk, wanneer je in ogenschouw neemt dat de slaap mijn brein in een ijzeren wurggreep probeerde te houden.
De rest van de dag verliep eigenlijk opmerkelijk soepel. Het lukte om wat achterstand weg te werken en er was zelfs tijd om met de secretaresse een recept van Sonja Bakker door te nemen (grapje.) Zij had maandag een boek van Sonja Bakker voor haar verjaardag gekregen, waar ze erg verguld mee was. Het zag er dan ook kleurig uit. Ik las deze week in de krant dat het boek van Sonja Bakker het best verkochte boek is van 2006. Ik ben niet zo modegevoelig, maar van de top 10 had ik er opmerkelijk genoeg 4 gelezen: De Vliegeraar van Khaled Hosseini, Schaduw van de Wind van Carlos Ruiz Zafon, Knielen op een Bed Violen van Jan Siebelink en Da Vinci Code. Alle vier vond ik ze wel aangenaam leesvoer. De kans dat Sonja Bakker naast mijn bed beland is echter klein, om maar te zwijgen over de kans dat ze in mijn bed belandt…
Pas om 18.15 was ik klaar met mijn werk, ik ben nog nooit zo laat naar huis gegaan. Ik dacht dat ik de laatste was die in het pand aanwezig was, en deed bij de receptie de centrale verlichting uit. Vrijwel onmiddellijk begon er een telefoon te rinkelen. “Lekker laten bellen” was mijn eerste gedachte, “we zijn gesloten.” Maar ik ben te aardig en nam toch maar de telefoon op. Het was mijn manager, die twee verdiepingen hoger haar kamer heeft. “Hallo? Gijs? Wil je het licht weer aandoen, het is pikdonker.” Bleek dat ik de verlichting in het hele gebouw had uitgedaan, dat wist ik niet. “Ow sorry” zei ik, en drukte op het lichtknopje. Eigenlijk kwam dit akkefietje me niet slecht uit. “Zo, die is goed bezig” dacht ze misschien wel. “Hij heeft echt hart voor de zaak, dat hij zo laat naar huis gaat.” Maar misschien is de wens wel de vader van de gedachte…
Hart voor mijn werk heb ik zeker, maar de reden dat ik zo laat klaar was had te maken met het fenomeen ‘tijdschrijven.’ Iemand heeft vorig jaar bedacht dat we alles wat we doen, iedere scheet die we laten, moeten registreren in het systeem. Ik begrijp de gedachte achter tijdschrijven wel, maar de mensen die mij kennen weten dat ik geen boekouder-type ben. Ik moet mij dan ook continu ertoe zetten om mijn activiteiten te registreren, ongetwijfeld zal ik daarbij wel eens wat vergeten. En tijdschrijven kost tijd, een collega heeft eens berekend dat je voor iedere activiteit die je registreert minstens 16 muisklikken nodig hebt. De mooie gedachte achter het tijdschrijven is, is dat je zo inzicht krijgt in wat je doet. Het gevaar dat het systeem zich tegen ons arme werknemertjes keert lijkt mij echter niet denkbeeldig. De regels zijn er voor de mensen en niet andersom, denk ik altijd maar.
Tot slot nog even een stukje over Mieke, dat heeft ze wel verdiend. Is het wel ethisch om over andere mensen te schrijven, vraagt de lezer zich misschien af. Ik heb echter nog niemand horen klagen en de vriendjes die een rol krijgen in mijn blogjes vinden dat alleen maar leuk. Zo ook Janneke. Ik had haar het stukje dat over haar ging laten lezen. “Het klopt precies” zei ze. “Het geeft aan dat ik net een stukje eigenwijzer ben dan jij.” Waarvan akte.
Dinsdag had Mieke gevraagd of ik zin had om naar de bios te gaan. Tuurlijk, ik ben altijd blij als iemand mij achter de geraniums vandaan plukt. We wilden naar de sneak preview in Pathe de Kuip, maar evenals de vorige keer was hij al uitverkocht. Toen het meisje achter de kassa zij dat Kicks deze week de sneak was, betreurde ik dat niet. Ik ben niet zo’n fan van Nederlandse films. Aan de andere kant waren Shouf Shouf Habibi en het Schnitzelparadijs best leuk. En toen ik later zag dat in Kicks de enige leuke actrice van Nederland speelt (momenteel ook te bewonderen in bushokjes) begon het wel te knagen.
Tsja, welke film nu te kiezen? The Good Shepherd? Neuh. Eklavya dan? Er lag een foldertje van deze Bollywood-film bij de kassa. Maar ik kon Bipasha Basu niet ontdekken. “Laat maar” dacht ik (hoewel ik Bollywood-films wel leuk vind). Eigenlijk had ik mijn keuze al gemaakt: Letters from Iwo Jima. Deze door Clint Eastwood gemaakte oorlogsfilm speelt zich af in 1945, op een rotsachtig eilandje voor de kust van Japan. De Amerikanen en de Japanners voerden hier een extreem bloedige veldslag.
Geen film voor een meisje natuurlijk, maar Mieke zei dat ze het best vond. Ik waardeerde haar sociale houding, het deed me goed om ook eens mijn zin te krijgen. Wel voelde ik mij een beetje een egoïst, want ik wist heus wel dat ze de Bollywood-film leuker zou vinden.
Voordat we naar de zaal gingen, kochten we een bak popcorn. Dat was nog een hele toer, want je had wel 5 verschillende maten. “Heb jij trek” vroeg Maaike. “Nee, eigenlijk niet.” “Zoet of zout?” “Doe maar zout.” Mieke pakte een tamelijk forse bak en we liepen richting kassa. “Is hij niet te groot” vroeg ze, terwijl we ondertussen de bak half leeg aten. “Ja, eigenlijk wel”, waarop ze de bak terugzette en een kleinere pakte.
De film dan. Die was volledig Japans gesproken. Clint heeft vorig jaar een film uitgebracht die het Amerikaanse standpunt over deze veldslag vertelde (Flags of our Fathers), maar vond dat hij er ook eentje moest maken vanuit Japans perspectief. De film is genomineerd voor een Oscar.

Het verhaal draait om de ervaringen van de gewone Japanse soldaten, die op het eiland als ratten in hun holen zaten en ook als ratten in de val, want van de 20.000 legden naar verluidt 19.000 het loodje. Dat komt ook door het feit dat ‘eer’ en ‘sterven voor het vaderland’ in Japan nogal belangrijk waren. De soldaten moesten zich doodvechten of zelfmoord plegen, overgeven aan de vijand was een schande. Ik denk dat als je een gemiddelde Nederlander opdraagt om Ameland te gaan verdedigen en daar te sterven voor het vaderland, hij in schaterlachen uitbarst.
Erg meeslepend was de film niet en na een tijdje hoorde ik gesnurk naast me. Snurken is iets waar je recht op hebt vind ik, alleen is het in een bioscoopzaal wellicht wat hinderlijk. Het gesnurk leek ook luider te worden. Ik kneep daarom de neus van Mieke dicht. “De film is een beetje saai” fluisterde ze. “Sorry” zei ik, hoewel ik dat maar half meende. Het was wel een leerzame ervaring. Bij nader inzien kan je een vrouw beter niet meenemen naar een oorlogsfilm…Kuch