1 kon 7: (Willibrord)
15 Hij goot twee bronzen zuilen; elke zuil was achttien el hoog en men kon ze met een draad van twaalf el omspannen. 16 Ook maakte hij twee kapitelen, uit brons gegoten, die boven op de zuilen moesten rusten; beide kapitelen waren vijf el hoog. 17 Verder maakte hij vlechtwerk voor beide kapitelen boven op de zuilen; dit vlechtwerk was gemaakt van snoeren in kettingvorm, zeven voor elk kapiteel. 18 En hij bracht twee rijen granaatappels aan rond het vlechtwerk om beide kapitelen boven op de zuilen. 19 De kapitelen boven op de zuilen bij de voorhal hadden de vorm van een lelie, vier el hoog. 20 De twee kapitelen kwamen boven het vlechtwerk rond de verdikking uit. Tweehonderd granaatappels hingen in rijen om de kapitelen. 21 Hij plaatste de zuilen bij de voorhal van het schip; de zuil aan de rechterkant gaf hij de naam Jakin en de zuil aan de linkerkant de naam Boaz. 22 Op de zuilen stonden dus kapitelen in de vorm van een lelie. Daarmee was het werk aan de zuilen voltooid.
(net te laat...)