quote:
Sacerdos schreef op 23 juni 2006 om 10:31:Maria krijgt de eer die haar toe komt op grond van de Heilige Schrift meer niet.
Maria is wel de eerste onder de gelovigen.
Maria de Gezegenste vrouw onder de vrouwen.
Maria een voorbeeld van Geloofstrouw.
Maria die het Allerheilgste ter wereld heeft gebracht wat er maar is Jezus Christus
Maria die altijd naar haar Zoon wijst daar moet je zijn,dat is de Heilige Verlosser Jezus Christus.
Dat is wat de Kerk ten principale leerde tot nu toe, en altijd zal leren .
Zoals hier bv:
AD CAELI REGINAM
Maria Koningin
Paus Pius XII - Encycliek - 11 oktober 1954
En daarom kon de H. Alphonsus de Liguori,
alle getuigenissen van vroegere eeuwen samenvattend,
vol liefde schrijven : “Omdat de Maagd
Maria zo hoog in waardigheid is verheven dat zij
de Moeder van de Koning der koningen zou zijn,
daarom heeft de Kerk haar volkomen terecht met
de titel van Koningin onderscheiden.” cit.
26. De heilige liturgie, die als het ware de getrouwe
weerspiegeling is van de door de vaderen
overgeleverde en door het christenvolk geloofde
leer, heeft in de loop der tijden, in het Oosten
zowel als in het Westen,
de lof van de hemelse
Koningin gezongen en blijft deze zingen tot in de
eeuwigheid.
“Een loflied zal ik maken voor de Moeder
Koningin, tot wie ik met vreugde zal naderen om
haar te verheerlijken, om blijde haar wonderen te
zingen... O Meesteres, onze tong kan u niet naar
waarde prijzen; want gij die Christus onze Koning
hebt gebaard, zijt verheven boven de Seraphijnen...
Wees gegroet, o koningin der wereld,
wees gegroet, o Maria, Meesteres van ons allen.”cit..
29. En in het Ethiopisch “Missaal” lezen Wij :
“O Maria, middelpunt van de gehele wereld...
Gij zijt groter dan de Cherubijnen met de vele
ogen, en groter dan de Scraphijnen met de zes
vleugels...
Hemel en aarde zijn geheel vervuld
van de heiligheid van uw glorie.” cit.
Zoals Wij, Eerbiedwaardige Broeders, boven
reeds hebben gezegd, blijkt zowel uit de documenten
die van oudsher door de vaderen zijn
overgeleverd, als uit de heilige liturgies dat het
voornaamste beginsel, waarop de koninkiijke
waardigheid van Maria steunt, zonder enige twijfel
haar goddelijk Moederschap is.
Aangezien immers in de H. Schrift over de Zoon
die de Maagd zal ontvangen, geschreven staat :
“Zoon van de Allerhoogste zat hij genoemd worden,
en God en Heer zal Hem de troon van zijn
vader David geven, en hij zal koning zijn over
het huis van Jacob in eeuwigheid, en aan zijn
koningschap zal geen einde komen” (Lc. 1, 32,
33), en bovendien Maria “Moeder van de Heer”
(Lc. 1, 43) genoemd wordt, kan men gemakkelijk
daaruit afleiden dat zij zelf ook Koningin is,
daar Zij immers een Zoon gebaard heeft, die op
het ogenblik van Zijn ontvangenis vanwege de
hypostatische eenheid van de menselijke natuur
met het Woord, ook als mens Koning was en
Heer van alles. Derhalve kon de H. Joannes Damascenus
met goed recht schrijven :
“Naar
waarheid is zij de Meesteres van de gehele
schepping geworden, toen zij Moeder werd van
de Schepper”. cit. En op gelijke wijze kan gezegd
worden dat de eerste hemelse heraut van het koningschap
van Maria de aartsengel Gabriel zelf
is geweest.35. Maar niet alleen om haar goddelijk moederschap
moet de Allerheiligste Maagd Maria Koningin
genoemd worden, doch ook omdat zij
volgens Gods wil een uitzonderlijk aandeel heeft
gehad in het werk van ons eeuwig heil. “Welke
gedachte zou aangenamer en heerlijker voor ons
kunnen zijn”, - zoals Onze Voorganger, gelukkiger
gedachtenis, Pius XI schreef - “dan dat
Christus over ons heerst niet alleen met aangeboren
recht, maar ook met verborgen recht, namelijk
van de Verlossing? Mochten toch alle mensen,
die zo vaak vergeten op welke hoge prijs wij
onze redder zijn komen te staan, bedenken: “niet
met vergankelijk zilver of goud zijt gij vrijgekocht...
maar met het kostbaar bloed van Christus,
als van een lam zonder viek of gebrek” (I
Petr. 1, 18, 19). Wij zijn niet meer van onszelf,
omdat Christus ons “duur” (I Cor. 6, 20) gekocht
heeft. cit.
36. En bij de voltrekking van dit verlossingswerk
is de Allerzaligste Maagd Maria waarlijk allerinnigst
met Christus verboaden geweest; terecht
wordt daarom in de Liturgie gezongen: “De Heilige
Maagd Maria, Koningin van de hemel en
Meesteres van de wereld, stond vol smarten
naast het kruis van onze Heer Jezus Christus” cit.
En dit is de reden, zoals reeds in de Middeleeuwen
een zeer vrome leerling van de H. Anselmus
schreef, dat “
zoals... God door met zijn macht
alles te maken, Vader is en Meester van alles, zo
de Heilige Maria door met haar verdiensten alles
weer goed te maken, Moeder is en Meesteres der
dingen; God is immers meester van alles omdat
Hij op eigen initiatief alles een eigen natuur heeft
gegeven, en
Maria is de Meesteres der dingen,
omdat Zij alles, door de genade die zij verdiend
beeft, de oorspronkelijke waarde heeft teruggegeven”.