quote:
Nunc schreef op 06 september 2006 om 12:46:[...]
allereerst moge duidelijk zijn dat jij en ik de bijbel nogal verschillend lezen. Ik maak dus geen onderscheid tussen bv. de 'gevangenis-brieven' en de andere brieven, simpelweg omdat mij nog nooit overtuigend aangetoond is dat ik dat zou moeten doen.
Daarnaast: Nee, er wordt in het NT geen instituut 'kerk' gesticht, maar wel worden er gemeenten gesticht, die naar het model zijn van de synagogen, en naar het model van het joodse volk (wat wel door God zo ingesteld is). Uiteraard worden alle gelovigen aangesproken, aangezien het christendom er voor iedereen is. De 'ambten' die er volgens jou nog niet waren,
zijn nu juist de 'oudsten' die er volgens jou al wel waren. Het feit dat ze anders heten, doet niet af aan het feit dat er verder veel overeenkomsten zijn.
Verder blijkt uit het apostelconvent duidelijk dat de discipelen van Jezus fungeerden als centraal gezag (met name Jacobus, Petrus en Paulus) en dat hun brieven als gezaghebbend werden beschouwd. Zelfstandig dus, maar zeker niet op die manier zelfstandig, dat ze zelf maar van alles konden gaan speculeren en bedenken wat ze nu weer eens zouden gaan geloven. Paulus, Petrus en de anderen verkondigden de boodschap, en als je dus bij de gemeente wilde horen, dan was die boodschap datgene wat je diende te geloven (of beter andersom gezegd: als je die boodschap geloofde, dan hoorde je bij de gemeente).
[...]
dat is jammer, en dat is absoluut niet in overeenstemming met het Christendom. Bewijst helaas maar eens te meer dat christenen ook maar mensen zijn. Sterker nog, het is een aardig sterke indicatie voor het gegeven dat alle mensen (óók christenen) geneigd zijn naar alle kwaad, hoe goed ze het ook bedoelen.
Nunc,
Nee, ik zal je nooit kunnen overtuigen, ténzij je zélf de brieven bestudeert. Je begint al met vooraf te stellen: ‘Ik maak geen onderscheid tussen b.v de gevangenisbrieven en de andere brieven’ Nu dat doe ik óók niet, omdat er gewoon verschil bestáát tussen de inhoud van de twee groepen brieven. Ik hoef het onderscheid dus niet zélf te máken. Maar ik moet er wél rekening mee houden!
Laten we eerst vaststellen, dat de Romeinenbrief, de 2 brieven aan de gemeente van Kointhe, de Galatenbrief, 1 en 2 Thessalonicensen, geschreven zijn gedurende de Handelingentijd. Ná Handelingen schreef Paulus aan Efeze, Filippensen, Kolossensen, 2 Tmotheüs en Filémon. Wanneer 1 Timotheüs en Titus zijn geschreven, is onzeker.
De eerst genoemde brieven werden dus geschreven, gedurende de Handelingentijd, waarin één belangrijke waarheid en één doel centraal stond, namelijk de verwezenlijking van de door de Schrift voorziene Abrahamitische zegeningen voor de volkeren. Puur áárdse beloften dus en die door de Schrift voorzien waren (Galaten 3.

. En daarop waren óók de brieven van Paulus afgestemd. Wij zouden de Handelingentijd ook nog als volgt kunnen samenvatten: Het evangelie van de twaalf apostelen der besnijdenis betrof de vergeving van zonden, de nieuwe geboorte en de komst van het Koninkrijk der hemelen op aarde, door de bekering van Israël.
Maar nu een paar gegevens uit de Efezebrief, geschreven ná de Handelingentijd:
Efeze 1.3: Gezegend met alle geestelijke zegeningen in het over-hemelse’
Efeze 2.16:’Volkomen verzoening’
Efeze 1.7:’Volkomen verlossong’
Efeze 1.3 en 2.6:’Medegezet in het over- hemelse’
Efeze 3.6:’….een plaats gegeven in de hemelse gewesten in Christus Jezus’
Dergelijke uitdrukkingen komen in de eerste groep brieven van Paulus niet voor!
En dan wil ik ook nog de aandacht vestigen op Efeze 3.4, 5 en 6, waar Paulus schreef:’Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het GEHEIMENIS van Christus, dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest aan mij geopenbaard is aan de heiligen en profeten (dit geheimenis), dat de heidenen mede-erfgenamen van de belofte in Christus Jezus door het evangelie. Het woord ‘openbaring’ is de vertaling van het woord apokalupsis, wat betekent: af-dekking.
Gedurende de Handelingentijd bestond er geen algemene organisatie, noch een door God ingesteld autoriteit. Ambten zijn nooit ingesteld. Wel een enkele functie voor het ‘dienen der tafels’ De eerste christenen meenden, dat Israël vervangen moest worden door ‘het ware Israël’, de Kerk en men zag de levitische rituelen als typen voor de christelijke erediensten. Men ontleende dus aan de Joden hun gebeden, hun gezangen, hun priesters, hun feesten, voor zover dat mogelijk was. De Joodse proselietendoop der bekering leverde stof voor het sacrament van de ‘christelijke’ kinderdoop, net zoals het Joods Pascha dat.deed, voor het ‘christelijke’ Avondmaal. Geleidelijk aan stelde het christendom zich steeds meer voor in geloofsartikelen en gezagswoorden. Men ging zelfs De Kerk’ vereenzelvigen met het Koninkrijk Gods, dat d.m.v. het christendom op aarde zou neerdalen. ( zie ‘De stad Gods’ van Augustinus) Er zijn echter géén aanwijzingen in de Schrift, dat een door God ingestelde algemene Kerk, het Koninkrijk Gods naderbij zou brengen. Verre van dat!
Kortom, Nunc, toen men uit het oog begon te verliezen, dat Jezus slechts gezonden was, tot de verloren schapen van het huis Israëls, werden niet alleen de evangeliën verkeerd begrepen, maar ook het boek Handelingen werd verkeerd uitgelegd. En daarom is het geen wonder, dat het christendom hopeloos verdeeld is. Godsdienst is nu eenmaal niet te organiseren. De mens is autonoom, want in ieder mens leeft een goddelijke ongeschreven Wet (de Logos). Door te gehoorzamen aan die Wet krijgt zijn handelen kosmische betekenis. Hij is vrij, niet gebonden aan welk dogma dan ook. Hij moet ‘gehoorzamen’ aan zijn eigen binnenste. God of het Goddelijke is in ons voor zover wij het zelf tot ontwikkeling brengen. Nét zoals die mensen in Johannes 1.12, die Jezus van Nazareth nooit gekend hebben en toch het zoonschap Gods bereikten. Het gaat in de bijbel om een metafysische Waarheid, namelijk de Geest van God.