quote:
Er zijn vele vormen van kloosterleven. De Griekse traditie is een stuk strenger dan de Latijnse, en uit de Latijnse traditie zijn allerlei vormen opgekomen die minder contemplatief zijn, en meer diakonaal. De wortel van het westerse kloosterleven ligt bij Benedictus, dus tenzij je anders aangeeft zal ik me tot die familie beperken.
Alle ordes uit de Benedictijner familie (de Benedictijnen in allerlei congregaties, de Cistercienzers van de gewone observantie en die van de strikte observantie, de Kartuizers, enzovoort, enzovoort) zijn georgansieerd op basis van een regel. Vrijwel altijd is dat de regel van Benedictus, al dan niet aangevuld of uitgewerkt in een eigen charter. Wie in een dergelijke orde tot de geestelijkheid behoort, wordt daarom "regulier geestelijke" genoemd, en de geestelijkheid die niet tot een dergelijke orde, volgens een dergelijke regel levend, behoort, wordt "seculier geestelijke" genoemd. Dat is dus iets anders dan wat we tegenwoordig onder "seculier" en "regulier" verstaan.
Het verschijnsel dat mensen hun bezit willen opgeven en hun leven volledig willen richten op Jezus (en dat is wat men in kloosters doet) is gebaseerd op uitspraken van Jezus zelf: "Wie naar Mij toe komt, moet zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja, zelfs zijn eigen leven verfoeien; anders kan hij geen leerling van Mij zijn. Hij moet zijn kruis dragen en Mij volgen; anders kan hij geen leerling van Mij zijn. " (Lucas 14, 26-27), als voorbeeld.
Verder weten we uit de Bijbel dat Jezus zelf een intensief gebedsleven kende, dat Hij zich bij tijden terugtrok (woestijn, berg, etc) in eenzaamheid.
De basis ligt dus in het Evangelie zelf. Als je vervolgens de regel van Benedictus gaat bekijken, zal je zien dat deze steeds een voor die tijd, en die vorm van leven, een praktische handreiking geeft die is gestoeld op het Evangelie. Nu beslaat die regel 73 hoofdstukken, dus die ga ik niet stuk voor stuk doornemen. Als je zin hebt, vooral zelf een keer doen.
Fundamenten onder het Benedictijnse kloosterleven zijn tamelijk basale noties:
- de mens richt zich van God af, omdat hij zich bindt aan bezit, aan genot en aan een onterechte achting voor zichzelf.
- een mens moet dienen, niet gediend worden
- het is goed een intensief gebedsleven te onderhouden
Let wel, niemand zegt dat bezit, genot of zelfwaardering slecht zijn. Maar, de monnik ervaart dat hij het beste leerling van de Heer kan zijn als hij deze drie zaken zo min mogelijk laat regeren over zijn leven. De klassieke kloostergeloften, en in bepaalde vorm overigens geloften voor alle geestelijken (ook de seculieren, diakens, priesters en bisschoppen dus), zijn dan ook armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Vroeger, en in meer of mindere mate nu nog, hoort daar ook de gelofte van zwijgzaamheid bij.
Het dienen uit zich bij de Benedictijnen minimaal in gastvrijheid, in het ontbreken van een onderlinge hierarchie, en in de gehoorzaamheid. Het niet gediend worden komt tot uiting in het gegeven dat een Benedictijner klooster eigenlijk (de mate waarin men daarin slaagt is niet zelden evenredig met de "strengheid", de striktheid van de observantie van de regel) volledig zelfvoorzienend moet zijn. De Benedictijnen gaan daar zelf iets minder ver in dan de Cistercienzers en de Kartuizers. Deze laatsten verbouwen letterlijk hun eigen eten, bakken hun eigen stenen, weven hun eigen stof.
Het gebedsleven wordt gedragen door het getijdengebed. Volgens een vast rooster bidt de monnik in een periode van 1, 2 of 4 weken alle psalmen. Ook dat geldt overigens evenzeer voor de seculiere geestelijkheid, en voor een deel van de leken. Dit getijdengebed, of brevier, is dragend fundament onder het gehele gebedsleven.
quote:
Zelf heb ik wel eens het idee de behoefte eens een klein weekje naar zo´n klooster te willen gaan om dit eens te ervaren. Om stil te zijn en te ervaren.
Die wens is misschien een beetje in gegeven doordat je God dichterbij wilt ervaren of nog meer vinden.
Vooral doen. Maar hou er rekening mee dat gasten in een abdij zelden of nooit werkelijk meeleven met de communiteit. Je kan dat proberen te benaderen, maar helemaal lukt dat nooit. Bijvoorbeeld, omdat je meestal niet een paar jaar, of zelfs een paar weken gaat, maar hooguit een paar dagen. Tussen monnik en gast staat een muur, soms fysiek, soms niet.
quote:
Is het niet zo dat wij ons in dat opzicht op grond van onze wilen behoefte, willen verheffen tot God door een situatie te creeeren waarin dat o.i. mogelijk zou zijn.
Ik zie niet in hoe je daar bij komt. Maar als iemand al behoefte zou voelen zich te verheffen, dan is het klooster vrijwel de laatste plaats waar je moet zijn.
quote:
Zitten daar geen gevaren aan en is dit niet tegen onze menselijke natuur.
Aan alles zitten gevaren. Ook aan het huwelijk, ook aan het leven van de seculiere geestelijke, ook aan de levensstaat van maagden en weduwen. En de menselijke natuur? Geen idee. Waarom zou dat zo zijn?
quote:
just some questions.
Is hiermee iets aan antwoord gekomen?