quote:
Ik baseer me op vertaling en toelichting door Sjef van Tilborg, onder redactie van Grossouw, van Iersel, Neirynck en nog een hele trits zware jongens die meegwerkt hebben (ofwel: exegetisch verantwoord van het stevigere soort), maar geef mijn samenvatting en interpretatie van bedoelde toelichting:
quote:
1 Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en ieder, die Hèm liefheeft, die deed geboren worden, heeft (ook) degene lief, die uit Hem geboren is. 2 Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden doen. 3 Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren.
"de Christus" betekent bij 1 Joh "Zoon van God". Wie gelooft dat Jezus de Zoon van God is, ziet daarmee God als Vader, en is daarmee ook zelf kind van God. God liefhebben en handelen naar Gods wil is inwisselbaar. De liefde tot God komt tot uiting in het doen van zijn geboden zoals het doen van zijn geboden de handeling is die de liefde tot God is.
quote:
En zijn geboden zijn niet zwaar, 4 want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. 5 Wie is het, die de wereld overwint, dan wie gelooft, dat Jezus de Zoon van God is?
De 1 joh-brief gaat een polemiek aan met mensen die deel hebben uitgemaakt van de gemeenschap waartoe de auteur behoort, maar die daar uit vertrokken zijn. Het verschil van inzicht draait om het geloof in Jezus. De gemeenschap van waaruit 1 joh werd geschreven gelooft dat Jezus de Christus is, en in de context van 1 joh betekent dat: dat Jezus de Zoon van God is.
Ook belangrijk is om je te realiseren dat de auteur, tevens auteur van het joh-evangelie, extreem dicht tegen de gnostiek aanleunt. De wereld, de kosmos, is in zijn beeld de plek waar de boze heerst, en die overwonnen moet worden. Jezus, de Zoon van God, heeft de wereld overwonnen aan het kruis (NB: niet zozeer in de verrijzenis dus, maar aan het kruis zelf). Je herkent daarin gnostische thema's als de dualiteit tussen het slechte fysieke en het goede geestelijke.
Wat staat hier dan: de kinderen van God (al wat uit God geboren is), dat wil zeggen iedereen die gelooft dat de mens Jezus de Zoon van God is, en die daarmee God als Vader herkent en ook tot zijn/haar eigen vader ziet, overwint "de wereld", dwz overwint dat waar de boze regeert.
Wie is het die de wereld overwint: iedereen die de mens Jezus (h)erkent als de Zoon van God, daarmee God als Vader (h)erkent, en die uit liefde voor God zijn geboden doet, dat wil zeggen leeft vanuit innige liefde voor broeders en zusters. (NB: waarmee het meteen bijzonder relevant is te weten wie die broeders en zusters zijn!)
Wat is dat overwinnen van de wereld: het zich onttrekken aan de heerschappij van de boze.
Kortom, wie zijn broeders liefheeft, uit liefde voor God die onze Vader is, door het geloof dat de mens Jezus de Zoon van God is, onttrekt zich daarmee aan de heerschappij van de boze.
quote:
Wat wordt er in vers 10 bedoeld..? Dat we meer naar God moeten luisteren dan naar mensen..? Hoe houdt zich dat in verhouding tot het Kerkelijk leergezag..?
10 Wie in de Zoon van God gelooft, heeft het getuigenis in zich; wie God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft in het getuigenis, dat God getuigd heeft van zijn Zoon.
God getuigt zelf dat Jezus de Zoon van God is. Daarop zijn twee reacties mogelijk: je gelooft die getuigenis, of niet. In dat laatste geval maak je van God een leugenaar.
Over kerkelijk leergezag, of over meer of minder naar wie dan ook luisteren staat er niets.
quote:
Er bestaat zonde tot de dood: daarvoor zeg ik niet, dat hij moet vragen. 17 Alle ongerechtigheid is zonde, en er bestaat zonde niet tot de dood.
Wat wordt er bedoeld met zonde tot de dood..?
Hier komt opnieuw het dualistische karakter van 1 joh naar voren: de wereld versus God. De zonde tot de dood is waarschijnlijk de keuze voor de wereld en dus tegen God. Johannes hecht grote waarde aan gebed voor de broeder die zondigt, maar ziet gewoon geen nut in bidden voor de wereld waar de boze regeert, en dus ook niet voor degene die voor die wereld kiest. Zo iemand is toch niet meer te redden. In combinatie met het voorgaande is de zonde tot de dood dus: niet geloven dat de mens Jezus de Zoon van God is
en dus niet leven vanuit broederliefde.
quote:
18 Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem.
Hier kom ik dus iets tegen wat ik bij sommige evangelische christenen hoor, je kan als christen-zijnde niet zondigen..? Ik kijk daar vreemd tegenaan..? Wat wordt hier bedoeld..?
Er schijnen taalkundig twee visies mogelijk te zijn. De ene is dat "Hij die uit God geboren werd" verwijst naar Jezus zelf. Dan staat er dat de kinderen van God (zie hiervoor) niet onder de macht van de boze zijn omdat Jezus ze beschermd. Er kan ook bedoeld zijn dat "hij die uit God geboren werd" degene is die gelooft dat de mens Jezus de Zoon van God is. Dan staat er dat het God is die de kinderen van God uit de macht van de boze houdt. In beide gevallen betekent de tekst niet dat een gelovige geen fouten kan maken, maar wel degelijk dat het uitgesloten is dat iemand die gelooft dat de mens Jezus de Zoon van God is niet zou leven uit broederliefde. Je kan het dus ook omdraaien, wie
zijn broeders in Christus niet liefheeft, gelooft niet.
(Wellicht herinnert Laodicea zich nog de discussie in Zeist: waarom zoveel energie steken in een geloofsgenoot, en niet in iemand die je niet als gelofosgenoot ziet: dáárom dus)
quote:
19 Wij weten, dat wij uit God zijn en de gehele wereld in het boze ligt. 20 Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachtige te kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in zijn Zoon Jezus Christus. Dit is de waarachtige God en het eeuwige leven.
21 Kinderkens, wacht u voor de afgoden.
Wat wordt hier bedoeld met de afgoden..?
Het schijnt onder exegeten vrij algemeen aanvarad te worden dat hier niet zozeer afgoden bedoeld kunnen worden (je snijdt immers geen compleet nieuw thema aan in je afsluiting) maar om dwaalleraren.