quote:
Picardijn schreef op 17 juni 2004 om 12:36:De kern van mijn betoog, in de eredienst is de prediking belangerijk, daar hoort ingetogenheid bij. Dat we bij de prediking aanvulling krijgen met de opdracht God te loven is een meerwaarde voor de rest van de week, net zoals het voorlezen van de wet en de geloofsbelijdenis.
Wil je dat eens nader motiveren? Volgens mij klopt je redenering namelijk niet.
1. God is Heilig, Hij is Schepper van hemel en aarde. Wij zijn maar kleine mensjes. Die verhouding moet je inderdaad niet uit het oog verliezen.
Aan de andere kant: het christelijk geloof kent vele facetten, die imho ook in de dienst tot uitdrukking mogen komen. Droefenis en beschaamdheid over onze zonden, kleinheid voor de Grote God, eerbied en ontzag voor Zijn grote werken. Maar ook vreugde om zijn verlossend werk, over het feit dat Hij zondige mensen tot zijn
kinderen wil aannemen. De Heer heeft ons iets groots gedaan! en dat mag best in de dienst tot uitdrukking komen.
2. de scheiding die jij maakt tussen het eren van God door de week en in de zondagse eredienst, is volgens mij moeilijk bijbels te onderbouwen. Vooral als je in die trand doorredenerend komt tot de conclusie dat bepaald gedrag Gode welgevallig is door de week, maar Hem niet kan behagen in de zondagse eredienst. (let wel: ik heb het hier over je directe 'communicatie' met God, middels zingen en (aan)bidden. Niet over het fenomeen 'alles wat je doet, doe je voor de Heer')
quote:
en moet oppassen dat men geen instrumenten gaan bespelen uit ijdelheid en daarom is een kerkdienst alleen al minder geschikt voor meerdere instrumenten. (daarom mag je ook al niet aplaudiseren)
ook deze redenering is volgens mij vals. Niemand zal ontkennen dat ijdelheid niet past in de dienst voor God. Om daaruit te concluderen dat je
daarom dus beter geen gebruik kunt maken van meerdere instrumenten, snijdt op geen enkele wijze hout. Je suggereert daarmee blijkbaar dat violisten, gitaristen, drummers etc. eerder geneigd zijn tot ijdelheid dan een organist? volgens mij is de praktijk anders...
Dat (bepaalde leden van) een gemeente meer gemotiveerd worden in hun lofzang voor God als dit gebeurt op een wijze die aansluit bij hun belevingswereld lijkt me evident. Zo is dat door de eeuwen heen geweest; ook in de tijd van de reformatie. Dat aanpassing van de eredienst met moderenere instrumenten ijdelheid bij de gemeente kan veroorzaken, wil ik niet uitsluiten. We zijn allemaal mensen; inderdaad. er zijn groepen die claimen 'de beste zanggroep uit de regio' te hebben, of 'dé manier van aanbidding'. Maar is dit in de tradiotionele kerkelijke liturgie niet ook het geval? Denk aan de kwaliteit van de organist (zie boven); de omvang, leeftijd en klankkleur van het orgel; uit volle borst meebrullende gemeenteleden, die boven alle zang uit te horen zijn, het zingen van de tweede stem en niet te vergeten: hoe snel een psalm gezongen wordt... wat heb ik daar al veel aanmatigende discussies over gehoord (met name in Hervormde kring).
quote:
een voorbeeld
Dominee Jansen van de (behoudende) Hervormde Grote kerk was een begaafd en geliefd prediker. De gemeente hing aan zijn lippen, als hij het Woord verkondigde. De Grote Kerk was niet het enige Godshuis in het dorp. Verderop, in een keurig aangelegde nieuwbouwwijk, stond al een tiental jaar de Hervormde wijkgemeente; lichte lieden. Niet vrijzinnig hoor, maar in kledingdracht en liturgie toch niet te vergelijken met de gemeenteleden van de Grote Kerk. De Wijkgemeente raakte echter vacant, en dominee Jansen van de Grote Kerk voelde het als zijn plicht om ook eens voor te gaan in 'dat nieuwe kerkje'. En hij ging. Tot verdriet van zijn gemeenteleden, die op deze zondag een voorgelezen preek aan zouden moeten horen. Een grote groep leden uit de Grote kerk volgde dominee Jansen die bewuste zondag dan ook, naar dat nieuwe kerkje in de nieuwbouwwijk. Even wennen was het wel. de mensen gingen in frisse gekleurde kleding ter kerke, dames droegen een pantalon, en waar waren de majestueuze statenbijbels in de banken van de kerkenraad?
De dominee begon de dienst met het votum, en liet vervolgens psalm 150 zingen. Bij de eerste tonen van het orgelspel schrokken de 'Grote-kerkgangers' op. "Wat een frivoliteit!" De gemeente zette na het voorspel vol enthousiasme in. "Snel! oneerbiedig gewoon. zelfs niet op hele noten." Dat lieten de leden van de Grote Kerk natuurlijk niet op zich zitten. Een dergelijke schending van de Eredienst, dat konden ze niet voor hun rekening nemen. Het tiental vreemdelingen zong hard, en vol overtuiging mee. Op hele noten. Natuurlijk betekende dat dat de organist iets van slag geraakte, en werden er over en weer wat boze blikken uitgewisseld. Toen de nieuwbouwhervormden uitgezongen waren, moesten de Grote kerkers nog een paar regels. "Maar wat deert het? God alleen de eer!"
uit eigen ervaring, en voor veel hervormden vast geen onbekend verschijnsel.
Vertel mij eens, wat is ijdelheid? Zit het in de instrumenten, de zangleiders, de opgeheven handen? Wat is oneerbiedigheid? Zit dat in het klappen, de liederen, het drumstel? of....
zit het misschien
in de mens?quote:
Prediker 6 vers 2
een man, aan wie God rijkdom en schatten en vermogen geeft, zodat hem niets ontbreekt, dat hij begeert, maar God stelt hem niet in staat daarvan te genieten, doch een vreemde verteert het. Dit is ijdelheid en een bitter lijden.