quote:
Het is mij een eer je terwille te kunnen zijn.
In Hebreen staat: "Niemand kan zich die waardigheid toe-eigenen, men wordt daartoe door God geroepen, zoals ook met Aäron gebeurde."
Als we dan kijken hoe Aäron werd geroepen, dan zien we dat dit gebeurde door de profeet Mozes. Logisch ook, want een profeet geeft de woorden van de Eeuwige door. Mozes koos hem dus niet zelf uit en er werd ook geen stemming gehouden.
Ook heeft Mozes niet zelf zijn opvolger gekozen, terwijl we toch van hem lezen in Deut 34:
"Nooit meer heeft Israël een profeet gekend als Mozes, met wie de HEER zo vertrouwelijk omging.". In de oude vertaling staat dat Mozes de heer van aangezicht, tot aangezicht kende. Zoiets wordt zelfs van Petrus of Paulus niet geschreven, en daarmee kan niemand zich dus vergelijken.
Als er ooit al een mogelijkheid had bestaan dat een dominee, of ambtsdrager een ander mens zou kunnen uitkiezen om die tot mede-dominee, of ambtsdrager te kunnen maken, dan had de Eeuwige dat toch wel aan Mozes geopenbaard, maar zelfs van Mozes lezen we dat hij tot G*d bidt en vraagt of Hij zijn opvolger aan wil wijzen. Nummeri 27:
"Mozes antwoordde de HEER: 16 ‘Moge de HEER, de God die aan al wat leeft de levensadem schenkt, dan iemand over het volk aanstellen 17 die het kan leiden en de troepen kan aanvoeren, zodat het volk van de HEER niet wordt als een kudde schapen zonder herder.’ 18 De HEER zei tegen Mozes: ‘Laat Jozua, de zoon van Nun, bij je komen; hij is een man die geestkracht bezit. Leg hem de hand op 19 en laat hem plaatsnemen voor de priester Eleazar en voor de hele gemeenschap. Draag in ieders aanwezigheid de leiding aan hem over 20 en laat hem delen in het aanzien dat jij geniet."
Als later het volk om een koning vraagt, dan zegt de Eeuwige niet tegen Samuel: Kies jij maar iemand tot koning, nee, de Eeuwige zegt:
"‘Morgen om deze tijd stuur ik je een man uit Benjamin. Hem zul je zalven tot vorst over mijn volk Israël. Hij zal mijn volk bevrijden uit de greep van de Filistijnen, want ik heb me hun lot aangetrokken en hun roep om hulp gehoord.’ 17 Zodra Samuël Saul zag, liet de HEER hem weten: ‘Dit is nu de man over wie ik je gezegd heb: “Hij zal mijn volk beteugelen.”’"
Op eenzelfde manier werd ook David tot koning aangesteld. Er vond geen stemming plaats, of verkiezing of wat dan ook. Sterker nog: Samuël denkt bij iedere broer van David die hij ziet ‘dit zal ‘m wel zijn’. Maar niets is minder waar. Ook Samuel moet door de Heer erop gewezen worden dat de Allerhoogste het hart aanziet en niet de uiterlijkheden. Zou er een stemming hebben plaatsgevonden, of zou Samuël zelf iemand hebben uitgekozen, dan was David vast nooit koning zijn geworden met alle consequenties van dien. De keus van de Eeuwige is toch altijd het beste en de bijbel leert duidelijk dat Hij Zelf mensen uitkiest die dienstbaar voor Hem kunnen zijn; het eigenmachtig aanstellen van mensen leidt slechts tot waarvoor Paulus Timotheüs waarschuwt:
‘Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoetkomen en hen naar de mond praten. 4 Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels’.
Er staat zelfs dat onze Heer gewacht heeft op zijn roeping. Hij is niet zomaar op een van de een op de andere dag het land doorgetrokken om het evangelie te verkondigen, maar er staat in Hebreën:
"5 Christus heeft zich de eer hogepriester te worden evenmin zelf verleend, dat deed degene die tegen hem zei: ‘Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.’ 6 Ergens anders zegt hij iets vergelijkbaars: ‘Jij zult voor eeuwig priester zijn, zoals ook Melchisedek dat was.’ "
Als dus zelfs de Heer wacht op een Goddelijke roeping, dan hebben mensen toch al zeker niet het recht om uit zichzelf het priesterschap aan te nemen, dus zonder Goddelijke roeping.
Als we een voorbeeld nemen uit het dagelijks leven, dan zal geen enkele werkgever ervan gediend zijn dat iemand zichzelf tot werknemer van hem maakt, en in de naarm van de werkgever allerlei dingen gaat doen. Iedere werkgever zal natuurlijk zelf zijn werknemers willen kiezen.
Ons verstand zegt ons al dat de Eeuwige dit ook zal willen doen, maar wat het allerbelangrijkste is: de bijbel leert ons dat. In Handelingen 13 wordt beschreven op welke manier de roepingen plaats vinden, namelijk door de Heilige Geest, en zoals ook in het OT beschreven (zie de bovenstaande voorbeelde) door de mond van de profeten:
“1 Er waren in de gemeente van Antiochië profeten en leraren, onder wie Barnabas, Simeon die Niger werd genoemd, Lucius de Cyreneeër, Manaën, een jeugdvriend van de tetrarch Herodes, en Saulus. 2 Op een dag, toen ze aan het vasten waren en een gebedsdienst hielden voor de Heer, zei de heilige Geest tegen hen: ‘Stel mij Barnabas en Saulus ter beschikking voor de taak die ik hun heb toebedeeld.’ 3 Nadat ze gevast en gebeden hadden, legden ze hun de handen op en lieten hen vertrekken.
4 Zo werden Barnabas en Saulus uitgezonden door de heilige Geest.”
Zij voelden dus niet zelf een roeping, of werden beroepen door een andere gemeente, maar werden geroepen door de Heilige Geest. Deze roeping was geen uitzondering, maar was al was algemeen gebruik. In Handelingen 20 zegt Paulus tegen de ambtsdragers van de gemeente in Efeze” 28 Zorg voor uzelf en voor de hele kudde waarover de heilige Geest u als herder heeft aangesteld; u bent de opzieners van Gods gemeente, die hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon.”
Een roeping vindt dus niet plaats omdat mensen zichzelf die eer aan willen nemen, maar omdat zij door de Heilige Geest geroepen worden, zoals hierboven beschreven. Je leest hierboven al dat in de gemeente waar Paulus en Barnabas geroepen werden, onder meer profeten aanwezig waren. Dat de kerk tegenwoordig de gave van profetie niet meer bezit, is al betreurenswaardig, maar het brengt ook met zich mee dat mensen niet meer geroepen kunnen worden op de manier zoals het in de bijbel beschreven staat. Daarom waarschuwt Paulus er ook voor: "Doof de Geest niet uit 20 en veracht de profetieën niet die hij u ingeeft."
Simpelweg omdat mensen de Geest wel hebben uitgedoofd, kunnen er geen mensen meer direct door de Eeuwige tot het ambt geroepen worden, maar moeten mensen een soort van verkiezing houden, die nergens in de bijbel ondersteund wordt en die lijnrecht ingaat tegen de voorbeelden in de bijbel waaruit blijkt hoe mensen wél door de Allerhoogste Zelf geroepen werden om dienstbaar te zijn voor Hem.
11 En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, 12 om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, 13 totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. 14 Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. 15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.(Efeze 4).
Mazzel,
Levi