quote:
Dat is niet "de gereformeerde visie" maar "Paulus' visie":
quote:
Romeinen 3
9 Wat dan? Worden anderen boven ons gesteld? In geen enkel opzicht; wij hebben immers tevoren Joden zowel als Grieken beschuldigd, dat zij allen onder de zonde zijn, 10 gelijk geschreven staat:
Niemand is rechtvaardig, ook niet één, 11 er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt; 12 allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden;
er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet één.
13 Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen; 14 hun mond is van vloek en bitterheid vol;
15 Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten, 16 verwoesting en ellende zijn op hun wegen,
17 en de weg des vredes kennen zij niet. 18 De vreze Gods staat hun niet voor ogen.
19 Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hén spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God, 20 daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen.
Daarnaast geven de historische boeken (Samuel, Koningen, Kronieken, de profeten, etc) bewijs van deze stelling. Zelfs het volk van God, wat n.b. de Tempel (en daarin God Zelf) in hun midden had, blunderde keer op keer (zacht gezegd). En zelfs diegenen die in de bijbel als 'rechtvaardigen' aangeduid worden (David, Mozes, etc) zijn zondig, en worden daarop gewezen.
Het is dus eerder de vraag wat er bedoeld wordt met Deut. 30:14
"Nee, die geboden zijn heel dichtbij, u kunt ze in u opnemen en ze u eigen maken; u kunt ze volbrengen."?
Mijn suggestie: het gaat bij de wet inderdaad om - als je ze neutraal bekijkt - dingen die te doen
zouden moeten zijn. Er zijn geen wetten over 100 minuten achter elkaar niet ademen, om daarmee je zaligheid te bereiken, of over het leven als een heilige, zittend op een paal en al je geld weggevend, etc.. Dus je zou inderdaad zeggen dat een mens die écht volledig heilig zou leven zoals God dat wil, gewoon de wet volbrengt. De geschiedenis laat echter zien dat dat
niet gebeurt, en Paulus stelt dat het niet kan. Waarom niet? Misschien omdat alhoewel je zou zeggen dat het in principe mogelijk zou moeten zijn om levenslang elke seconde van je bestaan volledig heilig naar Gods wil te leven, het in de praktijk niet zo uitwerkt. Een verschil tussen 'praktijk' en 'in principe' dus.
Daarnaast is het de vraag wat er precies met 'de wet' bedoeld wordt. Is dat met, of juist zonder de
escape-clausules? Wat ik daarmee bedoel zijn de vele offers ter verzoening en vergeving die beschreven worden in de wetboeken. Die 'wetten' zijn op zich geen 'wetten' in de zin van regels hoe je met je naaste om moet gaan, maar het zijn 'ontsnapmogelijkheden' die na een zonde de mogelijkheid tot vergeving bieden. Dus zonder 'escape mogelijkheden' is de wet niet haalbaar, maar
met de 'escape' wel. Als mensen oprecht een beroep doen op de verzoening en barmhartigheid van God, dan worden ze gerechtvaardigd (David, etc). En Jezus' offer aan het kruis is dan ook het
super-offer wat ééns en voor altijd in de plaats kan komen van alle 'particuliere' offers van alle tijden:
quote:
Rom. 3
21 Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, 22 en wel gerechtigheid Gods door het geloof in [Jezus] Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. 23 Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, 24 en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. 25 Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden – 26 om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is.
Hebr. 9
Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, 7 maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedreven. 8 Daarmede gaf de heilige Geest te kennen, dat de weg naar het heiligdom nog niet openlag, zolang de eerste tent nog bestond. 9 Dit was een zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd, in zoverre gaven en offers gebracht werden, die niet bij machte waren hem, die (God daarmede) dient, voor zijn besef te volmaken, 10 daar zij met hun spijzen en dranken en onderscheiden wassingen slechts bepalingen voor het vlees zijn, opgelegd tot de tijd van het herstel.
11 Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping, 12 en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed, eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf. 13 Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden, 14 hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen? 15 En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden.
Hebr. 10
1 Want daar de wet slechts een schaduw heeft der toekomstige goederen, niet de gestalte dier dingen zelf, is zij nimmer in staat ieder jaar met dezelfde offeranden, die onafgebroken gebracht worden, degenen, die toetreden, te volmaken. 2 Immers, zou anders het offeren daarvan niet opgehouden zijn, doordat degenen, die de dienst verrichten, na eenmaal gereinigd te zijn, generlei besef van zonden meer hadden? 3 Doch door die offeranden werden ieder jaar de zonden in gedachtenis gebracht; 4 want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen.
5 Daarom zegt Hij <Jezus dus> bij zijn komst in de wereld:
Slachtoffer en offergave hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid;
6 in brandoffers en zondoffers hebt Gij geen welbehagen gehad.
7 Toen zeide Ik: zie, hier ben Ik – in de boekrol staat van Mij geschreven – om uw wil, o God, te doen.
Er is dus in feite niks veranderd, omdat nog steeds geldt dat we de wet niet kunnen volbrengen, maar wel van de escape-clausule gebruik kunnen maken. Alleen waar het ten tijde van het OT nog ging om de 'voorafschaduwingen' van de offers, gaat het nu om het éne grote échte offer: Jezus.