quote:
kajem schreef op 13 november 2006 om 12:50:......................als het gaat om uitverkiezing:
Naar aanleiding van dordtse leerregels uit GL. Ik weet niet of ik veel tijd kan steken in het verdedigen van onderstaande en of ik daar voldoende talent voor heb.
Ik gooi het gewoon in de groep degene die reageert en insteekt prima, hierna mijn reactie op een post van roodkapje waar een aantal verwijzingen en vergelijkingen aan de orde kwamen betreffende de dordtse leerregels en uitverkiezing. Ik laat me graag leren en ga ervan uit dat dit ook zo door een ieder wordt opgepakt. Ik zit namelijk tussen de twee opvattingen in op dit moment. de sleutel daartoe lijkt me een geheimenis die we als mensen niet kunnen doorgronden. Dus.....
Ten eerste lijkt het me van belang dat je in het oog houdt dat je wel de juiste weergave van de DL bekritiseert. Ik heb heel lang gedacht dat ik nooit in de DL kon geloven omdat ik a) een karikatuur maakte van wat de DL leerden b) de DL te zwart-wit benaderde en c) doordat ik de historische context niet betrok bij het lezen. (Vandaar dus mijn topic).
quote:
Waaruit halen we de leer van de dubbele predestinatie.
De leer van dubbele predestinatie komt van Calvijn, en wordt heel vaak gekarikaturiseerd en die karikatuur wordt dan onderuit gehaald. Voilà, een stroman.
Zo wordt gezegd dat er behalve een eeuwige uitverkiezing vanaf de grondlegging van de wereld (Efeziers 1:4) dan ook een eeuwige verwerping vanaf de grondlegging van de wereld zou zijn. Dus met andere woorden: sommige mensen zijn door God uitgekozen en gaan geloven, en andere mensen gaan niet geloven omdat God ze verworpen heeft. Die laatste groep zou dan geen schijn van kans maken om ooit te gaan geloven omdat God ze dus niet uitverkoren zou hebben.
Als de Dordtse Leerregels dit in navolging van Calvijn geleerd zouden hebben, dan zou ik ze niet willen onderschrijven, om de simpele reden dat ik dit niet terugvind in de Bijbel. Het is zelfs zo dat ik de DL heel lang niet heb willen onderschrijven omdat ik dacht dat dit was wat men met 'dubbele predestinatie' bedoelde. Gelukkig bleek dit op een misverstand mijnerzijds (door slecht lezen) te berusten.
quote:
Hoe zit het met uitverkiezing naar voorkennis tegenover uitverkiezing naar bepaalde keuze.
In 1 petrus 1 staat:
1 Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de vreemdelingen, die in de verstrooiing zijn in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bitynië, 2 de uitverkorenen naar de voorkennis van God, de Vader, in heiliging door de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenging met het bloed van Jezus Christus: genade en vrede worde u vermenigvuldigd.
Voorgaande wordt geschreven over een groep gelovigen. Niet naar uitverkiezing maar naar
de uitverkorenen naar de voorkennis van God. Dat lijkt me wat anders dan staat in artikel 6.
Ik zie niet waar 1 Petrus 1 in tegenspraak is met artikel 6: "God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit." Dat impliceert toch dat er uitverkiezing naar voorkennis is? En dat is ook exact wat 1 Petrus 1 zegt. De mensen aan wie Petrus zijn brief richt zijn 'uitverkorenen naar de voorkennis van God de Vader, in heiliging door de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenging met het bloed van Jezus Christus'. Ik zie het probleem eigenlijk niet.
quote:
Ik zou graag een tekst willen zien waar een directe relatie is tussen uitverkiezing en verwerping.
Als gereformeerden kijken we naar grote lijnen, maar dat hoef ik jou niet te vertellen, jij bent langer gereformeerd geweest dan ik. Zo geloven nagenoeg alle christenen in de Drie-eenheid zonder dat er een tekst in de Bijbel staat waarin er een directe relatie beschreven wordt tussen de Personen Vader, de Zoon en de Geest. Hetzelfde geldt voor de Tweenaturenleer. Gereformeerden beschouwen de Bijbel als een Boek waarin één verhaal verteld wordt, waar één grote rode lijn loopt van Genesis tot Openbaring en je komt stukjes rode lijn overal tegen. Belijdenisgeschriften vatten die rode lijn samen en verwijzen losjes naar Bijbelteksten.
quote:
Mij lijkt voorts de tekst van johannes 3 vanaf vers 34 welke vooraf gaat aan vers 36 (en geciteerd als onderbouwing van arminius) heel belangrijk:
34 Want Hij, die God gezonden heeft, die spreekt de woorden Gods, want Hij geeft de Geest niet met mate. 35 De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alles in handen gegeven. 36 Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.
Immers Gods rechtvaardigheid naar hemelse Zuiverheid is zo groot dat Hij onze zonden liet wegdoen door Zijn Zoon. In Gods licht kan geen onzuiverheid bestaan. Daartoe is JC onze Middelaar geworden. Die Middelaar wil zijn voor hen die in Hem geloven en zich willen laten leiden door Zijn HG.
In dit verband is het wel aardig om te laten zien wat er vóór Johannes 3:34 gebeurt: Er is een gesprek met Nicodemus over de wedergeboorte en daarna trekt Jezus met z'n discipelen naar Judea en er werd daar gedoopt. Dan ontstaat er een discussie tussen
een Jood en de leerlingen van Johannes
over het reinigingsritueel(!):
quote:
Johannes 3:
25 Er ontstond een discussie tussen de leerlingen van Johannes en een Jood over het reinigingsritueel. 26 Ze gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: ‘Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar hem toe!’ 27 Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. 28 Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de messias niet, maar ik ben voor hem uit gezonden.” 29 De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. 30 Hij moet groter worden en ik kleiner.
31 Hij die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards en spreekt de taal van de aarde. Hij die uit de hemel komt en boven allen staat, 32 getuigt van wat hij gezien en gehoord heeft, en toch wordt zijn getuigenis door niemand aanvaard. 33 Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bevestigt daarmee dat God betrouwbaar is.
Dus waar ligt de nadruk voor vers 34? "Een mens kan alleen ontvangen door wat hem door de hemel gegeven wordt". En dat is natuurlijk Jezus. En dan: "Wie zijn getuigenis
wel aanvaardt, bevestigt daarmee dat God betrouwbaar is." Dat is dus precies wat de DL ook zeggen!
quote:
en daarkomt - ie weer johannes 3 vanaf vers 16
16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. 17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. 19 Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. 20 Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn werken niet aan de dag komen; 21 maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn werken blijke, dat zij in God verricht zijn.
We doen weer hetzelfde als net: wat is de CONTEXT van johannes 3 vanaf vers 16?
quote:
14 De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, 15 opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft.
En dan daarvoor dus het gesprek met Nicodemus.
Waar gaat het dan om? Niet om het 'in Hem geloven'. Het gaat om hoe Gods liefde aan ons is geopenbaard: namelijk door het zenden van Jezus Christus als onze verlosser. Dat doet God uit genade: hij is er niet toe verplicht. Iedereen die die genadegave aanneemt, heeft in Hem eeuwig leven. Weer: het initiatief ligt bij God en NIET bij de mens. Er valt niet zoveel te geloven als God niet eerst het geloof aanbiedt.
Vergelijk wat de DL hierover zeggen:
quote:
ARTIKEL 1
Alle mensen hebben in Adam gezondigd en verdienen Gods vloek en de eeuwige dood. Daarom zou God niemand onrecht gedaan hebben, als Hij besloten had het hele menselijke geslacht aan zonde en vervloeking over te laten en vanwege de zonde te veroordelen. De apostel zegt immers: "De hele wereld is voor God strafwaardig. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods" (Rom. 3, 19.23). En: "Het loon, dat de zonde geeft, is de dood" (Rom. 6, 23)
ARTIKEL 2
Maar hierin is de liefde van God geopenbaard, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
ARTIKEL 3
Om de mensen tot het geloof te brengen zendt God in zijn goedheid verkondigers van deze zeer blijde boodschap tot wie Hij wil en wanneer Hij wil. Door hun dienst worden de mensen opgeroepen tot bekering en tot geloof in Christus, de gekruisigde. "Want hoe zullen zij geloven in Hem van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker? En hoe zal men prediken zonder gezonden te zijn?" (Rom. 10, 14.15).
God is dus Degene die het initiatief neemt, en NIET de mens. Arminius stelt dat je als mens moet gaan geloven om zalig te worden, het initiatief ligt dan bij de mens, maar bij God.
quote:
In vers 20 en 21 staat naar mijn mening iets actiefs. De hater GAAT NIET tot het licht, WANT hij heeft IETS TE VERBERGEN maar wie de waarheid DOET, GAAT tot het licht opdat van zijn werke blijke dat ze in God verricht zijn. Dit blijken is het gevolg van de waarheid DOEN. Gods werk komt zo aan het licht.
En wat wil je hier precies mee zeggen?
quote:
Voorts wat kanttekeningen bij de onderbouwing van artikel 6.
de verwijzing naar handelingen 15 vers 18 zegt helemaal niets over de uitverkiezing maar naar het weder oprichten van de vervallen hut van David, zodat het overige deel der mensen de Here zoeken en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen.
Deze DINGEN DOET de Heere, welke van eeuwigheid bekend zijn. Ik mis hier het verband met uitverkiezing.
Misschien een hint: wat is de overeenkomst met het opnieuw oprichten van de vervallen hut van David,
zodat het overige deel der mensen de Here zoeken en ale heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, de komst van Jezus, en het offer van Jezus?
Waarom richt God die hut weer op? Waarom stuur God Jezus naar ons? Waarom offert Jezus Zichzelf? Toch allemaal om dezelfde reden? Omdat God vanaf het begin af aan al van plan was om mensen te maken en tussen hen te verkeren? En toen de zonde daar scheiding in aanbracht is het werk van God toch samen te vatten als: allerlei activiteiten om die scheiding weer ongedaan te maken? Dat heeft ALLES met uitverkiezing te maken!
quote:
Betreffende efeze 1 vers 11 is het belangrijk te weten dat geschreven wordt aan gelovigen. Dan is het natuurlijk logisch dat je schrijft dat ze tevoren bestemd waren het erfdeel te ontvangen naar het voornemen van Hem die in alles werkt naar de raad van Zijn wil. Hier wordt geschreven over betreffende gelovigen en staat niets over de mensen die daar op dat moment niet bij horen.
Hier wordt geschreven dat de gelovigen in Christus het erfdeel ontvangen hebben, waartoe zij als gelovigen naar de Wil van God bestemd waren en die in dat alles werkt naar de raad van zijn wil. Het gaat om de bestemming van de gelovigen. Het gaat niet om uitverkiezing.
Daar gaat het wel om. Heb je vers 1 t/m vers 11 achter elkaar gelezen?
quote:
Efeziërs 1
1 Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus. Aan de heiligen in Efeze, aan de gelovigen die één zijn in Christus Jezus. 2 Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van Jezus Christus, de Heer.
3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend.
4 In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, 5 en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, 6 tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon.
7 In hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade 8 die God ons in overvloed heeft geschonken. Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht 9-10 dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus.
11 In hem heeft God, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld 12 om vanaf het begin onze hoop te vestigen op Christus, tot eer van Gods grootheid.
13 In hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is 14 als voorschot op onze erfenis, opdat allen die hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid.
Wat is hier onduidelijk aan? Er staat toch duidelijk in vers vier dat er uitverkiezing heeft plaatsgevonden en de rest van de hele Efeziërbrief borduurt daar op voort. Paulus opent er niet voor niets mee.
quote:
Zo lees ik het en blijf dus met veel vragen zitten, maar er zullen ongetwijfeld nog bijdragen volgend die me leren e.e.a. in de juiste context te lezen of mijn blinde vlekken weg te werken.
Ik hoop dat ik wat licht op je blinde vlekken heb laten vallen.
