quote:
Levi schreef op 18 juni 2006 om 19:38:[...]
Deborah was inderdaad Rechter en profetes, maar géén priester. Alléén mannelijke Levieten dienden als priesters, en dan nog in plaats van alle eerstgeboren mannelijke Israeli's.
En dan moesten ze ook nog van het geslacht van
Aaron zijn om priesterdienst te kunnen vervullen.
Een Levietendienst was iets wat de Levieten vervulden, maar dit is een anderssoorige dienst dan een priesterdienst.
quote:
Ik vind het jammer om te zien dat de bijbel vaak gebruikt is, of wordt (zie de SGP) om vrouwen 'ondergeschikt' te maken aan de mannen.
Het nieuwe testament staat vol van vrouwen die de gave van profetie hebben. Daarbij komt dat Paulus schrijft dat vrouwen het hoofd gedekt moeten hebben wanneer zij bidden of profeteren. Hieruit blijkt dus dat vrouwen niet alleen profeteerden binnen de gemeenten, maar ook baden.
Bidden of profeteren kunnen vrouwen prima buiten de 'samenkomst van de gemeente' op zondag, zeg maar. Je kunt m.i. niet stellen dat omdat er staat dat als vrouwen bidden of profeteren ze hun hoofd moeten dekken, dat ze dat
dus in de kerkdienst deden.
quote:
Slechts de priesterlijke handelingen worden in de bijbel niet verricht door vrouwen, en ik meen daaruit af te kunnen leiden dat dit ziet op Christus en de gemeente, zoals Paulus schrijft.
De vrouw is het beeld van de gemeente. Zij mag bidden en profeteren, maar het onderwijzen van de gemeente komt toe aan Christus. Wanneer vrouwen prediken wordt dit beeld verstoort: als zou de gemeente aan Christus leren 'hoe de vork in de steel zit'.
Interessante uitleg.

Als een vrouw 'profeteert' dan is toch ook bezig Christus iets te vertellen/uit te leggen?
Het beeld van de vrouw is de Gemeente en de man Christus, komt naar voren in
Efeze 5.
22 Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, 23 want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. 24 Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles.
Dit gaat over het huwelijk en daar is de vrouw beeld van de gemeente die in alles aan Christus onderdanig is.
Gods ordening wordt verder uitgewekt in
1 Kor. 11
3 Ik wil echter, dat gij dit weet: het hoofd van iedere man is Christus, het hoofd der vrouw is de man, en het hoofd van Christus is God.
Je uitleg is wel correct m.i. in de zin van: In de gemeente mag de man spreken omdat als hij spreekt,
in beeld zijn hoofd spreekt en dat is Christus:
1 Kor 11: 3
het hoofd van iedere man is ChristusAls de vrouw zou spreken is dit
in beeld dat eigenlijk de man aan het woord is:
1 Kor. 11; 3
het hoofd der vrouw is de manEn dat is in de gemeente niet de bedoeling. Daarom moet volgens 1 Kor 14 de vrouw zwijgen in de gemeente.
Om dat duidelijk te maken is de hoofdbedekking: als de man aan het woord is, ziet hij aan de hoofdbedekking van de vrouw
dat het niet om hem gaat (het hoofd van de vrouw is de man en dat wordt bedekt) maar Christus moet spreken: de man bedekt zijn hoofd niet: het gaat om Christus:
7 Want een man moet het hoofd niet dekken: hij is het beeld en de heerlijkheid Gods,