Jesaja 53:Hoe kan ik een boek beoordelen aan de hand van slechts twee bladzijden? Een relatief klein fragment uit het Boek van Jesaja – het laatste stukje van hoofdstuk 52 en hoofdstuk 53 – verwijst naar een knecht (עבד) die enige gelijkenis vertoont met figuren als Mozes (die eveneens de knecht van God genoemd werd, bijvoorbeeld in Numeri 12:7), Rabbi Akiba (vooral i.v.m. zijn dood), Jezus (voornamelijk vanwege zijn kruisiging, offer en onschuld), etc.
Om te zien wie de knecht uit het Boek Jesaja is, zullen de betreffende passage in de context moeten bekijken van het Boek waarin hij staat.
Ten eerste: Allereerst is van belang te achterhalen wat Jesaja zegt over de knecht. Slechts elf hoofdstukken voor het bewuste hoofdstuk 52b-53, zegt het Boek:
quote:
Jesaja 41:8-9:
Maar jij, Israel, Mijn knecht! jij Jakob, die Ik uitverkoren heb! het zaad van Abraham, Mijn liefhebber!
9 Jij, welke Ik gegrepen heb van de einden van de aarde, en uit haar bijzonderste geroepen heb; en zeide tot u: Jij bent Mijn knecht; u heb Ik uitverkoren, en heb u niet verworpen.
Hier wordt onmiskenbaar Israel God’s knecht genoemd.
(Terzijde: Er staat in Jesaja 42:22:והוא עם בזוז ושסוי dat betekent letterlijk:
"en hij is een beroofd en geplunderd volk". Het geplunderde en beroofde volk Israel wordt ook hier met de "hij" (de knecht) gelijkgesteld. Echter, sommige vertalingen vertalen הוא (hij) incorrect met
"dit").
Slechts acht hoofdstukken voor het bewuste hoofdstuk 52b-53:
quote:
Jesaja 44:1:
Maar hoor nu Mijn knecht Jakob, en Israel, die Ik uitverkoren heb!
Weer wordt letterlijk Israel God’s knecht genoemd.
quote:
Jesaja 44:2:
Zo zegt J-H-W-H, uw Maker, en uw Formeerder van de buik af, Die u helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en jij, Jeschurun, die Ik uitverkoren heb!
Weer wordt onomwonden Israel gelijkgesteld aan God’s knecht.
(
"Jeschurun" is een synoniem voor
Israel, zie bijvoorbeeld:
http://www.infoplease.com/ce6/society/A0826223.html )
quote:
Jesaja 44:21a:
Gedenk aan deze dingen, o Jakob, en Israel! Want jij zijt Mijn knecht, Ik heb u geformeerd
Nogmaals wordt letterlijk Israel God’s knecht genoemd.
quote:
Jesaja 44:21b:
Jij bent Mijn knecht, Israel, jij zult door Mij niet vergeten worden.
Nogmaals wordt de knecht bij naam genoemd: Israel.
quote:
Jesaja 43:10:
Jullie zijn Mijn getuigen, spreekt de J-H-W-H, en Mijn knecht, die Ik uitverkoren heb; opdat jullie het weten, en Mij geloven, en verstaan, dat Ik Degene ben, [dat] voor Mij geen God geformeerd is, en na Mij geen zijn zal.
Weer wordt het volk Israel aan de knecht gelijkgesteld.
Slechts zeven hoofdstukken voor het bewuste hoofdstuk 52b-53:
quote:
Jesaja 45:4:
Om Jakobs', Mijn knechts' wil, en Israels', Mijn uitverkorenen; ja, Ik riep u bij uw naam, Ik noemde u toe, hoewel u Mij niet kende.
Slechts vier hoofdstukken voor het bewuste hoofdstuk 52b-53:
quote:
Jesaja 48:20:
Ga uit van Babel, vliucht van de Chaldeen, verkondig met de stem van het gejuich, doet dat horen, breng het uit tot aan het einde van de aarde, zeg: J-H-W-H heeft Zijn knecht Jakob (Jacob = Israel) verlost!
Steeds weer is Israel de knecht van God.
Slechts drie hoofdstukken voor het bewuste hoofdstuk 52b-53:
quote:
Jesaja 49:3:
En Hij heeft tegen Mij gezegd: Jij bent Mijn Knecht, Israel, door Welke Ik verheerlijkt zal worden.
Nogmaals wordt de knecht bij naam genoemd: Israel.
En kijk naar de context in het
zelfde hoofdstuk:
quote:
Jesaja 52:4:
Want zo zegt J-H-W-H: Toen trok mijn volk naar Egypte om daar als vreemdeling te verblijven, en Assur heeft het zonder reden onderdrukt.
quote:
Jesaja 52:6:
Daarom zal mijn volk in die dagen Mijn naam kennen, dat Ik het ben, Die spreekt: Zie, hier ben Ik.
quote:
Jesaja 52:9:
Breek uit in gejuich, jubel eenparig, puinhopen van Jeruzalem, want J-H-W-H heeft Zijn volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost.
En ter bevestiging: dezelfde knecht – die telkens wordt gelijkgesteld met het volk Israel - wordt eveneens in het meervoud aangesproken:
quote:
Jesaja 54:17:
Elk wapen dat tegen u gesmeed wordt, zal niets uitrichten, en elke tong die zich voor het gericht tegen u keert, zullen jullie in het ongelijk stellen. Dit is het deel van de knechten van J-H-W-H en hun recht van Mijnentwege, luidt het woord van J-H-W-H.
quote:
Jesaja 63:17:
Waarom liet U ons afdwalen, J-H-W-H, van uw wegen, verhardt U ons hart, zodat wij U niet vreesden? Keer weer ter wille van Uw knechten, de stammen van Uw erfdeel.
quote:
Jesaja 65:8:
Zo zegt J-H-W-H: Zoals men, wanneer er nog sap in een druiventros gevonden wordt, zegt: Verderf hem niet, want er ligt een zegen in – zo zal Ik doen ter wille van Mijn knechten, dat Ik niet alles verderf.
quote:
Jesaja 65:9:
En Ik zal uit Jakob nakomelingschap doen voortkomen en uit Jehoedah een erfgenaam voor mijn bergen; mijn uitverkorenen zullen ze bezitten en mijn knechten zullen daar wonen.
quote:
Jesaja 66:14:
Als u het ziet, zal uw hart zich verblijden, en uw gebeente zal gedijen als het jonge groen; de hand van J-H-W-H zal zich aan Zijn knechten doen kennen en Hij zal toornen op zijn vijanden.
Telkens als de knecht/knechten een naam krijgt – en dat gebeurt vele malen -, dan betreft het een verwijzing naar Israel. Daarentegen wordt de Moshiach nergens genoemd onder de titel “knecht.” Daardoor is het niet geheel uitgesloten dat het desondanks om de Moshiach zou kunnen gaan, maar het pleit zondermeer zeer sterk voor de interpretatie waarin de lijdende knecht een verwijzing is naar Israel, of naar het gedeelte dat Israel representeert.
Ten tweede:Er staat niet dat de knecht
omwille van onze schuld heeft geleden, maar
vanwege onze schuld:
" … Maar hij is מפשענו =
vanwege/vanuit onze overtredingen (niet:
"om" onze overtredingen) verwond, ומפשענו =
vanwege/vanuit onze ongerechtigheden (niet:
"om" onze ongerechtigheden) is hij verbrijzeld…"
" … Hij is uit de angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want hij is afgesneden uit het land van de levenden; om (
vanwege!) de overtreding van Mijn volk is de plaag op
hun(!) geweest."
Let ook op למו (
"lamo"), wat letterlijk betekent
"aan/op hun" (
meervoud!). Daar is grammaticaal wel een mouw aan te passen, door de term “naga”, die ervoor komt, mee te nemen in de betekenis van het woord, zodat ook de individuele interpretatie niet onmogelijk wordt. In beide gevallen is de interpretatie waarbij de knecht een verwijzing is naar Israel, of representatief gedeelte van Israel, een goede mogelijkheid. Echter, de interpretatie waarbij de knecht een verwijzing zou zijn naar een individu, zoals de Moshiach, is slechts in één van de gevallen een mogelijkheid. Ook dit spreekt in het voordeel van een pluriforme knecht.
Ten derde: Een ander punt betreft het de term במותיו (b’motav) – dat betekent:
"in zijn doden", en niet:
"in zijn dood".
"In zijn dood" is in het Hebreeuws במותו. Weer een sterk punt dat pleit voor de interpretatie van de knecht als een pluriforme eenheid, in tegenstelling tot een individu. Dit woord speelt een centrale rol in deze discussie over de Triniteit. De
enige manier waarop dit woord de enkelvoudige vorm aan kan nemen, is vanwege het feit dat een meervoudig zelfstandig naamwoord in het Hebreeuws moeiteloos enkelvoudig kan worden begrepen.
Jezus stierf (hooguit) 1 keer voordat hij ten hemel voer. De knecht Israel is een pluriforme eenheid, dus kent het meerdere doden – de doden van Israel. De zin is prima van toepassing op het volk Israel.
Ten vierde: Eveneens belangrijk is de uitdrukking יאריך ימים. Deze uitdrukking is betrekkelijk algemeen in de Tanach en betekent niet
eeuwig leven, maar een duidt op verlenging van het
tijdelijke aardse leven. Er wordt van Jezus gezegd dat hij na zijn opstanding eeuwig leven ontving. De Hebreeuwse combinatie voor "Eeuwig leven" is echter חיי עולם. Aangezien er dus een term bestaat voor het "eeuwige leven", pleit het gebruik van de uitdrukking יאריך ימים door Jesaja, tegen de intentie van het eeuwige leven. Nogmaals: het is zeker niet zo dat bijvoorbeeld de Moshiach, of een ander individu hierdoor uitgesloten wordt. Maar verreweg de meest logische vertaling betreft een verlenging van het tijdelijke aardse bestaan, aangezien beide termen bekend zijn in de Tanach en het Hebreeuwse woordgebruik.
Ten vijfde: De combinatie זרע verwijst altijd naar
biologische nakomelingen – geen spirituele volgelingen. Voor spirituele volgelingen of "figuurlijke" kinderen kan bijvoorbeeld de term בן worden gehanteerd. Een stukje verderop in hetzelfde Boek van Jesaja wordt deze figuurlijke term gehanteerd (
"Zing vrolijk, jij onvruchtbare, [die] niet gebaard hebt! maak geschal met vrolijk gezang, en juich, [die] geen barensnood gehad hebt! want de kinderen (בני) van de eenzame zijn meer, dan de kinderen (מבני) van de getrouwde, zegt J-H-W-H.").
Als je kijkt hoevaak זרע verwijst naar naar
biologische nakomelingen, of echt zaad, en dit afweegt tegenover het aantal keren dat het gebruikt wordt om discipelen mee aan te duiden, dan kom je op ongeveer 200 tegen 0 in het voordeel van
biologisch nakomelingschap, of echt zaad. Dat is een uitslag waar iedere voetbalploeg jaloers op zou zijn. Als je het specifieker gaat bekijken en je alleen concentreert op het Boek Jesaja, dan is de uitslag ongeveer 20-0; ook daar hoeft een voetbalploeg zich niet voor te schamen. En als je het
nog specifieker gaat bekijken, en je je alleen concentreert op die instanties waar זרע naar fysiek nakomelingschap verwijst versus het aantal maal dat het refereert aan discipelen, dan is het 15-0! (zie Jesaja 65:9, , Jesaja 41:8, Jesaja 66:22, Jesaja 43:5, Jesaja 44:3, Jesaja 45:19, Jesaja 45:25, Jesaja 48:19, Jesaja 54:3, Jesaja 57:3, Jesaja 57:4, Jesaja 65:23, Jesaja 1:4, Jesaja 59:21, Jesaja 61:9).
Vooral imposant is, dat de tegenstander geen enkel punt heeft kunnen maken in deze wedstrijd -- nergens wordt זרע gebruikt als referentie naar discipelen. Daarmee is de winst natuurlijk nog niet binnen, maar de voorsprong is veelzeggend.
Ook
dit pleit weer in voordeel voor de interpretatie waarin de knecht naar Israel, of een representatief deel van Israel verwijst.
Ten zesde: De Hebreeuwse combinatie יצדיק צדיק duidt niet op de rechtvaardigheid van de knecht
zelf, maar op het feit dat de knecht rechtvaardigt. De knecht zal de rechtvaardige rechtvaardigen, de rechtvaardige in het gelijk stellen, wettigen.
Ten zevende: Een ander punt is dat veel van de betreffende hoofdstukken grotendeels in de afgeronde tijd zijn geschreven. Dit is niet de wijze waarop profeten toekomstige gebeurtenissen voorspellen: door te zeggen dat ze reeds hebben plaatsgevonden. Slechts een klein gedeelte van Jesaja 52 en Jesaja 53 betreft profetie. Een profetie heeft duidelijke kenmerken en verwijst naar de toekomst. Een voorbeeld:
In I Koningen 13:1-2 wordt geprofeteerd:
quote:
I Koningen 13:1-2:
En zie, een man van God kwam uit Jehoedah, door het woord van J-H-W-H tot Beth-el; en Jerobeam stond bij het altaar, om te roken.
2 En hij riep tegen het altaar, door het woord van J-H-W-H, en zei: Altaar, altaar, zo zegt de J-H-W-H: Zie, een zoon zal in het huis van David geboren worden, wiens naam zal zijn Josia; die zal op u offeren de priesters der hoogten, die op u roken, en men zal mensenbeenderen op u verbranden.
In II Koningen 23:15-17 wordt de profetie vervuld:
quote:
II Koningen 23:15-17:
Daartoe ook het altaar, dat te Beth-el was, [en] de hoogte, die Jerobeam, de zoon van Nebat, welke Israel deed zondigen, gemaakt had; te zamen dat altaar en die hoogte brak hij af; ja, hij verbrandde de hoogte, hij vergruisde ze tot stof, en hij verbrandde het bos.
16 En toen Josia zich omkeerde, zag hij de graven, die daar op den berg waren, en zond heen, en nam de beenderen uit de graven, en verbrandde ze op dat altaar, en verontreinigde dat; naar het woord van J-H-W-H, dat de man van God uitgeroepen had, die deze woorden uitriep.
Jozua 6:26 wordt geprofeteerd:
quote:
Jozua 6:26:
En in die zelfde tijd bezwoer Jozua hen, zeggend: Vervloekt zij die man voor het aangezicht van J-H-W-H, die zich opmaken en deze stad Jericho bouwen zal; dat hij ze grondvestte op zijn eerstgeboren zoon, en haar poorten stelt op zijn jongste zoon!
In I Koningen 16:34 wordt de profetie vervuld:
quote:
I Koningen 16:34:
In zijn dagen bouwde Hiel, de Betheliet, Jericho; op Abiram, zijn eerstgeboren zoon, heeft hij haar gegrondvest, en op Segub, zijn jongste [zoon], heeft hij haar poorten gesteld; naar het woord van J-H-W-H, dat Hij door den dienst van Jozua, den zoon van Nun, gesproken had.
Als er bijvoorbeeld staat "Hij
was veracht en van mensen verlaten" en "hij
was veracht en wij
hebben hem niet geacht" en "Nochtans, onze ziekten
heeft hij op zich
genomen, en onze smarten gedragen; wij echter
hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte", dan betreft het daarmee het verleden. Wanneer Jesaja overschakelt naar de toekomende tijd vanuit een context die verband houdt met het eerder vermeldde verleden, betekent dit automatisch dat het daardoor geen betrekking kan hebben op de toekomt.
En dan is er nog de context van het betreffende hoofdstuk binnen de Tanach:
Jesaja 52:13-15quote:
Jesaja 52:13-15:
13 Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden.
14 Gelijk als velen zich over u ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van [andere] mensenkinderen;
15 Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, [ja], de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welken het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan.
Er zijn Bijbelvertalingen – zoals de bovenstaande Staten Vertaling - die יזה als
"besprengen" vertalen. Het werkwoord wordt op die manier behandeld als een afgeleide van נזה. Dit is niet zondermeer fout, maar omdat het niet gespecificeerd wordt (hetgeen bij de betekenis "besprengen" vrijwel altijd het geval is), is het veel waarschijnlijker dat de betekenis
"verrassen, verbazen" is. Maar hier zijn beide vertalingen mogelijk.
Een deel van dit vers staat in de verleden tijd – daar betreft het dus zaken die zich in Jesaja’s verleden hebben afgespeeld. In Jesaja’s verleden hadden velen zich over Israel ontzet – zijn uiterlijk was meer verdorven dan van andere volken. Echter, in Jesaja’s toekomst zal het volk Israel weer worden verhoogd, hetgeen bij de landen nogal wat verbazing veroorzaakt, aangezien het een vervolgd en gehavend volk is. Israel wordt weer het volk waarin God verheerlijkt zal worden, een "volk van priesters", zoals Exodus 19:6 zegt:
"En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn", en zoals Jesaja het drie hoofdstukken eerder al had gezegd:
quote:
Jesaja 49:3:
En Hij heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Knecht, Israel, door Welken Ik verheerlijkt zal worden.
Een volk waarvan inderdaad het gelaat verdorven was, meer dan van andere volken. Maar dat anderen de weg zal wijzen naar de ene God:
quote:
Zacharia 8:13,23:
En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israels! geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen… Alzo zegt J-H-W-H der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, [dat] God met ulieden is.
Sommige Bijbelvertalingen zeggen in Jesaja 52:14
"aan/over Hem" i.p.v.
"aan/over jou", bijvoorbeeld de Lutherse Vertaling:
"Gelijk velen zich aan hem ergeren zullen…", of de Leidse Vertaling:
"Gelijk velen zich over hem ontzet hebben…". Vreselijk fout. Er staat duidelijk
"aan/over jou" (עליך) – het is uitgesloten dat er
"aan/over Hem" staat.
Jesaja als onderdeel van het Joodse volk (de knecht), praat hier tegen het Joodse volk (de knecht).
Jesaja 53:1quote:
Jesaja 53:1Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wie is de arm van J-H-W-H geopenbaard?
Welke boodschap? Welke prediking? Een half hoofdstuk eerder wordt gezegd:
quote:
Jesaja 52:7:
Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning.
Wat is de
"arm van J-H-W-H "? Door het Boek Jesaja staan meerdere verwijzingen naar de
"arm van J-H-W-H", naar God’s kracht en actie voor de bevrijding van het Joodse volk uit de handen van hun onderdrukkers, zie bijvoorbeeld:
quote:
Jesaja 63:12-13:
Die den arm Zijner heerlijkheid heeft doen gaan aan de rechterhand van Mozes; Die de wateren voor hunlieder aangezichten kliefde opdat Hij Zich een eeuwigen Naam maakte? Die hen leidde door de afgronden; als een paard in de woestijn, struikelden zij niet.
quote:
Jesaja 62:8:
J-H-W-H heeft gezworen bij Zijn rechterhand, en bij den arm Zijner sterkte: indien Ik uw koren meer zal geven [tot] spijs voor uw vijanden, en indien de vreemden zullen drinken van uw most, waaraan gij gearbeid hebt!
quote:
Jesaja 52:10:
… Hij heeft Jeruzalem verlost.
10 J-H-W-H heeft Zijn heiligen arm ontbloot voor de ogen aller heidenen…
quote:
Jesaja 51:9:
Ontwaak, ontwaak, trek sterkte aan, Gij arm van J-H-W-H! ontwaak als in de verledene dagen, [als] [in] de geslachten van ouds; zijt Gij het niet, Die Rahab uitgehouwen hebt, Die den zeedraak verwond hebt?
Ook in de rest van de Tanach wordt vaak gerefereerd naar de "arm van J-H-W-H ", zie bijvoorbeeld:
quote:
Exodus 14:31:
Ook zag Israel de grote hand, die J-H-W-H aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde J-H-W-H, en geloofde in J-H-W-H en aan Mozes, Zijn knecht.
quote:
Exodus 15:6:
O J-H-W-H! heeft den vijand verbroken!
quote:
Deuteronomium 4:34:
…door een uitgestrekten arm, en met grote verschrikkingen; naar al hetgeen J-H-W-H, uw God, ulieden voor uw ogen in Egypte gedaan heeft?
35 U is het getoond, opdat gij wetet, dat J-H-W-H die God is; er is niemand meer dan Hij alleen!
quote:
Deuteronomium 7:19:
De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, en de tekenen, en de wonderen, en de sterke hand, en den uitgestrekten arm, door welken u de J-H-W-H, uw God, heeft uitgevoerd; alzo zal de J-H-W-H, uw God, doen aan alle volken, voor welker aangezicht gij vreest.
quote:
Jeremia 21:5:
En Ik Zelf zal tegen ulieden strijden, met een uitgestrekte hand en met een sterken arm, ja, met toorn, en met grimmigheid, en met grote verbolgenheid.
quote:
Jeremia 27:5:
Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijn grote kracht, en door Mijn uitgestrekten arm, en Ik geef ze aan welken het recht is in Mijn ogen.
quote:
Psalm 44:3(44:4) Want zij hebben het land niet geerfd door hun zwaard, en hun arm heeft hun geen heil gegeven; maar Uw rechterhand, en Uw arm, en het licht Uws aangezichts, omdat Gij een welbehagen in hen hadt.
Verwijzingen te over naar bevrijding van het Joodse volk uit de handen van hun onderdrukkers. Jesaja 53:1 zegt:
"Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm van J-H-W-H geopenbaard?" Dit staat in Jesaja’s verleden tijd. Wie had toen de boodschap geloofd dat God onze Koning was? Israel! Aan wie is de arm van J-H-W-H geopenbaard? Israel!
Jesaja 53:2:quote:
Jesaja 53:2:
Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.
Dit vers staat eveneens in Jesaja's afgeronde (verleden) tijd en geeft de reden voor het ongeloof en de verbazing van de andere landen die zien dat het gehavende Joodse volk uiteindelijk weer wordt verhoogd. Het aangetaste en machteloze volk werd niet in staat geacht ooit nog weer op te komen in heerlijkheid. Vergelijk andere plaatsen in de Tanach waar het Joodse volk eveneens vergeleken wordt met een aangetaste boom of een plant die in de dorre grond staat, bijvoorbeeld Ezechiel 19:13:
quote:
Ezechiel 19:12,13:
12 Maar hij werd door grimmigheid uitgerukt, [en] ter aarde geworpen, en de oostenwind heeft zijn vrucht verdroogd; zijn sterke roeden zijn afgebroken en zijn verdroogd; het vuur heeft ze verteerd.
13 En nu is hij geplant in een woestijn, in een dor en dorstig land.
Maar zoals in het
zelfde Boek Jesaja op meerdere plaatsen wordt aangegeven, is de toekomst van het rijsje, de spruit, in de dorre grond glorieus. En door dit volk zal God verheerlijkt worden:
quote:
Jesaja 60:21:
En uw volk zullen allen te zamen rechtvaardigen zijn, zij zullen in eeuwigheid de aarde erfelijk bezitten; zij zullen zijn een spruit Mijner plantingen, een werk Mijner handen, opdat Ik verheerlijkt worde.
Wat eveneens blijkt op andere plaatsen in de Tanach:
quote:
Hosea 14:6-8:
(7) Zijn scheuten zullen zich uitspreiden, en zijn heerlijkheid zal zijn als des olijfbooms, en hij zal een reuk hebben als de Libanon.
7 (14:8 ) Zij zullen wederkeren, zittende onder zijn schaduw; zij zullen ten leven voortbrengen [als] koren, en bloeien als de wijnstok; zijn gedachtenis zal zijn als de wijn van Libanon.
8 (14:9) Efraim! wat heb Ik meer met de afgoden te doen? Ik heb [hem] verhoord, en zal op hem zien; Ik zal [hem] zijn als een groenende denneboom; uw vrucht is uit Mij gevonden.
quote:
Amos 9:15:
Ik zal hen planten op hun bodem, en zij zullen nooit meer weggerukt worden van den grond dien ik hun gegeven heb; spreekt J-H-W-H, uw god.
Jesaja 53:3:quote:
Jesaja 53:3:
Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een man van smarten, en verzocht in krankheid; en [een] [iegelijk] was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
Dit volgt het principe dat door het gehele Boek Jesaja wordt aangehaald. Het staat in Jesaja’s verleden tijd. Zoals reeds bleek had de verachte knecht - het steeds weer verachte Joodse volk – geen gedaante noch heerlijkheid, geen aanzien dat we begeerd zouden hebben. Het volk – de knecht - had het aanzien van een zieke. Zie wat Jesaja in hetzelfde Boek zegt, bijvoorbeeld:
quote:
Jesaja 1:5-6:
Waartoe zoudt gij meer geslagen worden? Gij zoudt des afvals des te meer maken; het ganse hoofd is krank, en het ganse hart is mat. Van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve; [maar] wonden, en striemen, en etterbuilen, [die] niet uitgedrukt noch verbonden zijn, en geen derzelve is met olie verzacht.
Waar wordt hetzelfde van de Moshiach gezegd?
Of:
quote:
Jesaja 60:15:
In plaats dat gij verlaten en gehaat zijt geweest, zodat niemand door henen ging…
Waar wordt hetzelfde van de Moshiach gezegd?
Of:
quote:
Jesaja 49:7:
Dus spreekt J-H-W-H, de bevrijder van Israכl, zijn Heilige, tot de verachte ziel, tot hem van wien het volk een afschuw heeft, tot dien knecht der overheerschers: Koningen zullen het zien en opstaan, en vorsten zullen aanbidden, om van J-H-W-H wil, die getrouw is, om den Heilige van Israel, die u heeft uitverkoren.
Waar wordt hetzelfde van de Moshiach gezegd?
Jesaja 53:4,5:Hier maken enkele Bijbelvertalingen ineens frappante grammaticale fouten (toeval?):
quote:
Jesaja 53:4-5Voorwaar, hij droeg onze ellenden, en torste onze smarten; maar wij hielden hem voor enen geplaagde, die door God geslagen en vernederd was.
Maar hij is מפשענו = vanwege/vanuit onze overtredingen (niet: "om" onze overtredingen) verwond, מעונתינו = vanwege/vanuit onze ongerechtigheden (niet: "om" onze ongerechtigheden) is hij verbrijzeld. De discipline/straf van onze vrede/welvaart, (en niet: "die ons de vrede aanbrengt" of "opdat wij vrede zouden hebben" of "die wij verdiend hadden") was op hem, dat door zijn striemen ("wonden" is een logischere en waarschijnlijker vertaling dan "striemen". Zie ook Jesaja 1:6, Genesis 4:23, Exodus 21:25, Spreuken 20:30 en Psalm 38:6; hoewel "striemen" niet fout is) ons heling zal zijn.
Het staat weer in Jesaja’s afgeronde tijd, het verleden, en het volgt het principe dat ook in het Boek Jeremia naar voren komt. De andere landen erkennen dat de knecht – het Joodse volk – de pijn heeft gedragen die men hem heeft aangedaan, ten behoeve van hun welvaart. Er wordt erkend dat zij het volk hebben laten lijden, dat ze zich tegoed hebben gedaan aan de knecht voor hun eigen belang en eigen verbetering, zoals eveneens Jeremia zegt:
quote:
Jeremia 50:7:
Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen J-H-W-H, [in] de woning der gerechtigheid, ja, [tegen] J-H-W-H, de Verwachting hunner vaderen.
Waar wordt hetzelfde van de Moshiach gezegd?
En:
quote:
Jeremia 10:25:
Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de geslachten, die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jakob opgegeten, ja, zij hebben hem opgegeten, en hem verteerd, en zijn woning verwoest.
Waar wordt hetzelfde van de Moshiach gezegd?
Ook Jeremia - als hij spreekt over de knecht van God - verwijst naar de acties van de andere landen die van hem (de knecht) een zieke en geplaagde hebben gemaakt. Israel was niet onschuldig, maar de andere landen gingen te ver – zeker toen ze ook nog beweerden dat zij zelf niet schuldig waren aan het leed dat ze het Joodse volk aandeden. En - zoals Jesaja - spreekt eveneens Jeremia van de bevrijding van het volk, de knecht van God, uit de handen van deze landen:
quote:
Jeremia 30:10,17:
Gij dan, vrees niet, o Mijn knecht Jakob! spreekt J-H-W-H, ontzet u niet, Israel! want zie, Ik zal u uit verre [landen] verlossen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en er zal niemand zijn, die [hem] verschrikke…. Want Ik zal u de gezondheid doen rijzen, en u van uw plagen genezen, spreekt J-H-W-H; omdat zij u noemen: De verdrevene. Het is Sion, [zeggen] [zij]; niemand vraagt naar haar.
De Me’am Lo’ez geeft het volgende commentaar:
”Ja, het waren onze schulden”, vertellen de landen – “het waren wij die hen verwondden.” We waren misleid door onze leiders die vertelden dat we hen moesten pijnigen om welvaart te verkrijgen.”Jesaja 53:6:Dit is een belangrijk vers, omdat het twee mogelijkheden kent, twee legitieme vertalingen. De Hebreeuwse tekst zegt:
כלנו כצאן תעינו איש לדרכו פנינו וי-ה-ו-ה הפניע בו את עון כלנו
Dit betekent:
1)
wij allemaal dwaalden zoals schapen, we keerden ieder naar z’n eigen weg, en J-H-W-H diende hem de ongerechtigheid van ons toe.Of:
2)
wij allemaal dwaalden zoals schapen, we keerden ieder naar z’n eigen weg, en J-H-W-H heeft zijn gebeden geaccepteerd voor de ongerechtigheid van ons allen.Beide betekenissen zijn conform de Hebreeuwse tekst.
Vertaling 1 volgt hetzelfde principe als elders in het Boek Jesaja. Zoals gezegd: Israel is zelf zeker niet altijd onschuldig geweest en God hanteert de wreedheid van andere landen als stok om Israel te straffen, zie bijvoorbeeld hoofdstuk 10 begin van hetzelfde Boek Jesaja:
quote:
Jesaja 10:5:
Wee den Assyrier, [die] de roede Mijns toorns is, en Mijn grimmigheid is een stok in hun hand!
De naties erkennen hun dwaling en zien in dat God het Joodse volk - zijn knecht - op hun weg heeft geplaatst om de ongerechtigheden van de landen te gebruiken om Israel mee te straffen.
Vertaling 2 zegt
"heeft zijn gebeden geaccepteerd voor", omdat het werkwoord פגע eveneens kan worden vertaald als
"bidden" of
"(iets) verzoeken". In dat geval heeft God het gebed/verzoek geaccepteerd van de knecht – (de gebeden van het volk Israel) - voor de ongerechtigheid van allen die Israel onderdrukten. Zoals je waarschijnlijk wel weet is het de gewoonte in veel Joodse gemeenschappen om te bidden voor het land of de plek waarin men woont. Zie ook de brief van Jeremia aan de Joodse ballingen in Babylon, waarin de profeet zegt:
quote:
Jeremia 29:7:
En zoekt den vrede der stad, waarhenen Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot J-H-W-H; want in haar vrede zult gij vrede hebben.
Jesaja 53:7:quote:
Jesaja 53:7:
[Als] dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.
Dit vers is zeer tekenend voor hetgeen telkens met het Joodse volk is gebeurd
en een steeds terugkerend thema in de Tanach. Zie bijvoorbeeld Psalm 44:12:
quote:
Psalm 44:12:
Gij geeft ons over als schapen ter spijze, en Gij verstrooit ons onder de heidenen.
Of Psalm 44:23:
quote:
Psalm 44:23:
Maar om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij worden geacht als slachtschapen.
Of Zacharia 11:4-5
quote:
Zacharia 11:4-5:
Alzo zegt J-H-W-H, mijn God: Weidt deze slachtschapen. 5 Welker bezitters hen doden, en houden het voor geen schuld; en een ieder dergenen, die ze verkopen, zegt: Geloofd zij J-H-W-H, dat ik rijk geworden ben! en niemand van degenen, die ze weiden, verschoont ze.
quote:
Zacharia 7:
Dies heb ik deze slachtschapen geweid...
In de Tanach wordt het Joodse volk onmiskenbaar geduid als een volk dat als slachtschapen is behandeld. Waar in de Tanach wordt dit even onmiskenbaar van de Moshiach gezegd?
Jesaja 53:8:quote:
Jesaja 53:8:
Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want hij is afgesneden uit het land der levenden; om (vanwege!) de overtreding Mijns volks is de plage op Hem (hun! – niet "hem") geweest.
Toen het Joodse volk werd gestraft vanwege zonden die het had begaan in het verleden, zette het er geen onrecht of geweld tegenover, maar liet het onrecht over zich heenkomen, zonder zich te verzetten – zoals al eerder bleek in andere verzen.
Ook hier hebben veel Bijbels (toevallig?) een vrij opportunistische zwenking in de vertaling gemaakt.
Wellicht hebben ze למו ,
"lamo" verward met לו (naar/aan hem). למו is een synoniem van להם (hen/henzelf ; aan/naar hen ; voor hen/henzelf).
Indien dit op de meest logische manier was vertaald, was het niet mogelijk geweest om de knecht op een individu van toepassing te laten zijn. Er staat namelijk:
"Vanwege de overtreding mijns volks is de plage op hun geweest.".
Ieder goed woordenboek laat zien dat למו en להם synoniemen zijn. Als gezegd, valt daar wel een grammaticale mouw aan te passen, door de term “naga”, die ervoor komt, mee te nemen in de betekenis van het woord, zodat ook de individuele interpretatie niet onmogelijk wordt. Echter, in beide gevallen is de interpretatie waarbij de knecht een verwijzing is naar Israel, of representatief gedeelte van Israel is, een goede mogelijkheid. Echter, de interpretatie waarbij de knecht een verwijzing zou zijn naar een individu, zoals de Moshiach, is slechts in één van de gevallen een mogelijkheid. Ook dit spreekt in het voordeel van een pluriforme knecht.
I.v.m. למו, zie ook andere toepassingen van למו in het Boek Jesaja:
quote:
Jesaja 16:4:
Laat mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab! wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders (letterlijk: "wordt een schuilplaats voor hen" למו); want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is te niet geworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan.
quote:
Jesaja 23:1:
De last van Tyrus. Huilt, gij schepen van Tarsis! want zij is verwoest, dat er geen huis meer is, dat niemand er meer ingaat; uit het land Chittim is het aan hen (למו) openbaar geworden.
quote:
Jesaja 26:14:
Dood zijnde zullen zij niet [weder] leven, overleden zijnde zullen zij niet opstaan; daarom hebt Gij hen bezocht, en hebt hen verdelgd, en Gij hebt al hun (letterlijk: “je zult iedere nagedachtenis aan hen למו vernietigen”) gedachtenis doen vergaan.
quote:
Jesaja 26:16:
J-H-W-H! in benauwdheid hebben zij U bezocht; zij hebben [hun] stil gebed uitgestort, als Uw tuchtiging over hen למו was.
quote:
Jesaja 30:5:
Hij zal hen allen beschaamd maken door een volk, dat hun (למו) geen nut kan doen, noch tot hulp, noch tot voordeel, maar tot schande en ook tot smaadheid zijn zal.
quote:
Jesaja 43:8:
Breng voort het blinde volk, hetwelk ogen heeft, en de doven, die oren hebben[/u] (letterlijk: "aan hen" למו).
quote:
Jesaja 44:7En wie zal, gelijk als Ik, roepen en het verkondigen, en het ordentelijk voor Mij stellen, sedert dat Ik een eeuwig volk gesteld heb? en laat ze de toekomstige dingen, en die komen zullen, hun (letterlijk "aan hun" למו) verkondigen.
quote:
Jesaja 44:15:
Dan is het voor den mens om te verbranden, dan neemt hij daarvan, en warmt er zich bij; ook ontsteekt hij het, en bakt er brood bij; daarenboven maakt hij er een god van, en buigt zich [daarvoor], hij maakt er een gesneden beeld van, en knielt er voor neder.
Ook de vertaling van bovenstaand vers is niet helemaal correct, omdat zowel למו alsook de context naar meervoud, of een algemeen onderwerp verwijst.
Het vers maakt deel uit van een passage over aanbidders van afgodsbeelden. De meervoudstoepassing van het woord פסל (afgod) is niet ongewoon (Zie bijvoorbeeld Psalm 97:7) en in de Hebreeuwse tekst verwijst Jesaja naar degenen die afgodsbeelden maken en naar de afgodsbeelden zelf – niet naar een enkeling die ייn beeld maakt. Dat is niet alleen in de MT duidelijk, maar eveneens de LXX heeft het betreffende vers correct vertaald:
“en van de rest maken ze voor henzelf goden, en ze aanbidden hen.” Verder is het gebruik van למו een bewijs van de meervoudsvorm, of een aanduiding voor een algemeen onderwerp.
quote:
Jesaja 48:21En: Zij hadden geen dorst, [toen] Hij hen leidde door de woeste plaatsen; Hij deed hun (letterlijk "aan hun" למו) water uit den rotssteen vlieten; als Hij den rotssteen kliefde, zo vloeiden de wateren daarhenen.
Jesaja 53:9:Drie vertalingen:
quote:
Leidse Vertaling:
bij goddelozen werd zijn graf gesteld, bij onderdrukkers zijn grafheuvel, hoewel hij geen geweld had gepleegd, en er geen bedrog in zijn mond was.
quote:
Lutherse VertalingMen heeft hem willen begraven bij de goddelozen, maar hij is in zijnen dood geweest als een rijke, omdat hij niemand onrecht gedaan heeft, noch bedrog in zijnen mond geweest is.
quote:
Staten Vertaling:
En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is.
Bovenstaande Bijbelvertalingen (en vele andere Bijbelvertalingen) hebben iets gemeen. Net als in het voorgaande vers is namelijk eveneens hier opportunistisch omgesprongen met het meervoud. Nu betreft het de term במותיו (b’motajv) – dat betekent in eerste instantie:
"in zijn doden", en niet:
"in zijn dood".
"In zijn dood" is in het Hebreeuws במותו -- (b’moto). De context geeft geen enkele aanwijzing dat het een enkelvoudige applicatie moet zijn – er is werkelijk geen enkele reden om dit woord als enkelvoudig neer te zetten.
Jezus stierf (hooguit) één keer. De knecht Israel is een optelsom van meerdere individuen, dus kent het meerdere doden – de doden van Israel. De zin is prima van toepassing op het volk Israel, maar zonder de opportunistische vertaling van de term במותיו als
"zijn dood", is ook dit vers niet van toepassing op een individu.
Als vervolg op voorgaand vers, wordt hier duidelijk gemaakt dat het Joodse volk er inderdaad geen onrecht tegenover stelde op het moment dat het werd gestraft voor de schulden uit het verleden middels het geweld door andere naties. De geschiedenis laat zien dat veel Joden liever stierven met het Sh’ma op de lippen, dan verder te leven en hun geloof in God af te zweren. Op deze manier werden er velen vermoord. Niet vanwege misdaden, maar vanwege hun Joodse achtergrond of om hun bezittingen. De Holocaust is daar slechts een recent voorbeeld van. Het vers staat in Jesaja’s afgeronde tijd - zijn verleden -, dus hier wordt niet de Holocaust bedoeld, maar de vervolgingen van Israel die in Jesaja’s verleden hebben plaatsgehad.
Jesaja 53:10:quote:
Jesaja 53:10:
Maar het behaagde J-H-W-H hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek. Wanneer hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen van J-H-W-H zal door zijn hand voortgang hebben.
Ten eerste: er staat niet
"wanneer hij zichzelf…", maar
"Als….". Met bovenstaande vertaling wordt het contidionele principe namelijk enigszins verborgen (als… dan….).
Ten tweede staat er niet
"door zijn hand", maar "in zijn hand" (בידו).
Ten derde kan de term אשם op twee manieren worden vertaald. אשם verwijst naar een zonde die met opzet is begaan, zie bijvoorbeeld Jeremia 51:5:quote:
Jeremia 51:5:
…want hunlieder land heeft de schuld vol gemaakt tegen den Heilige van Israel.
In dat geval staat er in Jesaja 53:10:
quote:
Jesaja 53:10
En J-H-W-H wenste hem te verbrijzelen, hij maakte hem ziek. Als zijn ziel schuld zou bekennen, zal hij nakomelingen zien, hij zal zijn dagen verlengen, en God’s doel zal in zijn hand voortgang hebben.
Maar ook de Christelijke vertaling van אשם is hier grammaticaal correct, aangezien het ook kan verwijzen naar een schuld-offer, zie bijvoorbeeld Leviticus 5:15:
quote:
Leviticus 5:15:
Als een mens door overtreding overtreden, en door afdwaling gezondigd zal hebben, [wat] [onwetende] van de heilige dingen van J-H-W-H, zo zal hij tot zijn schuldoffer J-H-W-H brengen een volkomen ram uit de kudde, met uw schatting aan zilveren sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms, ten schuldoffer.
Het conditionele principe (als… dan….) is hier cruciaal. Vergelijk:
quote:
Jeremia 18:8
Maar [indien] datzelve volk, over hetwelk Ik [zulks] gesproken heb, zich van zijn boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hetzelve gedacht te doen.
In dit geval zal de knecht nageslacht zien als hij schuld bekend (of: "zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben").
Eveneens van groot belang is de vertaling van de Hebreeuwse term זרע. De term זרע verwijst naar biologische nakomelingen of naar echt zaad – geen discipelen. Een paar voorbeelden uit het Boek Jesaja uit de directe omgeving van hoofdstuk 53:quote:
Jesaja 65:9:
En Ik zal zaad (זרע) uit Jakob voortbrengen, en uit Jehoedah een erfbezitter van Mijn bergen; en Mijn uitverkorenen zullen het erfelijk bezitten, en Mijn knechten zullen aldaar wonen.
quote:
Jesaja 41:8:
Maar jij, Israel, Mijn knecht! jij Jakob, die Ik uitverkoren heb! het zaad (זרע) van Abraham, Mijn liefhebber!
quote:
Jesaja 66:22:
Want gelijk als die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen staan, spreekt J-H-W-H, zo zal [ook] uw zaad (זרע) en uw naam staan.
quote:
Jesaja 43:5:
Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad (זרע) van de opgang brengen, en Ik zal u verzamelen van den ondergang.
quote:
Jesaja 61:9:
En hun zaad (זרע) zal onder de heidenen bekend worden, en hun nakomelingen in het midden der volken; allen, die hen zien zullen, zullen hen kennen, dat zij zijn een zaad, dat J-H-W-H gezegend heeft.
Eveneens belangrijk is de uitdrukking יאריך ימים . Deze uitdrukking is betrekkelijk algemeen in de Tanach en betekent nIet eeuwig leven, maar een duidt op verlenging van het tijdelijke aardse leven. Zie:quote:
Deuteronomium 17:20
Dat zijn hart zich niet verheffe boven zijn broederen, en dat hij niet afwijke van het gebod, ter rechter [hand] of ter linkerhand; opdat hij de dagen verlenge in zijn koninkrijk, hij en zijn zonen, in het midden van Israel.
quote:
Spreuken 28:16
Een vorst, die van alle verstand gebrek heeft, is ook veelvoudig in verdrukkingen; [maar] die de gierigheid haat, zal de dagen verlengen.
quote:
Prediker 8:13:
Maar den goddeloze zal het niet welgaan, en hij zal de dagen niet verlengen; hij zal zijn gelijk een schaduw, omdat hij voor Gods aangezicht niet vreest.
De Hebreeuwse combinatie voor "Eeuwig leven" is חיי עולם zie Daniel 12:2:
quote:
Daniel 12:2:
En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, [en] tot eeuwige afgrijzing.
Als gezegd: Aangezien er dus een volmaakte term bestaat voor het “eeuwige leven”, pleit het gebruik van de tijdelijke uitdrukking יאריך ימים door Jesaja, tegen de intentie van het eeuwige leven. Nogmaals: het is zeker niet zo dat bijvoorbeeld de Moshiach, of een ander individu hierdoor uitgesloten wordt. Maar verreweg de meest logische vertaling betreft een verlenging van het tijdelijke aardse bestaan, aangezien beide termen bekend zijn in de Tanach en het Hebreeuwse woordgebruik.
Echter het volk Israel voldoet hier prima aan. Israel zal nakomelingen zien en zal zijn dagen verlengen (staat in Jesaja’s toekomst), en God’s doel zal in zijn hand voortgang hebben.
Jesaja 53:11:quote:
Jesaja 53:11
Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, [en] verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.
Er staat יצדיק צדיק en dat betekent niet "mijn rechtvaardige knecht". De Hebreeuwse combinatie יצדיק צדיק duidt niet op de rechtvaardigheid van de knecht zelf, maar op het feit dat de knecht de rechtvaardige in het gelijk zal stellen, hen zal wettigen, verdedigen. Hier werd in het begin van hetzelfde hoofdstuk immers ook al naar verwezen. Israel is een land van priesters, zoals Mozes in Exodus zei. Jesaja zegt het in hoofdstuk 61 zelfs letterlijk ("Doch gijlieden zult priesters van J-H-W-H heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen. 7 Voor uw dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel").
Israel - de knecht van God - zal kunnen oordelen en anderen rechtvaardig kunnen maken vanwege z’n kennis van de Torah en z’n relatie met God, die het volk altijd als leidraad heeft gehad. Israel als licht voor de andere naties is een thema dat herhaaldelijk in het Boek Jesaja voorkomt, zie bijvoorbeeld:
quote:
Jesaja 42:6:
Ik, J-H-W-H, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen.
quote:
Jesaja 60:3:
En de heidenen zullen tot uw licht gaan, en koningen tot den glans, die u is opgegaan.
quote:
Jesaja 61:6-9:
Doch gijlieden zult priesters van J-H-W-H heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen.
7 Voor uw dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel; daarom zullen zij in hun land erfelijk het dubbele bezitten; zij zullen eeuwige vreugde hebben.
8 Want Ik, J-H-W-H, heb het recht lief, Ik haat den roof in het brandoffer, en Ik zal geven, dat hun werk in der waarheid zal zijn; en Ik zal een eeuwig verbond met hen maken.
9 En hun zaad zal onder de heidenen bekend worden, en hun nakomelingen in het midden der volken; allen, die hen zien zullen, zullen hen kennen, dat zij zijn een zaad, dat J-H-W-H gezegend heeft.
Ook op andere plaatsen in de Tanach ondek je hetzelfde thema, zie bijvoorbeeld:
quote:
Zacharia 8:23:
Alzo zegt J-H-W-H der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, [dat] God met ulieden is.
quote:
Zacharia 8:13:
En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israels! geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen; vreest niet, laat uw handen sterk zijn.
quote:
Exodus 19:5-6:
Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn;
6 En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult.
Het Joodse volk heeft eeuwenlang geleden en zal waarschijnlijk nog eeuwenlang lijden vanwege hun Jood-zijn - wat neerkomt op zijn bijzondere relatie met de Torah en God. Soms ook vanwege zijn eigen zonden. Maar altijd heeft een groot gedeelte van het Joodse volk zich aan de Torah en God vastgehouden, vaak tot in de dood. Vanwege deze band, deze kennis en ervaring, heeft het volk vele anderen rechtvaardig gemaakt en vanwege en omwille van anderen geleden, zoals de Tanach op meerdere plaatsen vermeldt.
Jesaja 53:12quote:
Jesaja 53:12:
Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.
Bovenstaande Statenvertaling maakt ook hier een vreemde wending. De Statenvertaling zegt namelijk dat hij voor "overtreders gebeden heeft". De Hebreeuwse tekst zegt: יפגיע, dat is de derde persoon enkelvoud toekomende/tegenwoordige tijd van פגע -- het is onafgerond, dus: "hij zal voor de overtreders voorspreken/bidden" of ”hij is voor zijn overtreders aan het bidden.” Dit is iets wat in veel synagogen op de Shabbat en Heilige dagen gebeurt. God verwacht van zijn volk – z’n knecht - dat deze z’n rol als voorspreker voortzet, zoals het een dienaar betaamt. Een עבד (dienaar, knecht, slaaf) is altijd de mindere van de meester. Daarnaast vertelt Jesaja 53:12 eveneens dat het Joodse volk als God’s knecht, zal worden beloond voor z’n rol. Vergelijk bijvoorbeeld:quote:
Ezechiel 34:27-30:
En het geboomte des velds zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik J-H-W-H ben, als Ik de disselbomen huns juks zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand dergenen, die zich van hen deden dienen.
28 En zij zullen den heidenen niet meer ten roof zijn, en het wild gedierte der aarde zal ze niet [meer] vreten; maar zij zullen zeker wonen, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke.
29 En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en den smaad der heidenen niet meer dragen.
30 Maar zij zullen weten, dat Ik, J-H-W-H, hun God, met hen ben, en dat zij Mijn volk zijn, het huis Israels, spreekt J-H-W-H.
Een nog betere interpretatie van de P’shat betreft het rechtvaardige deel van Israel. Er kan veel over de P’shat gezegd worden; echter, zowel grammaticaal als contextueel is m.i. de meest natuurlijke interpretatie, dat de lijdende knecht naar een collectief van/binnen Israel verwijst.
Maar natuurlijk is de Messiaanse applicatie eveneens mogelijk.
Moshe