quote:
pyro schreef op 09 mei 2007 om 22:12:[...]
Zelf oordelend kom ik tot de eenvoudige conclusie dat je een gnosticus bent die vindt dat de mens zichzelf verlost door te geloven dat God in hem is.
Zondeval? niks zondeval. Leve het 'evangelie' van de slang die 'profeteerde' dat de mens God gelijk zou worden.
Dood? niks dood. Reincarneren zal je, net zolang tot je jezelf nog eens verlost hebt.
Begrijpelijk dat je het offer van Christus dan afwijst. Wel een bizarre gedachtensprong dat de Joden dan ineens wel door het offer vergeving van zonden ontvangen. Alsof Joden opeens wel gereinigd worden van hun zonden, maar alle anderen niet.
Je kunt toch ook gewoon toegeven dat je gnostisch wilt geloven in plaats van te schermen met het zogenaamde 'evangelie van Paulus' ?
Ik wil jouw post nog graag beantwoorden:
Nota bene, pyro, nu beweer je ijskoud, dat ik het offer van Christus steeds afwijs, terwijl ik er juist áltijd op gewezen heb, dat Paulus zo uitdrukkelijk heeft geschreven de Christus, Gods Geest, die voor állen gestorven is (2 Kor.5.15) Hij schreef daarentegen slechts één keer over het offer van Jézus, en dan nog wel zónder zijn naam in de mond te nemen, namelijk in Galaten 4.4. Is dat niet veel betekenend? En als ik daarop dan wijs, komt er een storm van protest opzetten en maakt men deze dúidelijke uitspraak van Paulus tot een leugen. Niemand heeft mij nog kunnen overtuigen, dat Paulus in deze tekst méér bedoelde, dan alleen het volk Israël. Tóch schreef hij, dat de uit een vrouw geboren Zoon van God, het volk dat onder de wet was vrijkocht. En tóch zegt de Schrift in psalm 147, dat God aan geen énkel ander volk een wet gaf! Over onbijbels gesproken! Waar men mij van beschuldigt, doet men juist zélf.
Moet je die bijbeluitleg van sommigen eens lezen. In Romeinen 5. 6 schreef Paulus:
’Zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te zijner tijd voor goddelozen is gestorven’
Hoe zij dit uitleggen? Zij projecteren die zwakte en goddeloosheid van ons doodgewoon terug naar de tijd, vlak vóórdat Jezus aan het kruis gestorven is. Tóen waren wij dan zogenaamd nog zwak en goddeloos. Maar toen Jezus stierf was dit ineens over. We waren niet meer zwak en ook niet meer goddeloos. Dát is nog eens gemakkelijk? Als je deze uitspraken van Paulus zó uitlegt, geef je toe, dat je nog niet weet, wat de bijbel eigenlijk zegt. De apostel Johannes schreef immers in Johannes 1.1.1:
‘HETGEEN WAS IN DEN BEGINNE….’
Wie de betekenis van deze woorden in twijfel trekt, weet niet wat hij doet.
Want deze heilige woorden hebben betrekking op alles wat zij gezien, aanschouwd en met de handen getast hebben van het woord des levens.
Wat úitgebeeld werd, BESTOND AL IN DEN BEGINNE.
Ik geef toe: Moeilijk te verstaan, maar deze heilige woorden Gods zijn de Waarheid. Alles, maar dan ook álles, WAS REEDS VAN DEN BEGINNE! Ik vind het eigenlijk dieptreurig, dat de bijbel op déze wijze wordt uitgelegd.
Ik wil het daarom nóg een keer benadrukken: Ik heb het offer van Christus nooit afgewezen!
Wél heb ik er steeds op gewezen, dat het offer van Jezus’ LICHAAM alléén bestemd was voor het volk waaruit Hij geboren werd (o.a. Galaten 4.4 en Hand.5.31). Je wijst dit zélf ook af, maar je verzuimt wél deze teksten zélf te verklaren. Gemakkelijke ‘gedachtesprong’ om jouw woorden te gebruiken.
‘Niks zondeval’ schreef je en ‘niks dood’. ‘Leve de slang’ enz. enz. Het woord ‘zondeval’ komt niet voor in de Schrift. En de profetie van de slang kwam wél uit. De mens wérd als goden. Een promotie om stil van te worden. Ik denk, dat je al té letterlijk leest!
‘Dood? Niks dood’ schreef je. Volgens Jezus is er Iets in de mens, dat nóóit sterft. Hij bedoelde daarmee ongetwijfeld het goddelijke, hóe je het ook noemt.
Je maakt geen verschil zie ik, tussen vergeving van zonden en verzoening. Het offen dat alleen voor het volk, waaruit Hij geboren werd. Het offer van Jezus’ lichaam betekent géén wereldverzoening, want Hij kwám zelfs niet tot de wereld. Het alzo lief heeft God de wereld gehad, slaat niet op Jezus, maar op Gods Geest, die óók de Zoon van God genoemd wordt! Daarom is er bij het offer van Jezus nog geen sprake van wereldverzoening, hóe graag en gemakkelijk men het er ook inlegt.
Jezelf verlossen?
In Deuteronomium 30. 14 staat al, dat de mens in staat is, om het te volbrengen. Hij kan zelfs kiezen tussen het leven en de dood (vers 19). De gééstelijke dood wel te verstaan, want het gáát in de bijbel hoofdzakelijk over déze doodstoestand. Niet eens over de lichamelijke dood! En let wel, dat deze woorden gesproken werden ná de zogenaamde zondeval. Maar de Here God nam zelfs de hemel en de aarde tegen hen tot getuigen; het leven en de dood stelde Hij de mens voor. Zélf kiezen dus!
Hoe kan dat?
Omdat God álles, maar dan ook álles in de mens gelegd heeft, wat hem in staat zal stellen, het te volbrengen. Nee, niet een ánder zal dat voor hem doen (dat is een dwaalleer) , maar de mens zélf zal het moeten doen. Dánk zij de Gave van Gods Geest! Óók Paulus wijst op zelfwerkzaamheid (Fil.2). Het meest sprekende voorbeeld van zélfverwerkelijking lezen we misschien wel in Johannes 1. 12 en 13, waar sprake is van mensen, die geloofden, dat God hun macht gegeven had (lees nóg eens: die hun macht gegeven had) om zonen Gods te wórden. Hun, die in zijn naam geloven. En zij wérden het zónder Jezus gekend te hebben, want toen was Jezus nog niet aan Israël geopenbaard. Maar zij geloofden, dat het licht, dat komende was in de wereld, IEDER mens verlicht. Dus ook hén!
Het mensbeeld van de christenheid, dat al eeuwen geleerd wordt, heeft de geestelijke zélfwerkzaamheid van de mens ten zeerste afgeremd. Onbekwaam tot enig goed, dát was de leer. Maar geen nood, een Ánder heeft het voor je gedaan.
Strijd om in te gaan? Niet nodig, Jezus heeft alles volbracht.
Strijdt de goede strijd des geloofs. Niet nodig, Jezus heeft alles volbracht.
Tot slot:
Wat moet ik toegeven? Dat ik tracht het evangelie van Paulus ingang te doen vinden? Paulus gebruikte héél vaak de term epi-gnosis. Ook wel het woord gnosis, wat ‘gewone, verstandelijke kennis’ betekent. Déze kennis kan ons opgeblazen maken schreef hij in 1 Kor.8.1. Maar hij schreef meestal over hógere, diepere kennis. Vroeger noemde men dat bevindelijke kennis. Hogere, diepere kennis noemde Paulus bijvoorbeeld het geloof, dat Jezus Christus in ons is (2 Kor.5.13). Wie dat wérkelijk gelooft, heeft hógere en diepere kennis dan verstandelijke kennis. Overigens zijn er vandaag de dag onverdacht rechtzinnige theologen, die niet ontkennen, dat met name het evangelie van Johannes én de brieven van Paulus gnostische kenmerken hebben.