Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchisedek.
Dit is een Psalmtekst (110, 4) die geciteerd wordt in Heb 5, 6.
attah-khohen le-`olam al dibrah Melkhi-tsedek
jij-priester voor-eeuwig volgens manier koning-gerechtigheid
De "manier" of "ordening" van Melchisedek, is dat synoniem met "voor eeuwig" of is dat nieuwe informatie? Gezien de vorige verzen denk ik, dat "naar de ordening van Melchisedek" wijst op de combinatie van koningschap en priesterschap. In vers 1 en 2 zie je een overwinnend koning wiens legers gejuich de victorie vieren; aan het eind van vers 3 blijken ze in religieuze feestkleding te lopen. Zo maakt vers 3 een shift van koning naar priester, die in vers 5 terugkomt in andere richting.
Ik zie de eeuwigheid van de historische Melchisedek hier niet zo in. Evenmin in de andere teksten die je noemt. Het feit dat Melchisedeks biografische informatie ontbreekt in Gen 14, wil nog niet zeggen dat hij geen ouders had, niet geboren was en/of niet stierf.
De focus in Heb 5, 5.6 is, dat Jezus niet door mensen aangesteld is maar rechtstreeks door God. De citaten uit Psalm 2 en Psalm 110 onderstrepen dat: God heeft Zelf gezegd, ja gezworen, dat zijn Zoon-Priester-Koning een eeuwig ambt zou hebben. Melchisedek is daar type in de meest basale zin van het woord, nl. hij wordt via het citaat als voorbeeld genoemd van de combinatie priester-koning. Meer moet je er volgens mij niet achter zoeken.