De opmerkzamen hadden al gemerkt dat ik een zondag heb overgeslagen (hoewel, gezien het aantal reacties zou het aantal opmerkzamen wel eens klein kunnen zijn

), maar om de achterstand wat in te lopen:
17 februari
Tweede zondag van de veertigdagentijd
eerste lezing: Gen. 12, 1 - 4a; antwoordpsalm: Ps. 33; tweede lezing: 2 Tim. 1, 8b - 10; evangelielezing: Mt. 17, 1 - 9eerste lezing: Gen. 12, 1 - 4aDe HEER zei tegen Abram: ‘Trek weg uit uw land, uw stam en ouderlijk huis, naar het land dat Ik u zal aanwijzen. 2 Ik zal een groot volk van u maken. Ik zal u zegenen en uw naam groot maken, zodat u een zegen zult zijn. 3 Ik zal degenen zegenen die u zegenen, maar degene die u verwenst zal Ik vervloeken. Om u zullen alle geslachten op aarde zich gezegend noemen.’
4 Toen ging Abram weg, zoals de HEER hem had opgedragen, en Lot ging met hem mee.
antwoordpsalm: Ps. 331 Rechtvaardigen, juich om de HEER;
wie oprecht is moet Hem eren.
2 Speel op de citer een danklied voor de HEER,
maak muziek voor Hem op de harp.
3 Zing een nieuw lied voor de HEER,
speel met overgave, laat het klinken.
4 Oprecht is het woord van de HEER,
alles wat Hij doet getuigt van trouw.
5 Hij staat voor een rechtvaardig en vast bestel;
de aarde is vervuld van de liefde van de HEER:
6 de hemel is gemaakt door het woord van de HEER,
heel het heir van de sterren door de adem van zijn mond;
7 als in een kruik verzamelt Hij het water van de zee
en in kelders bergt Hij de oceanen.
8 Laat heel de wereld de HEER vrezen,
laat alle bewoners van de aarde ontzag voor Hem hebben;
9 wat Hij uitsprak, dat ontstond,
Hij beval, en het gebeurde.
10 De HEER doorkruist wat de volken beramen,
verijdelt wat naties ontwerpen.
11 Wat Hijzelf beraamt, gebeurt altijd,
wat zijn hart bedenkt, geldt voor elke generatie.
12 Gelukkig het volk waarvan de HEER god is,
de natie die Hij tot zijn erfdeel koos.
13 Vanuit de hemel kijkt de HEER neer,
Hij ziet al de kinderen van de mensen;
14 vanaf de plaats waar Hij troont
overziet Hij alle bewoners van de aarde.
15 Alle harten heeft Hij geboetseerd;
Hij begrijpt dan ook al hun daden
16 en geen koning kan winnen, hoe sterk hij ook is;
hoe krachtig hij ook is, geen krijger kan zich redden;
17 geen strijdros kan instaan voor de zege:
hoe sterk het ook is, redding brengt het niet.
18 Nee, het oog van de HEER rust op degenen die Hem vrezen
en die op zijn liefde vertrouwen.
19 Hij zal hen vrijwaren van de dood,
hen bij hongersnood in leven houden.
20 Vol vertrouwen zien wij uit naar de HEER,
Hij is ons schild, Hij is onze helper.
21 Ja, om Hem is ons hart verheugd,
op zijn heilige naam stellen wij ons vertrouwen.
22 Uw liefde, HEER, zal over ons komen:
wij wachten, wij wachten op U.
tweede lezing: 2 Tim. 1, 8b - 10Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Heer en evenmin voor mij, zijn gevangene, maar draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht van God, 9 die ons gered heeft en ons heeft geroepen met een heilige roeping, niet op grond van onze daden, maar volgens zijn eigen besluit en genade. Die genade is ons van alle eeuwigheid gegeven in Christus Jezus, 10 maar zij is nu openbaar geworden door de verschijning van onze redder, Christus Jezus, die de dood van zijn kracht heeft beroofd en onvergankelijk leven heeft laten oplichten door het evangelie,
evangelielezing: Mt. 17, 1 - 91 Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was. 2 Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht ging stralen als de zon en zijn kleren werden wit als licht. 3 Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek met Hem. 4 Petrus zei daarop tegen Jezus: ‘Heer, het is maar goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten maken, voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.’ 5 Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.’ 6 Toen de leerlingen dat hoorden, wierpen ze zich op de grond en werden ze vreselijk bang. 7 Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: ‘Sta op en wees niet bang.’ 8 Toen ze hun ogen opsloegen, zagen ze niemand meer dan Jezus alleen.
9 Terwijl ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Vertel niemand van dit visioen voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.’