verplaatst vanuit topic landelijke dag van verontrusting;
Het verhaal van de schepping vertelt over Gods schepping die hij voltooid heeft. Het is het feestkleed wat getuigd van zijn bestaan tot de dag van vandaag. Dat is de kern waar het om draait. Vanaf den beginnen creeerde Hij al vanuit het duister het licht. En ook de andere stappen. Inclusief rust, de adem van de schepping, in zeven dagen (tijdperiodes).
Dat geloof ik en wil dat zo eenvoudig mogelijk houden. Maar nu het letterlijk lezen of het niet letterlijk lezen. Een voorbeeld;
3 God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. 4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; 5 het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht.
en vanuit de statenvertaling:
3 En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.
4 En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis. 5 En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht.
voorts vanaf vers 14 staat:
14 God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, 15 en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. 16 God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. 17 Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, 18 om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. 19 Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.
en vanuit de statenvertaling:
En God zeide:er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!
15 En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.
16 God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.
17 En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.
18 En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was.
19 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag.
Kan iemand het verschil uitleggen tusen het eerste en het tweede gedeelte?
kajem