Calvijn zegt erover dat de schepping beschreven is in een voor ieder mens begrijpelijke taal zodat je geen wetenschapper hoeft te zijn om te begrijpen dat de wereld niet direct geordend is geweest, in zoals wij nu de wereld zien, maar dat er van 'eene ledige chaos tot hemel en aarde geschapen werd'
Én in een voor de mens bevattelijke zeven dagen zodat het duidelijk is dat de grasspriet en het zaaddragende kruid niet, ieder met hun eigen voortplanting, niet afhankelijk is van de zon die een dag later vermeld word, maar dat God handelt door de schepselen, ' niet omdat God vreemde hulp nodig heeft, maar omdat het Hem behaagt om zo te handelen'.
Calvijn noemt de wetenschap als nuttig werk ' zodat de bewonderenswaardige wijsheid Gods' ontvouwd kan worden, en dat ' menschen die tijd en bekwaamheid hebben zich niet aan deze oefening mogen onttrekken'.
Dit is een beknopte weergave van tien pagina's, die aan beide zijden beschreven zijn, over Genesis 1.