quote:
Divinespark schreef op 27 mei 2008 om 19:50:Zie Corinthiërs 7. De christelijke partner is de heidense partner tot heiliging. Het mag best als er 2 geloven op 1 kussen zijn.
Bijkomend voordeel is dat het je ook meer in staat stelt om andersdenkenden lief te hebben.
Als dit een probleem is voor kerkmensen, de bijbelse grond is uitsluitend te vinden in het oude testament, dus in de joods-orthodoxe cultuur. Aangezien GKV-ers daar wars van zijn hoeven ze dus ook niet binnen hun eigen kring te trouwen en verder niet.
Divinespark, hoe lees jij 2 Kor. 6 (ook N.T.) dan:
11 Onze mond heeft zich tegen u geopend, Korintiërs, ons hart staat wijd open; 12 bij ons vindt gij niet te weinig ruimte, maar in uw binnenste is het te eng. 13 Maar dan ook gelijk op, – ik spreek als tot mijn kinderen – gij moet ook ruimer worden.
14 Vormt geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeen met wetteloosheid, of welke gemeenschap heeft het licht met de duisternis? 15 Welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial, of welk deel heeft een gelovige samen met een ongelovige? 16 Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft:
Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
17 Daarom gaat weg uit hun midden,
en scheidt u af, spreekt de Here,
en houdt niet vast aan het onreine.
18 en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot Vader zijn
en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn,
zegt de Here, de Almachtige. Vs. 14 is toch een redelijke duidelijke waarschuwing om geen bindingen aan te gaan met ongelovigen.
Daarnaast is het volgens mij ook een kwestie van gezond verstand. Hoe ga je het later doen met evt. kinderen mbt dopen, schoolkeuze, het voorleven, etc. Zou ook je huwelijk/geloof niet kwetsbaarder zijn voor aanvallen van satan, zeker als het echt moeilijk wordt?
Ik weet niet of vs 14 als een verbod gelezen moet worden die specifiek op deze situatie van toepassing is, maar ... ik lees het wel als een waarschuwing voor deze situatie.
1 Kor. 7 lijkt mij meer van toepassing op de praktischie situatie daar dat één van de partners in een bestaand huwelijk tot geloof is gekomen. We hebben het dan over een andere toedracht tot die situatie. In dat geval geldt dat de gelovige bij voorkeur bij de ongelovige partner moet blijven. Misschien kan zij hem tot God leiden? Maar het kan nooit de bedoeling zijn om met ongelovige te trouwen om hem/haar dan misschien tot God te leiden.
Anekdote: Ik sprak laatst nog een vrouw die vertelde dat ze als meisje met een ongelovige jongen was thuisgekomen. Haar vader was heel enthousiast en zei: "Geweldig meid, als jij denkt dat je hem tot God kan leiden moet je dit echt doorzetten." Waarop zij de verkering afbrak, omdat ze besefte dat zij die garantie nooit kon geven.