quote:
Adinomis schreef op 04 september 2008 om 14:06:[...]
Mooi om te horen dat je nog in de leerschool zit. In feite zitten we daar allemaal en het forum is oook bedoeld om van elkaar te leren. Maar ik ben wel van mening dat je een fout begaat als je
de Joden ziet als slangenzaad. Jozef, Maria, Zacharias en Elizabeth, de behoorden allemaal tot de stam van Juda. En:
Joh.1: 12 Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13 Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.
Al doende leert men, deze discussie is voor mij een perfecte stok achter de deur om deze materie weer eens door te nemen!
Jezus was ook joods, maar dat weerhield Hem er niet van de joden die Hem verwierpen slangen en adderengebroedsels (Mat 23,33) te noemen. En wat te denken van dit vers?
Joh 8,44 Gij zijt uit de vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit wat hem eigen is; want hij is een leugenaar, en de vader der leugen.
De duivel is de vader der leugen, oftewel de bedenker van de leugen. Dat is een heel belangrijk aanknopingspunt.
Op 3,9 Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge des satans, van hen, die zeggen, dat zij Joden zijn, en zijn het niet,
maar liegen; zie, Ik zal maken, dat zij zullen komen, en aanbidden voor uw voeten, en bekennen, dat Ik u liefheb.
Joh 8,55 En gij kent Hem niet, maar Ik ken Hem; en indien Ik zeg, dat Ik Hem niet ken, zo zal Ik u gelijk zijn, dat is een leugenaar; maar Ik ken Hem, en bewaar Zijn woord.
Het moge opgemerkt worden dat 'niet kennen' in deze betekent niet weten hoe God is, want de joden wisten natuurlijk wel van Zijn bestaan.
1 Joh 2,22 Wie is de leugenaar, dan die loochent, dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.
Wie loochenden Jezus bij elke gelegenheid mogelijk? Waren het de heidenen die nog nooit van Christus gehoord hadden? Natuurlijk niet! Laten we niet vergeten dat Jezus duidelijk zei dat zij zonde hadden, omdat ze getuige waren van Zijn werken (Joh 15,24) maar alsnog Hem en de Vader haatten. De heidenen hadden deze tekenen niet gezien en Pontius Pilatus haatte Jezus ook niet. Dus, als de leugenaar degene is die Jezus en Zijn werken heeft gezien en Hem loochent plus weet dat God bestaat (door de wet), is de doodsimpele conclusie dat de leugenaar joods is naar het vlees.
Het jodendom wordt op een rechte lijn met satan gezet:
Op 2,9 Ik weet uw werken, en verdrukking, en armoede (doch gij zijt rijk), en de lastering van hen, die zeggen, dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar zijn een synagoge des satans.
Binnen het jodendom was het geoorloofd om christenen te vervolgen, als dat niet de geest van de antichrist is weet ik het ook niet meer!
Gal 1,13 Want gij hebt mijn wandel gehoord, die eertijds in het Jodendom was, dat ik uitnemend zeer de gemeente Gods vervolgde, en haar verwoestte;
Paulus leert ons zelfs dat hij in opdracht van hogepriester en de gehele raad van ouderlingen (hand 22,5) christenen gevangen moest nemen en martelen. Ook waren het de joden die Jezus dood wilden hebben (Luk 19,47) en het uiteindelijk voor elkaar kregen zoals we weten. Kortom, niet ik, maar jij begaat een fout door de joden van Juda die Jezus verwierpen
niet het slangenzaad te noemen.
quote:
Het tegenvergestelde is ook waar: wie Hem bewust afwijzen, en hebben gezien Wie Hij werkelijk is, hebben de duivel tot vader. Dat geldt voor de Joden, dat geldt voor de andere stammen van Israël en dat geldt ook voor ons.
Ik heb Jezus nooit gezien met mijn ogen! Christus verrichte Zijn wonderen in de eerste eeuw, vooral in Jeruzalem en Judea, daar woonden de joden.
quote:
Laten we die tekst eens precies lezen:
Heb.8:8:‘De dag zal komen – spreekt de Heer – dat ik een nieuw verbond zal sluiten met het volk van Israël en met het volk van Juda. 9 Niet een verbond zoals ik dat sloot met hun voorouders toen ik hen bij de hand nam om hen weg te leiden uit Egypte, want aan dat verbond zijn ze niet trouw gebleven. Daarom heb ik mijn handen van hen afgetrokken – spreekt de Heer. 10 Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met het volk van Israël zal sluiten – spreekt de Heer: In hun verstand zal ik mijn wetten leggen en in hun hart zal ik ze neerschrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn
Paulus zegt hier niet dat dit verbond in zijn dagen zou zijn opgericht, maar dat het in de toekomst zou worden opgericht.
Ook geldt dit weer voor beiden: zowel Juda als de andere stammen van Israël.
Nee hoor, het is een profetie van Jeremia (Jer 31,31) die Paulus op zijn eigen tijd betrekt, want de profeten hebben geprofeteerd tot Johannes (luk 16,16) de Doper. Daar is Jezus zeer duidelijk over!