Ik ben het er mee eens dat Houtman in zijn artikel geen juiste interpretatie geeft van het artikel van Von Schmid. Hij levert kritiek op een positie die Von Schmid niet daadwerkelijk heeft verdedigd en gaat niet op de punten waar beide auteurs werkelijk van mening verschillen. Een gemiste kans.
In het onderstaande citaat wordt duidelijk waar het misgaat:
quote:
Absurd groot is volgens deze ethicus-filosoof de kloof tussen mens en dier in het Westen. […] Vanwaar dan de 'krampachtige' bescherming van al het menselijk leven, zelfs in zijn 'meest onherkenbare vorm'? Een 'menselijk wezen' als Kelly mist het vermogen om te communiceren, is dus eigenlijk ook geen mens en ook niet als zodanig beschermwaardig.
Houtman gaat er hier ten onrecht vanuit dat de gehandicapte Kelly volgens Von Schmid ‘eigenlijk geen mens’ is. Hiermee gaat hij voorbij aan een curciaal onderdeel van Von Schmids betoog, namelijk dat de Kelly van nu een menselijk persoon is, in tegenstelling tot de ongeboren vrucht van toen. Juist omdat Von Schmid Kelly ziet als een menselijk persoon maakt hij zich zorgen om haar lijden. Je zou met enige fantasie zelfs kunnen stellen dat hij Kelly meer als volwaardig mens ziet dan Houtman zelf, die immers schrijft dat zijzelf waarschijnlijk niet zozeer zal lijden, maar eerder haar omgeving.
Het gaat Von Schmid in zijn artikel om de vraag welke keuze de ouders het beste hadden kunnen maken, waarbij er twee keuzemomenten zijn.
1. Tijdens de zwangerschap is er de keuze tussen:
(a) het baren van een baby die zal uitgroeien tot een menselijke persoon ‘die ernstig lijdt en die misschien niet meer wil leven’ en
(b) het doden van een vrucht die nog niet niet is uitgegroeid tot een menselijke persoon
2. Na de zwangerschap is er de keuze tussen:
(a) het laten voortduren van een beperkt menselijk leven met veel lijden
(b) het beëidigen van een (beperkt maar beschermwaardig) mensenleven.
Het is duidelijk dat Von Schmid op het eerste keuzemoment de voorkeur geeft aan mogelijkheid (b), terwijl Houtman zou kiezen voor (a).
In het tweede geval zou Houtman kiezen voor (a) en zijn kritiek op Von Schmid is dat hij zou kiezen voor (b). Deze positie wordt door Von Schmid echter niet expliciet ingenomen en gezien zijn pleidooi voor meer eerbied voor het leven ligt het meer voor de hand dat hij ook kiest voor (a). Er bestaat op dit punt dus geen verschil van mening, ofwel omdat Von Schmid geen standpunt inneemt ofwel omdat hij hetzelfde standpunt inneemt als Houtman zelf.
De kern van het betoog van Von Schmid is mijns inziens dat omdat zowel de keuze voor 2a als 2b zo verschrikkelijk is het beter zou zijn als dit dilemma was voorkomen door direct voor 1b te kiezen. Doordat Houtman zich blindstaart op het abortusvraagstuk in enge zin (keuzemoment 1) mist hij de pointe van Von Schmids betoog en gaat hij niet in op het punt waar de scribenten daadwerkelijk van mening verschillen: het antwoord op de vraag wanneer een mens een persoon is. Houtman draagt geen enkel argument aan om Von Schmids stelling dat een ongeboren of pasgeboren baby (nog) geen persoon is te ontkrachten. Daarmee heeft hij een kans gemist zijn daadwerkelijke kritiek op de benadering van Von Schmid en de zijnen naar voren te brengen en te onderbouwen.