Pelgrim-Marc schreef op 11 maart 2009 om 14:14:Psalm 12: 4-7
Daar zat hij, geredde zondaar in zijn gerafelde kleren.
Hij zat daar maar, gewoon op de vloer, verscholen in de kathedraal van hen die het gemaakt hebben.
Vanaf een veilige afstand keek hij, niets meer dan dat, hij keek
Keek naar de christelijke trots, staande op de kansel van christendom, de glorie van de kerk.
Hij keek naar christelijke trots, zoals hij daar rijk, gezond stond.
Biddend, proclamerend; claimend de glorie, rijdom, gezondheid, voorspoed op aarde.
Daar stond hij, in het pak van bedieningsstatus, glimmende schoenen... die nooit vuil geworden waren op de levensweg… of ze waren altijd snel schoon gemaakt met de glimlach van o’ zo rechtvaardig zijn.
Geredde zondaar zat daar, gerafelde kleren, stoffig van de weg van het leven.
Tranen kwamen in zijn ogen.
Hij voelde zich zo verpletterd, zich zo gekraakt, door alle woorden van christelijke perfectie.
Hij fluisterde; Abba, lieve papa, vergeef hem, vergeef christelijke trots, vergeef al zijn verpletterende woorden.
Woorden van geloof, woorden van religie, woorden van gezondheid, proclamaties van voorspoed, woorden zover weg van de levensweg.
Een zoete, zachte wind kwam de kathedraal binnen, raakte die ene geredde zondaar, een wind van door vuur gereinigde woorden, de hulp van Abba, de waarheid van genade en echte vergeving.
Woorden, wind, gereinigd bij het vuur van het lopen van elke stap, elke, werkelijk elke stap op leven zijn stoffige weg.
Kleding niet gerafeld door zonde… toch één met degenen op de stoffige wegen van het leven.
Hulp was onderweg, hulp voor elke generatie van geredde zondaren, in hun gerafelde kleren, met stoffige voeten van het lopen op de weg van het leven.
Abba’s liefde, genade, bloed, tranen en pijn voor ons.