Hoe lossen wij dat op?
de kelk is, in ieder geval van binnen, altijd van goud (hoewel tegenwoordig ook wel voor zilver wordt gekozen, en in de vrijzinnige hoek doet aardewerk het ook goed). Zolang de kelk ongebruikt op de credenstafel staat is deze afgedekt met het kelkvelum. Wijn en water staan op dezelfde credens in ampullen die eveneens zijn afgedekt met een doekje.
Als het altaar wordt klaargemaakt wordt het kelkvelum van de kelk gehaald, net als palla, pateen en purificatorium. Wijn en water worden in de kelk geschonken, en met het purificatorium worden losse druppels aan de binnenkant afgeveegd. De diaken reikt de kelk aan aan de priester. Vanaf dat moment zorgt de diaken er voor dat de kelk steeds afgedekt staat met de palla, behalve wanneer de kelk "in gebruik" is.
Bij de communie communiceert de priester altijd onder twee gedaanten, de diaken in principe ook tenzij bijvoorbeeld de priester zwaar verkouden is oid. Acolieten, stellen die trouwen en lectoren communiceren tevens vaker wel dan niet onder twee gedaanten. De overige leken communiceren normaliter niet onder twee gedaanten.
Alleen de priester reikt anderen de kelk aan. Nadat iemand het H. Bloed ontvangen heeft, reinigt de priester met het purificatorium de rand van de kelk.
Na de communie reinigt de diaken de kelk door deze leeg te drinken, evt met het restant van de wijn in de ampul te reinigen, met het restant van het water in de ampul te reinigen, en vervolgens met het purificatorium.

kelk, purificatorium, palla.
Kortom: kans op besmetting via de kelk is tamelijk onwaarschijnlijk.