quote:
ruben1989 schreef op 24 mei 2009 om 20:10:
ik denk eerlijk gezegd dat het christelijke geloof geen honderden jaren meer overleefd, dus dat er in deze periode ook niet meer mensen zich richten op de katholieke kerk.
In het verleden hebben er heel veel godsdiensten bestaan die nu niet meer worden beleden. Op dit moment zijn er een aantal niet-christelijke godsdienstten die misschien een paar eeuwen oud zijn en misschien nog een paar eeuwen mee zullen gaan. Je zou een soort trend kunnen constateren, van het komen en gaan van godsdiensten, alsof ze een beperkte houdbaarheidsduur hebben. Deze trend gaat
niet op voor het christendom.
Het christendom is eigenlijk iets heel anders dan alle andere godsdiensten die nu bestaan en die ooit hebben bestaan. Die ´andere´ godsdiensten veeg ik even op een theoretisch hoopje. Dat hoopje wemelt van de gaten-goden en de systeempjes met spelregels. Ik ga even kort door de bocht en geniet daarvan, sta me toe:
Als het op dorre grond regent, komt er groen leven tevoorschijn. Schepen blijven drijven in het water. De zon en de maan verplaatsen zich langs de zichtbare hemel. Als je kennis van de wereld ophoudt bij dat wat je met je zintuigen kunt waarnemen, zijn er voor het verstand nog veel leegtes om op te vullen. Dat opvullen van deze gaten gaat eventjes goed met behulp van een speciaal soort god. Dit noemt men een gaten-god. Zo´n gaten-god moet je natuurlijk wel te vriend houden. Anders blijft de regen uit of zinkt je schip. En voilà, daar zijn de spelregels en de lijstjes met alle details, die de mens geestelijk rust moeten geven. Dit soort godsdiensten komen en gaan. Zo, dat was ´m.
Het christendom is iets heel anders (ik doe nu net alsof ik er verstand van heb, don´t hate me...). Deze reikt ons namelijk geen systeempje met lijsten en regels aan, en probeert ook niet alle details van de natuur te verklaren, maar nodigt uit om een
relatie aan te gaan, met God als persoon. Ze nodigt ons niet alleen uit, maar belooft ook dat dat kan, zij getuigt ervan dat het in de praktijk gebeurt. Dit is dus veel meer dan al die systeempjes bij elkaar, met lijsten, regels en bovennatuurlijke verklaringen van gewone natuurverschijnselen. Het zal dus haar ook anders vergaan dan al die systeempjes die komen en gaan. Het lot van drieduizend roetsige dieselauto´s waarvan de meeste al niet meer rijden tegenwoordig, is niet het lot van een goed aangegeven wandelroute die voor iedereen, altijd open staat. Zij is niet een van die systeempjes. Ik vermoed dat het christendom blijft, zolang de mensheid bestaat. Wat mezelf betreft: ik houd haar aan die belofte van die relatie.
Wat de toekomst en de timing van de eindtijd betreft, Reinier Sonneveld heeft in zijn boek `jutten (over de verrassingen van God)`daar een mooie opmerking over geschreven. Als Jezus in pak hem beet het jaar duizend terug was gekomen, zouden wij dan hebben bestaan als mens, en een kans hebben gehad om in de hemel te komen? Iedere mensengeneratie die nog kan leven voordat Jezus terugkomt, is een generatie die ook kan komen aanschuiven in de hemel. Hier geldt: meer zielen, meer vreugd. Anders gezegd, het kon wel eens errrrrrrug lang gaan duren.
Wat de rooms-katholieke kerk betreft, beste Ruben, ik denk dat die een sterk pluspunt heeft. Zij is een van de kerken die op een bepaalde manier ook een instituut is. Dit is niet flauw bedoeld. Ik weet dat het woord instituut als een soort scheldwoord voor kerken wordt gebruikt, maar zo bedoel ik het niet.
In een van haar aspecten kun je de rooms-katholieke kerk vergelijken met zoiets als een ministerie binnen de overheid. Ik denk namelijk dat deze kerk, ondanks haar omvang, wil handelen als een enkel geheel en aanspreekbaar wil zijn als een enkele entiteit. Dat lukt haar ook. Zij heeft zichzelf waarschijnlijk ook goed omschreven en gedocumenteerd: wat ze is, waarom ze bestaat, wat haar doel en haar middelen zijn, haar geschiedenis en haar redenen. Ook vermoed ik dat er een element van, hoe zeg je dat, kwaliteitsbewaking, een soort ´inhoudelijk immuunsysteem´, een toetsing van zichzelf aan .... (in ieder geval het evangelie), bestaat. Als de rooms-katholieke kerk een uitspraak doet over een onderwerp, dan is er niet zomaar iets uitgefloept, om het plat te zeggen. Je zou een bepaald aspect van de rooms-katholieke kerk dus met een overheids-onderdeel, een ministerie, kunnen vergelijken. Ook die is, ondanks haar grootte, in haar handelen naar buiten toe een enkel geheel en is zelf duidelijk georganiseerd. Ook die is goed omschreven en gedocumenteerd. En ook die heeft voor haar werk kwaliteitsnormen en -plannen, en toetst zichzelf de hele tijd, aan in dit geval de Nederlandse wet.
Deze vergelijking, van een bepaald aspect van een kerk met een instituut, bijvoorbeeld een ministerie, gaat natuurlijk op voor meer kerkgenootschappen, maar niet voor alle. Ruben noemde de rooms-katholieke kerk, vandaar.
(span uw bogen, richt uw pijlen, ik doe wel even een stapje opzij)