Dag Aslanning,
je hebt een tekst gevonden die op het eerste gezicht niet zo makkelijk te begrijpen is.
Het is de laatste zin van de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester.
Het gaat om rentmeesterschap.
Een rijk man had een rentmeester, de rentmeester was onrechtvaardig en de rijke man zei dat hij daarom geen rentmeester meer kon zijn.
Wij moeten een goed rentmeester zijn over wat God ons heeft toevertrouwd. In de gelijkenis gaat het om geld. Dat moet je gebruiken voor je medemens, en dan niet om er zelf beter van te worden.
Je moet dus vrienden maken met behulp van (hier in deze gelijkenis) het geld wat je in beheer hebt.
Wij moeten ons geluk niet zoeken in het geld maar er anderen gelukkig mee maken. En dat omdat God ons bezit heeft toevertrouwd om het ten bate van anderen te gebruiken.
Dan zal God ons opnemen in 'zijn eeeuwige tenten'
Vergelijk hierbij vers 25 waar de rijke man van God verwijderd is. Hij heeft zijn rijkdom voor zichzelf gebruikt en zijn deel niet in God gezocht.
quote:
9 En Ik zeg u: Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer deze u ontvalt, men u opneme in de eeuwige tenten.
Trouw in het beheer – Vermaningen
10 Wie in zeer weinig getrouw is, is ook in veel getrouw. En wie in zeer weinig onrechtvaardig is, is ook in veel onrechtvaardig. 11 Indien gij dus niet getrouw geweest zijt ten aanzien van de onrechtvaardige Mammon, wie zal u dan het ware goed toevertrouwen? 12 En indien gij niet getrouw geweest zijt ten aanzien van het goed van een ander, wie zal u het onze geven?
Je moet als christen in het kleine getrouw zijn, ook in het materiele wat we ontvangen hebben - dat kan zelfs heel veel zijn. Als we getrouw zijn daarin dan kan God ons het ware goed toevertrouwen.
Dit wordt hier belicht vanuit de kant van de menselijke verantwoordelijkheid.