Het bemoedigen gaat als vanzelf, het is geen theoretische kwestie: Oh, ik ben met die en die verbonden dus moet ik hem eens even gaan bemoedigen.
Het is een automatisch gevolg van de verbondenheid en ik zie dat ook niet als individualistisch: het gaat nl ook niet om jezelf maar om de ander en het geheel en hoe jijzelf daar functioneert.
De verbondenheid gaat ook niet om je eigen nut, dat is nogal egoïstisch.
Misschien zou ik het zo kunnen zeggen: ik heb als individu een relatie met God en ook gemeenschappelijk samen met geloofsgenoten. Dat zijn geen twee verschillende relaties die ik met God zou hebben, maar als je samen met anderen bent in een dienst en je bidt en zingt en hoort een preek, ben je als gemeente aan het luisteren en bidden. Je bidt hetzelfde (als er iemand voorgaat in gebed op dat moment) je hoort hetzelfde woord prediken, en je zingt dezelfde liederen. Je bent daar dan als individuele gelovige een onderdeel van het geheel, de gemeente die daar bij elkaar komt.
God spreekt tot de gemeente als geheel, maar iedere individuele gelovige krijgt van hem ook een eigen boodschap: Hij heeft voor ieder iets in een preek. Wat ik nodig heb is anders dan wat mijn broeder of zuster naast mij op dat moment nodig heeft en God wil voor ieder datgene aan het hart duidelijk maken, wat diegene nodig heeft. tegelijkertijd kan het een boodschap zijn voor het geheel.
Verder voelen we bv als we zondags samenkomen, ons verbonden met andere gelovigen in alle plaatsen die ook samenkomen om Zijn woord te horen. We bidden daar dan ook voor dat velen het woord zullen horen, en opgebouwd mogen worden en als dat nog niet zo is, God zullen leren kennen.
Ik ben 'individualistisch' als ik bidt tot God al ik alleen ben en mijn bijbel lees, maar ben tegelijkertijd ook verbonden met anderen en zal daardoor ook voor anderen bidden. Als ik dat als individu doe, ben ik onderwijl toch verbonden met die andere gelovigen.
Hoe kunnen zij mij anders op het hart liggen om voor te bidden als er geen verbondenheid is?
Als gelovigen ben je eenheid door de Geest die we hebben ontavangen - die eenheid moet je niet maken, maar
bewaren.

Als ik individualistisch zou zijn als gelovige, heb ik geen eenheid met anderen om te bewaren.
Oh ja, verbonden waartoe?
Dan citeer ik maar Efeze 4:
quote:
1 Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt, 2 met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen, 3 en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes: 4 één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, 5 één Here, één geloof, één doop, 6 één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.
7 Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt. 8 Daarom heet het:
opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede,
gaven gaf Hij aan de mensen.
9 Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten? 10 Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen. 11 En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, 12 om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon,
tot opbouw van het lichaam van Christus, 13 totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus.
14 Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt,
15 maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus.
16 En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde.
Hier heb je ook
- het gemeenschappelijke aspect: een lichaam, het lichaam van Christus, maar tevens is er sprake van
- 'ieder afzonderlijk' die genade hebben ontvangen (vers 7), alle geledingen, ieder afzonderlijk lid van het lichaam (vers 16)
Kort gezegd, je hebt het ene Lichaam en de afzonderlijke leden en het doel is te groeien naar Christus toe, ons Hoofd (vers 15) en dat doe je door de eenheid van de Geest te bewaren in de band van de vrede.