Hendrik-NG,
quote:
…WIE we moeten identificeren als die "knecht van God" uit Jesaja 49…
Allereerst denk ik dat het simpelweg niet mogelijk voor je zal zijn om aan te tonen dat de knecht uit Jesaja 49 een individu is; laat staan de messias.
1) De tekst identificeert de knecht van God als
Israel: "jij bent Mijn knecht,
Israel." God
zelf noemt de knecht 'Israel.'
2) Alles valt op z'n plaats als je gewoon de tekst volgt: het is Israel dat zich tot God keert, dat zijn stammen herenigt vanaf alle hoeken van de aarde, tot een verbond zal zijn, dat het land zal herstellen en een licht voor de volken zal zijn.
Tweemaal is het letterlijk Israel/Zion dat oppert dat ze heeft gefaald, dat God haar heeft verlaten, en beide keren wordt dat misverstand meteen gecorrigeerd: "
Hij (God) zei tegen me: 'jij bent Mijn knecht, Israel, in wie Ik Me zal verheerlijken.' Maar ik zei 'vergeefs heb ik gewoegd en voor niks mijn kracht verspilt!'; echter, bij HaSjem is mijn recht en mijn vergelding is bij mijn God." En: "
Zion zegt: 'HaSjem heeft mij verlaten en vergeten!' Kan een vrouw haar baby vergeten, dat ze zich niet meer zal ontfermen over het kind van haar schoot? Al zouden zij die vergeten, Ik vergeet je niet."
"
Mimech jetse'oe." Hoe kan dat de messias zijn? Het onderwerp is vrouwelijk!
"
Jouw muren", "
jouw kinderen", "
jouw vernielers", "
jouw verwoesters", "
jouw puinhopen", "
jouw ruïnes", "
jouw vernield land", "
jouw zonen", "
jouw dochters", "
jouw voedstervader", "
jouw zoogsters", "
jouw verdrukkers",... Het onderwerp is steeds het volk Israel met z'n hoofdstad Jeruzalem (Tsijjon).
En Jesaja bevestigt elders dat Tsijjon, het hart van Israel, een licht zal zijn voor de volken: "
volken zullen opgaan naar uw licht (het woord heeft een vrouwelijke uitgang: 'or
ech; m.a.w.: er wordt naar Tsijjon verwezen)" (Jesaja 60:3).
3) Het collectieve karakter wordt zelfs ondersteund door het NT:
quote:
Maar toen de Joden de scharen zagen, werden zij vervuld met nijd en spraken, lasterende tegen hetgeen door Paulus gezegd werd. Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig, dat eerst tot u het woord Gods werd gesproken, maar nu u het verstoot en u het eeuwige leven niet waardig keurt, kijk, nu wenden we ons tot de heidenen. Want zo heeft de Here ons opgedragen: "Ik heb u gesteld tot een licht van de heidenen, opdat u tot heil zou zijn tot aan het uiterste der aarde." (Handelingen 13:45-47)
In deze passage wordt de knecht uit Jesaja 49 toegepast door Paulus en Bar Abas op hun eigen missie. De context is de weigering van de Joden om het Evangelie te accepteren. Aangezien de Joden geweigerd hadden de boodschap aan te nemen die eerst naar hen werd gezonden, wendden Paulus en Bar Abas zich tot de heidenen, zoals was geprofeteerd. Er spreekt geen enkele intentie uit om Jezus hier als de knecht te identificeren. Een eventuele aanname dat Jezus hier het licht is, kan niet uit de text worden herleid. En waar in het originele boek van Jesaja de knecht door God wordt aangesteld als een licht voor de volken, daar worden in Handelingen 13:47 Paulus en Bar Abas aangesteld als een licht voor de volken. Dat lijkt me althans de meest eerlijke lezing.
Dat vindt nog meer ondersteuning in Handelingen 26:22-23, als Paulus zegt:
quote:
... dat Hij (Jezus) als eerste uit de opstanding van de doden het licht zou aankondigen (καταγγέλλειν) en aan het volk en aan de heidenen
In de originele tegenhanger (Jesaja 49:6) wordt de knecht als een licht voor de heidenen gegeven (
oen'tatiecha le'Or gojiem, lihjot jesjoe'atie ad k'tseh ha'Arets). De knecht wordt letterlijk als het licht geidentificeerd en als de brenger van God's bevrijding. In Handelingen 26:22-23 kondigt Jezus het licht aan, maar identificeert Zich er hier niet mee (althans in zoverre het licht naar de knecht van Jesaja 49 verwijst), wat op z'n minst de indruk wekt dat hier een ander wordt aangekondigt die de rol van de knecht invult. (Wat natuurlijk niet wegneemt dat Jezus
ook het licht is).
En dat beeld wordt nog versterkt door 2 Corinthiërs 6:2-4, waarin Paulus zegt:
quote:
Maar als medewerkers (van God) vermanen wij u ook om de genade van God niet vergeefs te ontvangen, want Hij zegt "ten tijde van welbehagen heb Ik u verhoord, en ten dage van heil ben Ik u te hulp gekomen." Kijk, nu is het de tijd van welbehagen, zie, nu is het de dag van heil. Wij geven in geen enkel opzichtenige aanstoot, opdat onze bediening niet gesmaad wordt, maar wij doen onszelf in alles kennen als knechten van God
Weer wordt Jesaja 49 vrij letterlijk geciteerd. En waar in het origineel (Jesaja 49:

God tegen Zijn knecht zegt: "
ten tijde van welbehagen heb Ik u verhoord, en ten dage van heil heb Ik u geholpen", daar zijn in 2 Corinthiërs 6:2-4 dezelfde woorden gericht aan de gemeenschap.
Dit is m.i. een sterke aanwijzing voor een collectieve opvatting van de knecht uit Jesaja 49.
En er valt nog meer over te zeggen, want in Galaten 1:15 zegt Paulus dat God hem van de moederschoot af had afgezonderd en door Zijn genade had geroepen. In Jesaja 49:1 worden vergelijkbare woorden over God's knecht gesproken die een missie heeft richting de heidenen: "
Luister naar Mij, kustlanden, sla er acht op, volken van ver! De HEER heeft Mij geroepen van de moederschoot af, van de baarmoeder af heeft Hij Mijn Naam genoemd. "
Hetzelfde vindt plaats in Handelingen 18:9-10 waar een echo van Jesaja 41:10 te herkennen valt, als de Heer tegen Paulus zegt: "
wees niet bevreesd ... want Ik ben met u." In het origineel van Jesaja is het God die deze woorden weer aan Zijn knecht richt.
De argumenten voor een collectieve knecht zijn m.i. veel sterker dan de argumenten voor een individuele knecht. En nogmaals, allereerst denk ik dat het simpelweg niet mogelijk voor je zal zijn om aan te tonen dat de knecht uit Jesaja 49 een individu is; laat staan de messias.
Bovendien had mijn punt betrekking op onze discussie over Jesaja 53, waarbij ik aangaf dat Israel door Jesaja vele malen LETTERLIJK & BIJ NAME als de knecht van God wordt geidentificeerd. Zelfs al zou je een probleem hebben met Jesaja 49, dan nóg zijn er vele andere plaatsen over waaruit hetzelfde blijkt, bijv Jesaja 41:8: "
Maar jij, Israël, mijn knecht (עבד), Jakob, die Ik uitgekozen heb, nakomelingen van mijn vriend Abraham."
quote:
Jesaja 44:1:
Maar nu, hoor, o Jakob, mijn knecht (עבד), en Israël, die Ik uitgekozen heb.
quote:
Jesaja 44:2:
Zo zegt de Eeuwige, uw Maker en van de moederschoot aan uw Formeerder, die u helpt: wees niet bang, Mijn knecht (עבד), Jakob, en Jesurun (Israel), die Ik uitgekozen heb.
quote:
Jesaja 44:21:
Denk hieraan, Jakob, Israël, want u bent mijn knecht (עבד); Ik heb u geformeerd, u bent Mijn knecht (עבד), Israël; u wordt door Mij niet vergeten.
quote:
Jesaja.45:4:
Ter wille van Mijn knecht (עבד), Jakob en van Israël, Mijn uitverkorene, riep Ik u bij uw naam, gaf u een erenaam, hoewel u Mij niet kende.
quote:
Jesaja 43:10:
u bent, luidt het woord van de Eeuwige, mijn getuigen, en mijn knecht (עבד), die Ik verkoren heb