Hij ging terug naar huis, en weer verzamelde zich een menigte, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te gaan eten. Toen zijn verwanten hiervan hoorden, gingen ze op weg om hem, desnoods onder dwang, mee te nemen, want volgens hen had hij zijn verstand verloren.
Ook de schriftgeleerden die uit Jeruzalem gekomen waren, zeiden: ‘Hij is bezeten door Beëlzebul,’ en: ‘Dankzij de vorst der demonen kan hij demonen uitdrijven.’ Toen hij hen bij zich geroepen had, sprak hij tot hen in gelijkenissen: ‘Hoe kan Satan zichzelf uitdrijven? 24 Als een koninkrijk innerlijk verdeeld is, kan dat koninkrijk niet standhouden; als een gemeenschap innerlijk verdeeld is, zal die gemeenschap niet kunnen standhouden. En als Satan tegen zichzelf in opstand is gekomen en verdeeld is, kan ook hij niet standhouden, maar gaat hij zijn einde tegemoet. Bovendien kan niemand het huis van een sterkere binnengaan om zijn inboedel te roven, als hij die sterkere niet eerst vastgebonden heeft; pas dan kan hij zijn huis leeghalen. Ik verzeker u: alle wandaden en godslasteringen, hoe erg ook, kunnen de mensen worden vergeven, maar wie lastertaal spreekt tegen de heilige Geest, krijgt in alle eeuwigheid geen vergeving, want zo iemand is schuldig aan een onuitwisbaar vergrijp.’ Dit omdat ze gezegd hadden: ‘Hij is bezeten door een onreine geest.’ Intussen waren zijn moeder en zijn broers aangekomen. Ze stuurden iemand naar binnen om hem te halen. Zelf bleven ze buiten wachten. Er zat een groot aantal mensen om hem heen, en die zeiden tegen hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken u’. Hij antwoordde: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’ Hij keek de mensen aan die in een kring om hem heen zaten en zei: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’ (Marcus 3:20-35)
De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
Bij deze tekst voel ik me op en top Groninger. De familie van Jezus heeft zoiets van 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'. Dit zie ik terug in vers 21 in het woordje 'hiervan'. Ze hoorden dat er zo'n menigte op Jezus afkwam dat Hij niet eens meer de tijd had om te eten. Ik krijg het idee dat ze zoiets hadden van: nu is het mooi geweest. Jezus, er is werk aan de winkel in de werkplaats. De kar van de oude Zebedeüs moet nog gerepareerd worden enz. Ga een andere keer maar weer de profeet uithangen. Daarnaast denk ik dat sociale factoren, zoals de familie-eer een rol speelden. En misschien de angst voor ingrijpen van de Romeinen. Zelfs de discipelen hebben lange tijd gedacht - in lijn met de Joodse Messiasverwachting - dat Jezus vooral een leider zou zijn die de Romeinen de zee in zou drijven. Wat dat betreft waren er wel vaker profeten geweest met een lading zeloten achter zich aan. Jezus was niet de eerste en ook niet de laatste gekruisigde. Zo kan men wellicht zeggen dat zij uit liefde Jezus wilden tegenhouden, net als Petrus later zou doen. Ze begrepen het pad dat Hij moest gaan (nog) niet, en hoe zouden ze het moeten begrijpen? Jezus geeft aan dat Zijn doelen anders liggen: 'Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder' (35) Wat wil dit zeggen? Jezus is er allereerst om de wil van Zijn Vader te doen, en niet om zich te conformeren aan de wil en liefde van Zijn moeder en broers. Zij moeten Hem serieus nemen in wat Hij doet, ondanks hun zorgen, gedachten en overtuigingen. Zij moesten leren om Hem te vertrouwen. Zagen zij alleen de mens Jezus? Ik denk Maria zeker niet. Maar om als moeder het pad dat je zoon gaat te accepteren, vraagt veel. Erg veel.
Maar dat is gelukkig niet het eindpunt. Ze hebben het uiteindelijk begrepen en hun vertrouwen in Jezus gesteld. Maria was er bij toen de Heilige Geest werd uitgestort, en een broer van Jezus (Judas geloof ik) is later leider van de gemeente te Jeruzalem. Als mens kun je niet Gods plannen zien, en de wegen die Hij gaat. Je kunt God niet inkaderen. Daarom past bescheidenheid, al wil je spreken vanuit je geloof, je idealen, vanuit liefde.
(just my two cents of exegese)