quote:
Jerommel schreef op 17 september 2009 om 18:11:Jawel, ik heb weer een struikelblok gevonden....
Okee, A & E werden een beetje op de proef gesteld met die boom met die vruchten.
Ik ga me nu niet afvragen waarom die boom er stond, misschien een andere keer.
Ook wil ik het nu niet perse hebben over het ontbreken van berouw bij A & E, itt Kain, die wel berouw had.
Maar ik snap niet dat de satan toegang had tot Eden.
Waarom kon (mocht?) hij daar komen?
Of anders, waarom kon hij door de slang werken?
Of had God het echt niet verwacht?
Kan iemand er iets zinnigs over zeggen?
Ik geloof niet dat God dit alles niet verwacht had. Als God had gewild dat satan daar niet zou komen, dan zou hij er nooit gekomen zijn.
De Bijbel staat vol met teksten die laten zien dat God alles in de hand heeft:
God werkt alles naar de raad van zijn wil (Ef. 1:11).
Onze God is in de hemel, Hij doet al wat Hem behaagt (Ps. 115:3).
De HERE doet al wat Hem behaagt (Ps. 135:6).
Het hart van de koning is in de hand van de HERE als waterbeken, Hij leidt het overal heen waar het Hem behaagt (Spr. 21:1).
Ja, alle bewoners van de aarde worden als niets geacht; Hij doet naar zijn wil met het heer van de hemel en de bewoners van de aarde: en niemand is er, die zijn hand kan weerhouden of tegen Hem kan zeggen: wat doet U? (Dan. 4:35).
Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen (Rom 11:36).
Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al mijn welbehagen doen; (Jes. 46:10)
Bij God er is nooit iets onverwachts, ook al drukt Hij zich soms heel menselijk uit in de Bijbel. Dat is nou wat het betekent om God te zijn.
Je moet daarom bij alles kijken naar Gods eigen doel. Waarom doet God de dingen die Hij doet? Waarom laat God de dingen gebeuren die gebeuren? Op dit soort vragen is uiteindelijk maar 1 antwoord mogelijk: Het gaat God om zijn heerlijkheid. Dat klinkt op het eerste gezicht erg ijdel en arrogant en egocentrisch, en toch is dit nu juist datgene waarom wij op God kunnen vertrouwen. Het is ook precies het verschil tussen Schepper en schepper, tussen God en schepsel.
Wij schepselen zijn bedoeld om iemand hoger dan ons te eren, te aanbidden, te prijzen, te waarderen. Die iemand is God zelf. Eren we iemand anders meer dan Hem, dan plegen we afgoderij.
Maar als God iets of iemand anders naast zich, hoger zou achten dan zichzelf, meer zou waarderen dan zichzelf, meer zou aanbidden dan zichzelf, meer zou prijzen dan zichzelf, dan zou Hij afgoderij plegen! Dan zou Hij ophouden God te zijn. En dan zullen wij nooit het geluk vinden dat God ons wil geven. Want Gods heerlijkheid zelf is ons geluk! Hij is zo mooi, groot, sterk, machtig, rechtvaardig, zuiver, eerlijk, krachtig, vredig, gelukkig, stralend, dreigend, heilig, wijs, vol van kennis, vol liefde, nederig, zachtmoedig, soeverein, genadig, vol vreugde, etc. etc. dat we ademloos blijven kijken als we dat gaan zien. En dat allemaal in één wezen, in drie Personen.
Als je je meer wilt verdiepen in Gods soevereiniteit, dan kan ik je aanraden het boek
De vreugde van God van John Piper te lezen, of ander zijn boek
Verlangen naar God. In eerste instantie stond ik ook met mijn ogen te knipperen toen ik dit soort dingen las, maar ik ben uiteindelijk wel overtuigd door de waarheid ervan. Dan komen dit soort vragen ook in hun perspectief te staan.