Aangezien mijn reactie vanuit de catechismus van de katholieke Kerk geweigerd wordt, ondanks dat het bol staat van de verwijzingen naar bijbelcitaten, plaats ik hem in dit forumonderdeel. Aangezien dit christelijk leven is lijkt het me logisch dat regelrechte ketterijen en onchristelijke visies niet geplaatst mogen worden.
DEEL I: DE GELOOFSBELIJDENIS
TWEEDE SECTIE : DE BELIJDENIS VAN HET CHRISTELIJK GELOOF DE GELOOFSBELIJDENISSEN
DERDE HOOFDSTUK: Ik geloof in de heilige Geest
ARTIKEL 12: 'Ik geloof in het eeuwig leven'
II. De hemel
1023
Zij die sterven in de genade en vriendschap van God en die volmaakt gelouterd zijn, leven voor eeuwig met Christus. Zij zijn voor eeuwig gelijk aan God, omdat zij Hem zien 'zoals Hij is' (1 Joh. 3,2), van aangezicht tot aangezicht1:
Op grond van ons apostolisch gezag definiëren wij dat overeenkomstig de algemene heilsbeschikking van God de zielen van alle heiligen die vóór Jezus' lijden gestorven zijn en van de heiligen (...) en van alle andere gelovigen, die na het ontvangen van Christus' heilig doopsel gestorven zijn en die na hun heengaan niet meer gelouterd hoefden te worden, (...) zoals ook de zielen van hen die een dergelijke loutering na hun dood moesten of moeten ondergaan en deze voltooid hebben (...) zelfs vóór ze hun lichaam opnieuw aannemen en vóór het laatste oordeel, en wel vanaf de hemelvaart van onze Verlosser Jezus Christus, in de hemel, in het rijk der hemelen en het hemels paradijs bij Christus in het gezelschap van de heilige engelen verzameld zijn, verzameld worden en verzameld zullen worden. Na het lijden en de dood van onze Heer, Jezus Christus, zagen zij en zien zij het goddelijk wezen in een intu´tief schouwen van aangezicht tot aangezicht, zonder tussenkomst van een schepsel.21024
Dit volmaakte leven samen met de allerheiligste Drieëenheid, deze gemeenschap van leven en liefde met de Drieëenheid, de Maagd Maria, de engelen en alle gelukzaligen wordt 'hemel' genoemd. De hemel is het uiteindelijk doel en de verwezenlijking van de diepste verlangens van de mens, de hoogste en definitieve staat van geluk.
1025
Leven in de hemel is 'bij Christus zijn'.3 De uitverkorenen leven 'in Hem', maar zij behouden er, of beter gezegd, zij vinden er hun ware identiteit, hun eigen naam.4
Want leven is bij Christus zijn: daar waar Christus is, daar is het leven, daar is het koninkrijk.51026
Door zijn dood en verrijzenis heeft Jezus Christus voor ons de hemel 'geopend'. Het leven van de gelukzaligen bestaat in het volle bezit van de vruchten van de verlossing, bewerkt door Christus, die hen in zijn hemelse verheerlijking laat delen die in Hem geloofd hebben en die trouw gebleven zijn aan zijn wil. De hemel is de gelukzalige gemeenschap van al diegenen die volmaakt in Hem ingelijfd zijn.
1027
Dit mysterie van de gelukzalige gemeenschap met God en met allen die in Christus zijn, gaat ieder begrip en iedere beschrijving te boven. De Schrift spreekt ons erover in beelden: leven, licht, vrede, bruiloftsfeest, wijn van het koninkrijk, vaderhuis, hemels Jeruzalem, paradijs: 'Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben' (1 Kor. 2,9).
1028
Op grond van zijn transcendentie kan God slechts gezien worden, zoals Hij is, wanneer Hijzelf zijn mysterie ontsluit voor de directe aanschouwing door de mens en hem er het vermogen toe verleent. Deze aanschouwing van God in zijn hemelse heerlijkheid wordt door de kerk 'de gelukzalige aanschouwing' genoemd:
Wat en hoe groot zal uw heerlijkheid en geluk zijn: toegelaten te worden om God te zien, de eer te hebben de vreugde te verwerven van het heil en het eeuwige licht in gezelschap van Christus de Heer, uw God (...), en in het rijk der hemelen in gezelschap van de rechtvaardigen en de vrienden van God de vreugden van de geschonken onsterfelijkheid te genieten.61029
In de heerlijkheid van de hemel blijven de gelukzaligen met vreugde Gods wil volbrengen met betrekking tot de andere mensen en heel de schepping. Zij heersen reeds met Christus; met Hem 'zullen zij heersen in de eeuwen der eeuwen' (Apok. 22,5).7
1:Vgl. (1 Kor. 13,12) ; (Apok. 22,4)
2:Benedictus XII: DS 1000, vert. uit Lat; Vgl. LG 49
3:Vgl. (Joh. 14,3) ; (Fil. 1,23) ; (1 Tess. 4,17)
4:Vgl. (Apok. 2,17)
5:H. Ambrosius, Luc. 10,121, vert. uit Lat.
6:H. Cyprianus, Ep. 56,10,1, vert. uit Lat.
7:Vgl. (Mt. 25,21-23)
http://www.stvitus.nl/KKK/