VreesVrees is emotie, een gevoel dat ons zomaar kan overvallen of beklemmen. Deze vrees is menselijk zoals de zonde menselijk is en wij kunnen haar bevechten of overwinnen, maar niet uitsluiten.
Belangrijker is hoe de vrees gevoed of overwonnen wordt vanuit ons hart. Vrees heeft alles te maken met gezindheid. De gezindheid die gericht is op God, dat is de liefde voor God, maakt dat de gelovige op de wereld geen (werkelijke) vrees kent, maar alleen de vreze des Heren. Dat wil niet zeggen dat wie vreest niet werkelijk liefheeft. De NBV slaat die plank gewoon mis; maar dat schreef ik al eens. Maar het wil wel zeggen dat bij het groeien in geloof en liefde, de vrees verdijnt naar de achtergrond. Want de volmaakte liefde drijft de vrees uit.
Is er dan geheel geen vrees voor persoonlijke en wereldse zaken bij gelovigen? Jawel, als mens blijven wij vatbaar voor vrees en aanvechtingen. Maar wij volgen het spoor van Jezus. Jezus, die zelf ook afstand moest nemen van zichzelf en moest strijden met zichzelf, om zijn lichaam en geest over te geven aan de wil van de Vader. Hij was in zware strijd in gebed en zweette bloed en hij vroeg aan God de Vader: als het kan laat deze drinkbeker mij toch voorbijgaan; Maar Uw wil geschiedde.
En een engel uit den hemel, versterkte Hem.
De vrees voor de wereld en haar lijden verdwijnt dus. Zo zal een martelaar op, c.q. voor, de brandstapel vrezen, en toch vreest hij niet ten diepste want God heeft Hem eerst liefgehad en de martelaar is dankbaar dat hij kan tonen dat hij de liefde van God in zich mag dragen die ook brengt tot het moedwillig offeren van zijn leven en hij weet dat hij daarin het spoor volgt waarin Jezus hem is voorgegaan.
Deze liefde werd reeds gevraagd in het oude testament en in het nieuwe testament is zij dus niet nieuw. Maar in het oude testament werd de liefde geborgd door de wet en de straf op het afwijken van de liefde. Maar opnieuw: maak niet de fout te denken dat de gevraagde liefde in het oude testament een andere liefde was.
En in wie de liefde groeit, en dat is ook de liefde tot welke wij allen geroepen zijn, die ziet de vrees naar de achtergrond verschuiven, zelfs in het geval hij overtreedt en alle reden heeft te vrezen voor de geduchte God. David is het grote voorbeeld voor ons en voor Jezus hoe de liefde regeert in het oude testament en de hoe de Geest van God de liefde maakt tot heerser over de wet die de angsten van deze wereld overwint (ps. 23) en tot het verheffen van de letterlijke tekst van de wet (ps. 18,19,etc.) tot het hoogste goed.
Maar er is een catch.De grootste liefde is, zegt Jezus, om je leven te geven voor een vriend. Lees daar: “voor God”, want het is vanwege de Liefde die God vraagt. Ook Hijzelf gaf zijn leven voor (ten behoeve) van ons en voor God (omdat God het vraagt).
Die grote liefde die de vrees uitdrijft, confronteert ons dus wel met de aardse vrees en zij test de gelovige en kan ons raken tot op het bot. Want wie van ons is zo sterk dat hij in benauwdheid zijn leven offert voor zijn naaste? De aardse vrees zegeviert maar al te gemakkelijk als het erop aankomt.
En waar de aardse vrees ons nog wat bespaard lijkt hebben we te maken met de tegenhanger die wel ons dagelijks lot is: De Vrees voor God. De vrees voor de God “die zich maar stil houdt”, zij verdwijnt zo gemakkelijk naar de achtergrond….
En dat uit zich dan in prediking en beleving waarbij de vreze de Heren wordt gezien (onder verdachtmaking van hen die er blijven hangen) als een gepasseerd station, vervangen door de liefde. Dat is de liefde die in plaats is gekomen van de wet. En daar gaat het mis:
De vrees wordt weggenomen, de wet wordt tegenover de liefde geplaatst en het resultaat is een liefde die niet gebonden is aan de wet en die geen vrees voor God kent. Waarom is dat mis? Omdat de vreze des Heren wel degelijk een keerzijde heeft van daadwerkelijke (reden voor) angst. En ten tweede omdat de liefde niet tegenover de wet staat, maar zij leeft de wet in liefde na. En ten derde omdat de liefde zonder vrees en zonder de wet, niet uit God is maar van God los. Het is niet waar wat de NBV zegt en zovelen ook hier dat wie vreest niet werkelijk liefheeft; dat de liefde niet vreest. Het is de leer van de tegenstander, dat is de duivel.
Angst voor God de Vader?In 1 Johannes 4 wordt gesproken over de liefde die de vrees uitdrijft. Dat geldt zeker de vrees voor al het aardse, maar in zekere zin ook de vrees voor God. Petrus weende bitter toen bleek dat zijn geloof niet sterk genoeg was om hem voor Jezus te doen kiezen. Zowel bij David in bv. Psalm 23 (OT!) als bij Petrus kun je zien dat wie lief heeft ten diepste niet wordt getriggerd door de straf die volgt maar door verdriet over zijn ontrouw en door het verdriet dat hij zijn God toebrengt. God was een God op afstand en de vrees voor deze geduchte God was (en is nog steeds) op zijn plaats, en wie Hem zou zien zou ook sterven. Maar God werd Heerser voor het volk Israël, en daarop Vader voor de Christenen. Waar wij de liefde van zo dichtbij mogen beleven en nog dichterbij waar wij EEN zijn met Christus, daar verdwijnt de vrees naar de achtergrond en zij komt pas weer terug als keerzijde als wij de liefde loslaten en God niet meer in alles accepteren of beleven als de almachtige en in alles te gehoorzamen God de Vader.
Jezus zegt:
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort. Die zijn leven liefheeft, zal hetzelve verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven.
Zo iemand Mij dient, die volge Mij; en waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn. En zo iemand Mij dient, de Vader zal hem eren. Nu is Mijn ziel ontroerd; en wat zal Ik zeggen?
Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hierom ben Ik in deze ure gekomen.
Vader, verheerlijk Uw Naam. Er kwam dan een stem uit den hemel, zeggende: En Ik heb Hem verheerlijkt, en Ik zal Hem wederom verheerlijken, Joh.12:27.
Jezus zegt over angst: vrees niet en als je vreest, vrees dan niet hen die beschikken over je aardse leven, maar Hem, de almachtige God, die over het eeuwige leven beschikt.
quote:
4.a. De leer - de Vreze des Heren
De moderne kerk staat in de vrijheid en al haar leer hangt eraan als was het onze hoogste norm. Maar de gezonde leer begint met de vrees voor God, en u mag ook lezen de angst voor God. In die zin kunnen we iets leren van de ortodoxe kerken in ons land. Wie niet de vreze des Heren erkent en kent, kan Zijn geboden niet houden en zijn liefdegebod niet doorgronden. Het volk zei tot Mozes: Spreek gij met ons, en wij zullen horen; en dat God met ons niet spreke, opdat wij niet sterven! En Mozes zei: Vreest niet, want God is gekomen, opdat Hij u verzocht, en opdat Zijn vreze voor uw aangezicht zou zijn, dat gij niet zondigt, Exodus 20:20.
Mozes zelf was elders zo bevreesd dat hij zei: Ik ben gans bevreesd en bevende, Heb 12:21.
Paulus: Maar u bent niet (slechts) gekomen tot de tastbare en zichtbare verschrikking van God’s macht en aanwezigheid, maar gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen. Ziet toe, dat gij Dien, Die spreekt, niet verwerpt; want indien dezen niet zijn ontvloden, die dengene verwierpen, welke op aarde Goddelijke antwoorden gaf, veelmeer zullen wij niet ontvlieden, zo wij ons van Dien afkeren, Die van de hemelen is;
En elders: Daarom, alzo wij een onbewegelijk Koninkrijk ontvangen, laat ons de genade vasthouden, door dewelke wij welbehagelijk Gode mogen dienen, met eerbied en godvruchtigheid. Want onze God is een verterend vuur.
En: vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God, Heb.10:31.
Dus de conclusie is dat de vreze des Heren wel degelijk een element heeft van angst en pijn, die van toepassing is voor hen die zich afkeren van God. Ook in het kleine.
Vreze des Heren in de praktijkIk moet erbij zeggen dat wij in de geestelijke praktijk van alledag misschien niet zoveel ervaring hebben met angst en verdrukking. Mischien zijn wij (te) rijk op dat punt. Maar let dan op de rampspoeden en bevingen in de wereld en verplaats je even in zo’n situatie. Dat geeft een gevoel van angst en machteloosheid en het is dat gevoel dat ons toekomt in een wereld vol tegenstand tegen de almachtige God, de God die wij boven alles lief hebben. Deze God leert ons dat de wereld verloren is en haar bewoners onze tegenstanders, maar dat door het Licht dat wij uit mogen dragen evenzovelen gered zullen worden als Hij tot Christus roepen zal.
En denk ook aan de soldaten bij Christus’ kruisiging die een aardbeving meemaakten: Toen de hoofdman en de bewakers de aardbeving zagen en wat er gebeurde, werden zij zeer bevreesd en zeiden: "Deze was waarlijk de Zoon van God".
Wie zijn wij: zijn wij als de soldaten die vreesden voor hun leven, of zijn wij als Christus die de aanvechtingen in Liefde overwon en stervende aan het kruishout hing, uit liefde voor God de Vader, en voor de Zijnen?
Oprecht; een emotie of een gegrond fundament?Hoe oprecht kunnen wij zijn als wij de woorden van Jezus over de vrees op ons laten inwerken? Hij zegt: Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.
Verkoopt uw bezittingen om aalmoezen te geven. Maakt u beurzen, die niet oud worden, een schat, die nooit opraakt, in de hemelen, waar geen dief bij komt en geen mot ze schaadt. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. Zijn wij als de rijke jongeling? De jongeling toonde oprechtheid. Maar was die oprechtheid terecht, dat is: gefundeerd op recht? Lees in dit verband voor de aardigheid eens het boek “
de koninklijke weg”van Frans Horsthuis - gratis download. En de vraag die achterblijft is wat het nu zeggen wil dat wij onze vrijheid gebruiken om oprecht (nee, niet oprecht maar
op recht) God te dienen en Christus te volgen.
En dan is het aangenaam om op te merken dat de zonde en ook de angst en de aanvallen van de satan ons bij God brengen, die ons ook in ontferming aanneemt. Waarbij we wel weten dat er een tussenliggend station is van de prediking van Johannes de doper (vergeving op bekering) en Christus (verzoening). Zodat wij versterkt worden door de Heilige Geest en de kracht krijgen van het geloof en de zekerheid waarvan ook Johannes ons getuigt, om op recht in leer en leven vrij en vrijmoedig voor God te staan.
En dan kunnen we menen sterk te staan en menen niet aangevallen te worden door de satan. Maar de zonde is reeds de aanval van de satan en wie zegt dat hij geen zonde heeft, die verleidt zichzelf en in hem is de waarheid niet (1 Joh.1). Maar Adam en Eva stonden ook en de val die zij maakten was niet door een boosaardig lijkende dreiging of dwaling. De dwaling was heel simpel: meer kennis van God, van goed en kwaad. Is dat nu een dreiging van de satan?! Inderdaad. De dreiging van de satan is dat wij God niet gehoorzamen en op allerlei manieren op afstand van Hem komen te staan. En dat is uitdrukkelijke niet een boze verschijning die zich aankondigt als satan. Het is de verschijning die zich aankondigt als engel van het licht, en als brenger van meer kennis van God, die het meest dreigend is. Want zij brengt verleiding om af te wijken van het eenvoudige volgen van God’s geboden en het spoor van Christus.
Waarachtigheid en gezindheid en vrijmoedigheidHoe onderscheiden wij wat God van ons vraagt? Hoe onderscheiden wij waarheid van leugen? Johannes zegt daarover dit:
u heeft niet nodig dat u iets van een ander leert. Maar wees waarachtig in de liefde die de waarheid ten volle doet kennen, die de geboden doet onderhouden, die de vrijmoedigheid geeft van hen die EEN zijn met Christus, die de broeders doet liefhebben – niet vanwege die broeders maar – omdat God ons eerst heeft liefgehad, de God die wij liefhebben zonder Hem ooit gezien te hebben. En als wij de broeders niet liefhebben die wij ook kunnen zien, dan kunnen wij God niet liefhebben die wij niet kunnen zien. En hij roept op tot waarachtigheid: hetgeen waarachtig is in Hem,
zij ook in u waarachtig; want de duisternis
gaat voorbij, en het waarachtige licht schijnt
nu. Let op hoe Johannes (heel anders dan Jakobus!) spreekt vanuit het positieve beeld van wedergeboren zijn en de roeping en liefde die daarbij hoort. Maar tegelijk zit er de lading, de opdracht, in om het ook te doen, te zijn, en er in te blijven.
quote:
NBV: "Zo is de liefde bij ons werkelijkheid geworden, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus." Zijn wij inderdaad als Jezus? Is de liefde inderdaad in ons werkelijkheid geworden in de voltooide tijd? Of is dit de theologie van de NBV?! Zien we in God’s Woord, dan staat er dat de liefde bij ons volmaakt is opdat wij op de jongste dag in vrijmoedigheid kunnen zeggen dat wij Hem gelijk zijn geworden. Dat wil zeggen: opdat wij vrijmoedig mogen spreken dat wij Hem gevolgd zijn in liefde en gehoorzaamheid en opoffering. En waar staat “opdat”, is een opdracht ingesloten, en zijn ook de overige aansporingen in deze brief van Johannes van toepassing (niet zondigen, geboden bewaren, geesten beproeven, broeders liefhebben).
NBV 1 joh 2:16. “Want alles wat in de wereld is – zelfzuchtige begeerte, afgunstige inhaligheid, pronkzucht –, dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld.”
Dit lijkt op een formulering van een avondsmaalsformulier. Maar het is niet het Woord van God. Want in de NBV wordt alleen de overmaat beschreven en in het Woord van God gaat het om de wortel, de aard, ervan.
Maar deze en andere voorbeelden van de NBV mogen niet verbazen want de aard van de wereld moet blijken uit haar werken. De dwaling in de NBV is niet alleen dat zij verleidt tot meer kennis en meer inzicht in God’s wegen, maar nog meer dat daarin de kerk te zien is die zich mooi maakt en de wereld behaagt. Jakobus 4: 15 Overspelers en overspeleressen, weet gij niet, dat de vriendschap der wereld een vijandschap Gods is?Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand van God gesteld.
Wat is dan de slotsom in een draad waar al treffende waarheden zijn genoemd? Wat zijn woorden en wat kan de tong bereiken? Wie beheerst de kunst van liefhebben en terechtwijzen, waar de geesten uit zijn op tweedracht? Ik denk dat er velen zijn die zich vastklampende aan een waarheid ontdekken dat de waarheid niet meer is. En er lijkt weinig houvast voor de twijfelende en onrustige ziel. Woorden zijn niet meer dan verpakkingsmiddelen van de geest. Johannes zegt over al die woorden in 1 joh3 vers 18: Geen woorden, maar waarheid en daden.…
Maar de slotsom is: ga terug! Want alléén God’s Woord is Recht en Waarheid !
. . . . . .
