Vergeef me de spam aan bijbelteksten. Ik heb geprobeerd (ook voor mezelf) eens een aantal bijbelteksten op een rij te zetten om te bezien wat "een grote lijn" zou kunnen zijn...
Jak 3:5 Zo is ook de tong een klein orgaan, maar wat een grootspraak kan hij voortbrengen! Bedenk eens hoe een kleine vlam een enorme bosbrand veroorzaakt. 3:6 Onze tong is net zo’n vlam: een wereld van onrecht, die onze lichaamsdelen in brand steekt. Want hij besmet het hele lichaam, hij steekt het rad van het leven in brand, met vuur uit de Gehenna.
Jak 5:1 En nu iets voor u, rijken! Weeklaag en jammer om de rampspoed die over u komt. 5:2 Uw rijkdom is verrot en uw kleding is door de mot aangevreten. 5:3 Uw goud en zilver is verroest, en die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw lichaam verteren. U hebt uw schatkamers gevuld, hoewel de tijd ten einde loopt.
2 Petr 3:7 Maar de tegenwoordige hemel en aarde worden door datzelfde woord bewaard om op de dag van het oordeel, waarop de goddelozen ten onder zullen gaan, te worden prijsgegeven aan het vuur.
Hebr 12:25 Let op dat u hem die spreekt niet afwijst. Want als zij al niet ontkomen zijn toen ze degene afwezen die hen op aarde onderrichtte, dan kunnen wij, wanneer we ons afkeren van degene die dat vanuit de hemel doet, helemaal niet ontkomen. 12:26 Destijds deed zijn stem de aarde beven, nu heeft hij deze belofte gedaan: ‘Nog eenmaal zal ik de aarde doen beven, en met de aarde ook de hemel.’ 12:27 Met dat ‘nog eenmaal’ wordt bedoeld dat wat geschapen is, wankelt en verdwijnt, zodat alleen blijft wat onwankelbaar is. 12:28 Laten we daarom het onwankelbare koninkrijk in dankbaarheid aanvaarden, om God zo te dienen dat hij er behagen in schept, met eerbied en ontzag. 12:29 Onze God is een verterend vuur!
1 Joh 1:5 Dit is wat wij hem hebben horen verkondigen en wat we u verkondigen: God is licht, er is in hem geen spoor van duisternis. 1:6 Als we zeggen dat we met hem verbonden zijn terwijl we onze weg in het duister gaan, liegen we en leven we niet volgens de waarheid. 1:7 Maar gaan we onze weg in het licht, zoals hijzelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle zonde.
Joh 1:4 In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. 1:5 Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.
Mat 8:11 Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel, 8:12 maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.’
Mat 13:40 Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: 13:41 de Mensenzoon zal zijn engelen erop uitsturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen 13:42 en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden.
Mat 13:47 Het is met het koninkrijk van de hemel ook als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. 13:48 Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid. 13:49 Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen erop uittrekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, 13:50 en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden.
Mat 24:50 Dan zal de heer van die dienaar komen op een dag waarop hij het niet verwacht en op een tijdstip dat hij niet kent, 24:51 en hij zal hem straffen met zijn zwaard en hem het lot van de huichelaars laten ondergaan; daar zal hij met hen jammeren en knarsetanden.
Mat 25:30 En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”
Mar 9:43 Als je hand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Gehenna te moeten gaan, naar het onblusbare vuur. [9:44 waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft.]
Luc 13:27 Maar hij zal tegen jullie zeggen: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!” 13:28 Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt.
Jesaja 11:1 Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op,
een scheut van zijn wortels komt tot bloei.
11:2 De geest van de HEER zal op hem rusten:
een geest van wijsheid en inzicht,
een geest van kracht en verstandig beleid,
een geest van kennis en eerbied voor de HEER.
11:3 Hij ademt eerbied voor de HEER;
zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn,
noch grondt hij zijn vonnis op geruchten.
11:4 Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel,
de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis.
Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond,
met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen.
Openb 1:12 Ik draaide me om, om te zien welke stem er tegen mij sprak. Toen zag ik zeven gouden lampenstandaards, 1:13 en daartussen iemand die eruitzag als een mens. Hij was gekleed in een lang gewaad en had een gouden band om zijn borst. 1:14 Zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol of als sneeuw, en zijn ogen waren als een vlammend vuur. 1:15 Zijn voeten gloeiden als brons in een oven. Zijn stem klonk als het geluid van geweldige watermassa’s. 1:16 In zijn rechterhand had hij zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard. Zijn gezicht schitterde als de felle zon.
Wat is nu de betekenis van al deze verzen? Het lot van onrechtvaardigen en rechtvaardigen wordt beschreven... De onrechtvaardigen worden "buitengesloten" (Luc 13:28). Verbannen naar een plek die "Gehenna" wordt genoemd. Een plaats die afwisselend wordt beschreven als buitenste duisternis en een plek van onblusbaar vuur... Alleen al die tegenstelling tussen "donker" en "licht van het vuur" doet mij vermoeden dat hier gezocht moet worden naar een figuurlijke betekenis. Die niets afdoet aan een reële werkelijkheid die hier tegelijk geschetst wordt: God is licht en in Hem is geen spoor van duisternis (1 Joh 1:5). Hij zal al het onrecht ver van Hem wegdoen op een door Hem vastgestelde tijd... Tegelijk wordt de plek waar de onrechtvaardigen zich bevinden beschreven als een plek waar men zal "jammeren en knarsetanden". Ik vat dat op als "Gods aanwezigheid" doet zich ook op die plek voelen...!! Let wel dat God zelf wordt beschreven als een verterend vuur... In Jesaja wordt het oordeel beschreven in termen van straf die met de mond wordt uitgesproken... Gods uitgesproken Waarheid is een vuur waartegen geen onrecht bestand is: de "adem van Zijn lippen doodt de schuldigen". Uit zijn mond komt een scherp, tweesnijdend zwaard. Ik denk dat ieder mens uiteindelijk geconfronteerd zal worden met het ultieme besef dat zij/hij enkel kan leven, niet van brood alleen, maar van ieder woord dat van Gods mond uitgaat... (Deut 8:3).
Ik besef dat deze gedachten de deur kunnen openzetten naar een idee van alverzoening. Wie kan er nu uiteindelijk niet overeenstemmen met Gods Waarheid en Gods Wil?? Tegelijk besef ik dat ik hier zelf aan het woord ben... Het Oordeel komt aan God toe... Hoe de werkelijke hemel en hel er uit zien weten we niet totdat we met die situatie geconfronteerd gaan worden... Uiteindelijk rest ons in het hier en nu het besef dat God het kwade ten diepste verafschuwt... "In Hem is geen spoor van duisternis". Alleen die gedachte al zou ons te denken moeten geven... (Op de momenten dat het Kwaad je hier op aarde rechtstreeks in je gezicht grijnst vind ik hem wel bemoedigend...)