quote:
St. Ignatius schreef op 09 augustus 2010 om 11:20:[...]
Nee, je kan niet zomaar even twee verschillende woorden ‘tegelijk pakken’. De bijbel is een complex boek met zorgvuldig gecomponeerde verzen. Dan kunnen we niet zomaar even een 21e eeuwse woordbetekenis in de Nederlandse vertaling ‘tegelijk pakken’ en terug projecteren op een meer dan 2000 jaar oud hebreeuws/grieks boek. Dan trap je in dezelfde val waar Piebe steeds intrapt, nl dat je zelf betekenissen gaat toekennen aan diverse losse verzen. God schiep
niet het kwaad.
[...]
Er staat letterlijk dat hij licht schept.
Niet dat Hij duisternis schept, maar alleen licht. Duisternis wordt verdrongen door het licht. Duisternis is dus afwezigheid van licht. Het gaat hier niet om zonsopgang of ondergang, want de zon en maan worden pas in vers 16 gecreeerd.
[...]
God schiep geen liefdeloosheid of het kwaad en ook geen duisternis. Degene die dat beweert hangt een vorm van dualisme aan. In de christelijke variant ook wel manicheïsme genoemd, als ik me niet vergis. Het is een oude ketterij die zowel door katholieken als protestanten wordt verworpen. Ik zal het nogmaals uitleggen:
Zoals we zagen is alles wat God geschapen heeft ‘goed’. Nadat Hij klaar was zag Hij dat het ‘heel goed’ (Gen 1:31)was. Er is dus geen enkel smetje op Zijn creatie. We zagen ook dat ‘het kwaad’ de afwezigheid was van ‘goed’. Net zoals duisternis de afwezigheid is van licht.
Zoals ik al zei: er zijn verschillende soorten kwaad. Laten we voor het gemak bij twee houden. Fysiek kwaad en Moreel kwaad.
Fysiek kwaad is iets negatiefs dat gebeurd: ziekte, pijn, dood. Ziekte is de afwezigheid van gezondheid, dood is de afwezigheid van leven.
Moreel kwaad is iets dat gedaan wordt. Er is een verantwoordelijke voor de handeling. Dit kan zijn: onrechtvaardigheid, liegen, overspel. Liegen is de afwezigheid van waarheid, overspel is de afwezigheid van trouw.
We zien dus dat ‘het kwaad’ géén ding is. Het is geen creatie, want het bestaat niet uit materie. Alles wat gecreëerd is komt van God. Alles wat God gecreëerd heeft was ‘goed’ zoals we net zagen. Het kwaad komt dus niet vanuit God. God heeft ons de Rede gegeven, de mogelijkheid tot nadenken. Hij heeft ons ook Vrije Wil gegeven, keuzevrijheid zeg maar. Wij kunnen dus
tegen God kiezen. Logisch, want liefde kan je niet opdringen. Daar bestaat een keuze in en
dáár ligt de kiem van 'het kwaad'.
Hoe ik die verzen lees heb ik hierboven uitgebreid uitgelegd. Het gaat er niet om wat er NU in de vertaling staat. Het gaat erom wat er TOEN in de oorspronkelijke taal mee bedoeld wordt. En dat is dus niet wat Piebe je probeert te verkopen.
Ik geloof je wel, maar je vergeet nu te zeggen wat de zin dan oorsponkelijk wel zegt.
Je zei dat ik de zinnen erbij moest halen om het eens goed te lezen, dus ik pak de 4 vertaling nog eens en kijk eerst na het kwaad waar we over hadden en of het al het kwaad betrof of een modaliteit van het kwaad zoals je dat noemde:
De Nieuwe Bijbelvertaling:
7 die het licht vormt en het donker schept,
die vrede maakt en
onheil schept.
Ik ben het, de HEER, die al deze dingen doet.
NBG-vertaling 1951:
7 die het licht formeer en de duisternis schep, die het heil bewerk
en het onheil schep; Ik, de HERE, doe dit alles.
Statenvertaling, editie 1637:
7 Ick formere het licht, ende scheppe de duysternisse, Ick make den vrede,
ende scheppe het quaet, Ick de HEERE doe alle dese dingen.
Statenvertaling, editie 1977:
7 Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak de vrede, en
schep het kwaad; Ik, de HEERE, doe al deze dingen. .
Mijn indruk wekt dat hier staat dat God het einheil zeg maar criëerde. Geinspireerd door jouw en de uitleg van Grondig Christelijk (en nog een persoonlijke bron) is dit bedoelt als: wanneer God weg trekt op basis van onze keuzes blijft er onheil over.
Eens?
En dan te kijken naar de duisternis:
De Nieuwe Bijbelvertaling:
7 die het licht vormt en het
donker schept,
die vrede maakt en onheil schept.
Ik ben het, de HEER, die al deze dingen doet.
NBG-vertaling 1951:
7 die het licht formeer en
de duisternis schep, die het heil bewerk en het onheil schep; Ik, de HERE, doe dit alles.
Statenvertaling, editie 1637:
7 Ick formere het licht, ende
scheppe de duysternisse, Ick make den vrede, ende scheppe het quaet, Ick de HEERE doe alle dese dingen.
Statenvertaling, editie 1977:
7 Ik formeer het licht, en
schep de duisternis; Ik maak de vrede, en schep het kwaad; Ik, de HEERE, doe al deze dingen.
Dan lijkt me de uitleg van Grondig Christelijk juist om te beweren dat hier bedoeld wordt dat duisternis ontstaat als het licht weg trekt, dus wanneer God zich terug trekt.
Conclusie: onheil en duisternis ontstaat waar God zijn liefde terug trekt.