quote:
Rama schreef op 20 mei 2010 om 19:04:[...]
Consument inderdaad. Zouden we als kerken er niet goed aan doen om twijfelende bezoekers als zodanig, consument dus, te benaderen? Het ware christen-zijn is natuurlijk totaal anders, maar twijfelende bezoekers, zijn dat (over het algemeen) overtuigde christenen?
Hoe worden twijfelende bezoekers/niet overtuigde christenen/overtuigde niet-christenen toch oprecht christen? Door als een aanstekelijk christen in hun omgeving te leven. Hoe krijg je ze in de kerk? Door de kerk interessanter te maken dan die voetbalwedstrijd. Voor overtuigde christenen is dat natuurlijk al zo, want die willen graag Gods Woord horen en broeders en zusters ontmoeten. Maar iemand die niet zo overtuigd is ervaart God niet zo heel erg, en ziet liever vrienden bij een voetbalwedstrijd dan broeders en zusters in de kerk.
Ik zeg niet dat er een drumstel en 1000 Watt speakers en discolichten in de kerk moeten. Maar zorg voor een warm welkom voor bezoekers. Voor alle bezoekers, ook de jeugd die misschien al vanzelfsprekend beschouwd wordt als 'trouwe kerkganger'. Die jeugd moet echt nog hun eigen keuze maken tussen de voetbalwedstrijd en de kerk.
Natuurlijk, hoe langer je ze als ouders bij de voetbalwedstrijd weg kan houden, hoe groter de kans dat de kerk een gewenning wordt, en uiteindelijk een vast punt waar ze zelf voor kiezen. Maar hoe aantrekkelijker de kerk is, hoe eerder en overtuigender die keuze gemaakt wordt.
Het is een keus of de tweede dienst wel of niet gehouden wordt. Maar de jeugd die zondagmiddag naar de voetbalwedstrijd wil, wil zaterdagavond uit gaan en kan zondagmorgen ook niet in de kerk zijn. Er is altijd wat te verzinnen wat je tijdens kerktijd ook zou kunnen doen. En uiteindelijk moet er altijd de keus gemaakt worden of je naar de kerk gaat of iets anders gaat doen. En de keus voor de kerk wordt nou eenmaal makkelijker als je de kerk aantrekkelijk maakt. Niet eens in de maand, niet met oppervlakkige dingen. Maar als eerste met persoonlijke betrokkenheid op elkaar.
En laat iedereen actief meedoen, geef zoveel mogelijk mensen een taak. Als dat goed georganiseerd wordt, dan kun je een heleboel extra dingen doen tijdens en rond de dienst: Koffie, een koortje, muziek, bijbelstudie voor en/of na de dienst, zondagsschool, kinderclub, een picknick, een beamerpresentatie, een hulpactie voor verweggistan, verzin iets. Meer gezamenlijke activiteiten geeft meer band. Ook meer organisatie, maar er zitten mensen zat in de kerk om van alles te organiseren. De dominee hoeft echt niet alles in zijn eentje te doen. En je hoeft echt de kerkenraad niet om toestemming te vragen voor een dropping, kampeerweekend, wandeltocht of bijbelstudie na de kerkdienst.
Dan wordt je als gemeente/kerk aantrekkelijk, want het is er gezellig. Wat mij betreft ga je samen die voetbalwedstrijd bekijken! En dan komen er meer mensen op af. Die zijn eerst nog consument, het zij zo. Vraag ze na een tijdje maar of ze mee willen helpen met het een of ander.
Alleen maar zeggen dat je de tweede dienst heel fijn vindt omdat je die geestelijke voeding nodig hebt is ook een vorm van consumentisme trouwens. Je kunt anderen niet verwijten dat ze daar niet zo'n behoefte aan hebben.
De consumenten-houding is trouwens niet van deze tijd. De mensen kwamen ook alleen maar op Jezus af omdat die zulke grote wonderen deed. Pure entertaining. Maar Jezus stopte er daarom niet mee.
Grt, R.
quote:
Small brother, ik lees 'een volharden in gebed', 'lijdzaamheid terwijl God snoeit'. Kun je niet 'volharden in werken in Gods koninkrijk, terwijl God snoeit'? De oogst is groot, er zijn alleen zo weinig arbeiders. Bidden is ook arbeid, maar niet de enige vorm daarvan.
Zeker! Inderdaad Rama!
Wat we nu raken is een kern in het geloof: de verantwoordelijkheid van de mens.
Waar hebben we het dan over: Over het verschil tussen taak en rentmeesterschap. Dat is tegelijk het verschil tussen de mens als dienstknecht, en als priester en koning.
Lang geleden schreef Prof Douma eens een boekje over verantwoord handelen. Daarin deed hij het rentmeesterschap van de christen uit de doeken. Deze professor heeft erg veel invloed gehad op vele zaken in onze kerk. Ik heb dus een achterstand, maar ik vertrouw dat die niet onoverkomelijk is
Getrouwheid aan God en onze taak als dienstknecht, maakt dat wij soms schijnbaar blind handelen en onverantwoord handelen, of dat wij schijnbaar liefdeloos handelen. Een martelaar hoeft meestal niet te sterven, hij hoeft slechts God’s naam te verloochenen. Zo’n martelaar klinkt dapper en geestelijk sterk, maar probeer je de situatie voor te stellen dat zo'n martelaar ook een gezin heeft, kinderen, taken in dagelijkse zorg. Dan is er aan een kant de zorgplicht en aan de andere kant het dienen van God de heer. En dan moet je soms kiezen uit twee kwaden. De martelaar die kiest voor liefde zal natuurlijk het welzijn van zijn kinderen bewerken. Maar de martelaar die ervan uitgaat dat hij niet zelf zorgt, maar dat God zorgt – die legt de verantwoordelijkheid voor de wereld in God’s handen, en hij volgt Jezus. Als hij sterk is in zijn geloof, weet hij dat het niet uitmaakt wie er sterft en wat het lijden is. Immers de dood is overwonnen, en een hemels koninkrijk wacht hem.
Dit is het punt waar je het over hebt als je zegt dat wij ons moeten inzetten voor het aantrekkelijk maken van de kerk, en het motiveren van buitenkerkelijken om de diensten te gaan waarderen. Het gaat er dus niet om dat wij alleen moeten bidden, en daar kom je dan ook terecht tegen in verweer, maar het gaat erom
WAT wij doen als dienstknechten van de Heer. Dienen wij de Heer of gaan wij Hem helpen.
Abraham diende de Heer, en gehoorzaamde blind, maar had hij niet de Heer moeten waarschuwen/helpen toen hij de opdracht kreeg om zijn zoon te offeren? Mozes diende de Heer, en gehoorzaamde blind, maar had hij niet moeten begrijpen dat hij in de val zou lopen aan de oever van de Rode zee? Het volk Israël diende de Heer, maar steeds als ze de Heer gingen helpen werden ze hardhandig teruggeroepen en gestraft. De ark werd voor uit volk uitgestuurd, maar het werd ene vervloeking voor the volk. Uzza hielp de Heer en raakte de ark met de tien geboden aan, en hij stierf ter plekke. Petrus hielp de Heer, maar hij werd teruggeroepen, Petrus kwam op voor het belang van de Heer, maar hij kreeg het verwijt: ga achter mij staan tegenstander! De christenen namen gebruiken over van de wereld, maar ze kregen het verwijt dat ze geheel anders moesten zijn en niet gelijkvormig met de wereld, en geen ongelijk span moesten vormen met de wereld, en dat ze trouw moesten zijn als dienstknechten van Christus. Bevrijd van de dood, gekocht met het bloed van Christus, en met als enig doel van leven om God’s NAAM te eren en te loven en prijzen. Wij gingen zending bedrijven, maar in plaats van confrontatie kozen wij voor verleiding van ontwikkelingssamenwerking. Wij gingen evangelisatie & recreatie bedrijven (die combinatie is al fout in zichzelf), maar in plaats van confrontatie kozen wij voor aanpassing en verlaging van drempels om de wereld te laten zien dat wij ook maar mensen zijn. Wij gingen de geestelijke strijd aan met de wereld om ons heen, maar in plaats van de verantwoordelijke aan te spreken kozen wij massaal voor verleiding van de kinderen die nog onder de taak en zorg van de ouder horen. Wij gingen God’s Woord vertalen, maar in plaats van het te bewaren gingen wij het veranderen uit evangelisatieoverwegingen. Maar steeds als wij de wereld iets willen brengen met onze eigen inbreng en goede bedoelingen, is het effect dat de wereld meer aan ons leert dan wij aan de wereld. Of anders gezegd: steeds is het effect dat wij tegemoet komen aan de wereld. Mooimakerij noem je dat. Mooi maken voor de wereld noemt Paulus dat. Hoererij is het meer confronterende begrip.
Maar dat zadelt ons op met een dilemma. Hoe onderscheiden wij "mooimaken' van ware liefde, en "proberen iemand te bereiken" van hoererij?? Misschien moet ik je dat niet uitleggen. Misschien is voldoende dat ik aanstip dat je je bevindt op een scheidslijn tussen moreel gewenst gedrag en moreel verwerpelijk gedrag. Misschien moet ik voorbeelden geven waarin je kunt zien dat de mens op die scheidslijn steeds geneigd is te kiezen voor het haalbare, voor het zichtbare resultaat, voor maatschappelijk gewenst handelen, voor het helpen van God omdat wij zien hoe we de ander kunnen bereiken. De mens kan zichzelf een onnutte slaaf noemen, maar tegelijk zichzelf verheffen tot god’s niveau met psalm 8. De mens kan getuige zijn van God en daarmee zijn leven in gevaar brengen, maar tegelijk in raden en staten alles doen om zo lang mogelijk nog tenminste invloed te blijven behouden. De mens kan trouw Jezus volgen in lijdzaamheid, maar tegelijk als koning en priester zich verheffen en zichzelf grote vrijheid en macht aanmeten. De mens kan zich geheel anders opstellen dan de wereld, maar tegelijk als rentmeester zich mengen in alle zorg en kommer van de wereld die reeds in de dood is.
Begrijp van mij dat ik je probeer te scherpen op dit scheidingsvlak. Als je wat doet, doe het uit de goede motieven. Als je liefhebt, heb God meer lief, Als je goede werken wilt doen, verwacht geen wederwerken op aarde. Als je de gemeente wilt bouwen, bouw dan aan bekering en getrouwheid aan het Woord. Als je een boodschap wilt brengen, kies dan niet een methode of middel. Als God zegt dat hij ons de woorden zal geven die wij spreken zullen, dan zijn wij wel erg eigenwijs als wij zelf van alles organiseren en creëren om die woorden te kunnen spreken en over te brengen en de hoorder aan te spreken. God bewaart zijn kerk, niet wij. God bouwt zijn kerk, niet wij.
En dan, ja dan kunnen we het geheel eens worden: natuurlijk ga je iemand helpen met een parkeerplek, natuurlijk ga je koffie zetten, natuurlijk toon je betrokkenheid, natuurlijk doe je alles wat je hart je ingeeft. Maar doe het vanuit de goede motieven, en tot het goede doel, en met de goede middelen: Jezus volgen, en Jezus naspreken, en Jezus willen zien in je broeder. Maar het mooi willen maken van Christus kerk is hoererij. Dat is als een mooie vrouw die cosmetica opdoet. Het werkt ! Maar de middelen zijn niet uit God omdat het gaat over begeerte, niet over liefde.
quote:
En dat straalt wat uit.
Het is dus niet onze taak om te snoeien.
Het is niet onze taak om te beslissen of het Gods wil is of de kerk al dan niet leegloopt. Het is onze taak om het evangelie te verkondigen.
Dat doen we door een licht op de berg te zijn.
Kun je niet 'volharden in werken in Gods koninkrijk, terwijl God snoeit'?
De oogst is groot, er zijn alleen zo weinig arbeiders.
Bidden is ook arbeid, maar niet de enige vorm daarvan.
Je hebt gelijk Rama. Goede woorden.
In het bijzonder als het gaat om wat wij zelf doen met de liefde.
En ook als het gaat om de liefde en roeping van anderen.
Maar als het gaat om liefde van anderen:
Liefde kun je niet organiseren.
maar je kunt het wel reguleren.
Liefde kun je niet opwekken,
maar je kunt het wel faciliteren.
Liefde kun je niet promoten,
maar je kunt het wel oproepen.
Liefde is onbaatzuchtig, geduldig, lankmoedig, barmhartig.
Dat betekent dat je accepteert dat een ander minder liefde bewijst dan jij.
Wie weet hoe de liefde nog moet rijpen bij een ander?
Wie weet hoe andere gaven van de ander nog openbaar gaan worden?
Wie weet hoe geduldig God is met die ander?
Wie weet of de ander de liefde werken nooit zal opbrengen, maar wel door jouw liefdewerken tot geloofsinzicht komt?
Wij weten niets.
En onze broeders en zusters zijn eigendom Van Christus.
Daarom zijn wij voor onze broeder tot een hand en tot een voet;
wij dienen hem.
Kijk, daar zullen er zijn die tot je komen en brood van je liefdewerken eten.
maar jouw liefde is niet verankerd in hun liefde,
maar in de liefde van God.
Daarom als je ziet dat iemand de liefde van iemand gebruikt of misbruikt of gewoon niet ziet,
weet dan dat God alles ziet, en elk goed werk dat op aarde geen eer krijgt,
is een schat in de hemel.
Daarom als je ziet dat er weinig liefdewerken zichtbaar zijn;
weet dan dat God juist daar vele schatten gaat verzilveren.
Daarom als je ideeën hebt over aantrekkelijke vormen en vieringen en laagdrempeligheid;
weet dan dat zij geestelijk van nul en gene waarde zijn.
Maar als iedereen de liefde heeft die jij hierboven benoemt;
Dan zal geven en dienen vanzelfsprekend zijn,
en de warmte tastbaar.
En echt niemand zal verzinnen dat de liefde van God,
gepromoot moet wordem, en aantrekkelijk gemaakt.
En de buitenstaander, ja de buitenstaander,
hij staat paf,
en verbaast zich erover dat
er liefde bestaanbaar is.
Maar hij is het ook die teleurgesteld afhaakt;
als een welkom-broeder hem laat gaan,
onder de opmerking: ik heb nu toch wel genoeg gedaan..
Hij is degene die wil breken,
met zijn oude liefdeloze leven,
maar dan ontdekt dat hij niet hoeft te breken,
als de liefde in de kerk,
niet verder gaat dan goede preken.
Hij is degene die gaat vragen,
en over liefde door blijft zagen,
maar tot zijn teleurstelling dan ontdekt:
de verwachting die was opgewekt,
wordt niet waargemaakt.
De liefde wordt er aangehangen, begeert,
geliefd en beleden.
Maar zo velen,
kunnen het zelf niet opbrengen.
Hij zal de liefde leren
waarderen, waar hij het meet.
Maar hij zal de mooimakerijen
haten,
Want zij waren het die
niet alleen hem misleidden,
als bakens van onvermogen,
met een hunkerende kennis van God;
maar ook hen, zijzelf,
die zich presenteerden
als werkers van het Licht.
Maar hij en allen, die de liefde gezien hebben,
verheugen zich over de werken van de Geest;
over de liefde die blijft,
en die niemand afnemen kan,
wat de omgeving ook doet.
Jij bent hij.
iedereen is hij,
die zich niet alleen verheugt
in elke ziel
die God's liefde tastbaar maakt;
maar juist ook in elke ziel,
aan welke hij zijn eigen liefde kan tonen;
want elke zodanige ziel,
ziet dan een spiegel
van de Liefde God's.
En als niet iedereen die liefde heeft,
weest dan getrouw en volhard in de liefde,
want de liefde volgt geen vorm,
norm of geestenstorm.
Maar zij komt van God en overvalt,
en zoekt dan niet een vorm,
norm, of geestenstorm,
maar wat in de liefde is;
wat uit God is.
Wij kunnen dus geen liefde verkopen, of God aantrekkelijk maken.
Wij kunnen niet zelf een kerk bouwen, met liefdewerken, als de liefde er niet is.
Wij kunnen niet iets van de mens verwachten, want als wij het doen verprutsen wij alles.
Maar we moeten alles van God verwachten.
En dan ben ik klaar met alles hier,
Als ik mij tot de Vader richt in gebed.