EpicuriusEpicurus (371 v.Chr. - 342 v.Chr.) was de eerste die het probleem filosofisch formuleerde en bestudeerde. De volgende reductio ad absurdum wordt wel de paradox van Epicurus genoemd (parafrase):
* Er bestaat kwaad, dus God is ofwel niet in staat, ofwel niet van zins het op te heffen.
* Als God het kwaad niet kán opheffen is hij niet almachtig.
* Als hij het niet wíl opheffen is hij kwaadaardig.
* Als hij het niet kán of niet wíl opheffen, waarom zou je hem God noemen?
* Als hij het kán en wíl opheffen, waar komt het kwaad dan vandaan?
Ook de 18e eeuwse filosoof David Hume formuleerde het probleem op een gelijkaardige manier in zijn 'Dialogues Concerning Natural Religion'
J.L. MackieMeer recentelijk heeft de Australische filosoof John Leslie Mackie (1917–1981) het probleem in de vorm van deze drie proposities geformuleerd:
A. God is omnipotent (almachtig)
B. God is geheel goed
C. Het Kwaad bestaat
De contradictie is duidelijk. Deze 3 proposities kunnen samen onmogelijk waar zijn. Hoogstens 2 van de 3 proposities (beweringen) kunnen samen waar zijn zonder logisch contradictorisch te zijn. Daarom moet 1 ervan fout zijn. Immers:
1. Als A waar was, had God de wereld kunnen scheppen zonder het kwaad.
2. Als B waar was, zou God een wereld gewenst hebben zonder het kwaad.
3. Maar C is duidelijk waar. Er is veel kwaad in de wereld, zinloos en onnodig kwaad inbegrepen. Daarom: moet dan niet eerder A of B noodzakelijk onwaar zijn? Als je 'nee' antwoordt, dan werpt een andere vraag zich op: hoe kan het bestaan van het kwaad verzoend worden met het bestaan van een omnipotente en geheel goede God?
Mackie's conclusie is dat, wanneer we de werkelijkheid van het kwaad erkennen, God blijkbaar niet zowel almachtig als uiterst goed kan zijn. Vertrekkend vanuit die aanname stelt hij de volgende alternatieven voor:
1. God bestaat, een god die volledig bekwaam is om het kwaad te verhinderen, maar dit niet wenst te doen. Een ietwat sadistische god dus (volgens Mackie), waardoor hij zeker niet uitermate goed is.
2. of: God bestaat, een god die het kwaad wil verhinderen, maar daarvoor de macht niet heeft. Hij is op zijn best een eindig en gelimiteerd wezen.
3. of: Er bestaat helemaal geen God.
-lees verder-Dus nogmaals, nee Zwever, het is geen eenmansvisie die ik verkondig, dus helaas voor jou is de kous daar niet mee af!