Waar liefde de norm is, daar wordt het warm en prettig.
Waar warm en prettig de norm is, daar verdwijnt de liefde.quote:
1 Petr. 4:7 e.v.
Geliefden, houdt u niet vreemd over de hitte der verdrukking onder u, die u geschiedt tot verzoeking, alsof u iets vreemds overkwame; Maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzo verblijdt u; opdat gij ook in de openbaring Zijner heerlijkheid u moogt verblijden en verheugen.
Is deze blijdschap en deze vreugde synoniem voor het begrip "warm en prettig" waarover de Van Dale spreekt? Nee, maar de paradox is dat de vreugde en blijdschap in bijbelse zin toeneemt naarmate de verzoekingen toenemen. En naarmate de rijkdom toeneent en het behaaglijk en prettig wordt, wordt de bijbelse vreugde gesmoord en verkommert zij. Dat is geen causaal verband, maar dat zijn bij elkaar passende zaken. Ook Paulus spreekt herhaaldelijk over zijn lijden en zijn verzoeking waarvoor hij God dankt en in welke hij God eert.
Vreugde is er dus wel, hoewel ook christenen, mensen als zij zijn, ook dat wat de apostelen tot vreugde strekte, eerder als lijden zullen ervaren en als beproeving en in volhardende trouw de blik op Jezus lijden gericht houden. Maar wat blijft staan is dat de definitie van vreugde die een christen vervult zich niet gedraagt volgens de definities van warm en prettig uit de Van Dale.
Warm en prettig zijn de woorden van de slang, wanneer hij zegt: "nee, nee; voorzeker zal God je niet doden als je van de boom eet". Kijk, daar héb je wat aan als je gericht bent op warm en prettig. De slang was in dat opzicht heel wat behagender en toeschietelijker en gericht op prettig, dan God. Het was alleen het tijdelijke wereldse begrip van prettig.
quote:
1 Petr. 4:7
En het einde aller dingen is nabij; zijt dan nuchteren, en waakt in de gebeden. Maar vooral hebt vurige liefde tot elkander; want de liefde zal menigte van zonden bedekken.
Als de christenen erin slagen de Liefde te bewaren, dan zal de wereld zich nog verbazen dat het haast warm en prettig is bij die christenen. Maar waar christenen menen dat het warm en prettig gemaakt moet worden, zullen ze het niet eenvoudig en niet zonder moeite bereiken. Want ècht warm en prettig doet zich vooral voor als zegen van God en het treedt op waar de christenen zijn gericht op God boven alles, en waar
vernieuwing weer trend wordt in de betekenis van vele vormen van
bekering.
Want een geest van bekeringsgezindheid heeft alleen bestaansrecht als de LIEFDE voor GOD het hoogste goed wordt. En of dat in de ogen van Van Dale warm en prettig zal zijn, dát is weer een zaak die niet wordt gemeten naar de oppervlakte van de beschouwende mens, maar naar de Geest. Maar waar LIEFDE woont gebiedt de Heer zijn zegen. En waar God's zegen komt, daar wordt het ook ècht warm en prettig in de betekenis van Van Dale. Maar door de definitieverschillen vinden de beschouwers vanuit het woordenboek het dan ook weer snel te 'saai', of niet warm en prettig genoeg..