Hallo Riemer,
Je haalde aan:
quote:
Het huidige volk israel is van een totaal andere rangorde dan het volk waarover we in de Bijbel lezen.
Het huidige politieke Israel heb ik ernstige moeite mee (onderdrukking van groeperingen etc.
In principe niet! Immers het volk Israël van het OT wilde eveneens in het vlees, voor Gods volk spelen. Zij verwierpen Jezus, uiteindelijk ook na de 490 jaar die zij als Genade (-tijd) toebedeeld kregen.
Ook nu is die zelfde Staat nog steeds in het vlees. Nog steeds maakt de Staat Israël, als natie, deel uit van het grote Babylon. En nog steeds voeren Orthodoxe Joden hun beleid op basis van de geboden van God + de 361 eigengerechtigde wetjes en is er ook nog een Sanhedrin, waar Nicodemus "van uitgegaan is, opmdat hij geen deel meer wilde hebben aan haar plagen" na het gesprek met Jezus .
En zo, Riemer,
onderhouden zijn nog steeds een eigen verzonnen bedekking.
En vergaapt de wereld zich aan dat voorbeeld, want ze hebben geen ander dan dat; OT vergane glorie! Het is Jezus die dat zelf zegt!
Daarom is hen ook die bijzondere positie ontnomen.
Niet omdat ze Joden zijn, maar omdat ze Geestelijk niet in orde zijn met dat hemels Jeruzalem, waar niet alleen Yeshua is, maar ook het heiligdom.
Nu, Jezus was de 'Zoon van God'. Op grond van Lucas, naar het Joodse Evangelie, was Jezus de zoon 'in het vlees' de zoon van Maria en Jozef.
Pas op hé ik citeer hier Joods Evangelie!
quote:
4 Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, 5 om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. 6 Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, 7 en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.
Het zal sommige verbazen dat Jozef wel degelijk de vader was. Wat was dan de verbondenheid met de Allerhoogste god; kijk maar:
Nu
Maria was een afstammeling van Aäron en
Jozef van David.
Daarmee had de Allerhoogste god, door
Zijn Geest exact Zijn profetie doen uitkomen over de geboorte en afstamming van Zijn Zoon (Jezus/Yeshua) voorvaderen.
Ook hier dus Riemer, zien we dat het volk Israël
een Geestelijk volk is. Alles is uit de Heilig Geest voortgekomen. Dus ook onze wedergeboorte (van Jood en Griek) wordt op grond van Geestelijke fundamenten vervuld en worden wij dus, in principe, Tempels van de Heilige Geest, dezelfde als we in de bloedlijn van Jezus tegenkomen! Hierdoor kan dus een aardse Tempel een aardse stad of zelfs een natie, die notabene in het Grote babylon ligt, geen verbondenheid garanderen met het Hemels Jeruzalem.
Door de Heilige Geest begrijpt Maria, dat ze met Jozef moet trouwen. Want deze heeft haar doen begrijpen dat de geslachtslijn van Jozef van belang is voor haar, toekomstige taak.
Zij is nog maagd (een jong meisje)
Lucas 1:34 zegt ons dat Maria mededeeld dat ze nog geen gemeenschap (met Jozef) heeft gehad.
Maar in de volgende verzen wijst de Allerhoogste god, Maria er op dat zij een bijzondere taak krijgt, aangaande het Geestelijk volk, dat uit één persoon zijn orsprong vindt, als het om het Geestelijk Huis gaat, om die Geestelijk stad, om al die individuele Tempels (van de Heilige Geest) die dat Geestelijke Israël zullen vormen. Immers;
niet door geweld, noch door oorlog, zal Mijn Rijk opgericht worden. Joden en Grieken in het vlees, volgens
menselijke bedekkingen van Gods wetten aanbidden Yeshua of de Allerhoogste god tevergeefd.
We zien het zelfs terug in het ontstaan van Yeshua vanuit de bloedlijnen, die de Allerhoogste zélf heeft gelegd. Ook als is dat in of onder menselijke omstanden!
Zonen van de Allerhoogste god, zijn dus trouwe mensen die tot het Geestelijk ISraël behoren; uit alle taal, stam, natie en volk. Allemaal, uit welke cultuur ook; worden
Tempels van de Heilige Geest. Geen slaven van navolging in het vlees!
Wat wordt Jezus/Yeshua dus door de Heilige Geest van boven (uit de Hemels stad
waar we (weder-) geboren worden:
Lucas 1:32,33
quote:
32 Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. 33 Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’
Als 'het volk' nu in de allerlaatste minuten van de Genade(- tijd) die hen vergund was, Yeshua hadden begrepen en geluisters hadden naar de Geestelijke boodschappen van hun profeten (want de wet berust o.a. op Jezus en de proçfeten; het fundament van groei) dan was Yeshua inderdaad op de letterlijke troon van David gekomen en was het 'Geestelijke Israël' van dié tijd als volk over de wereld kunnen gaan, om het Evangelie te brengen.
Dan was ook het woongebied afgeschermd geweest, door engelen, zoals ook het Paradijs, waar Adam en Eva woonden, door engelen werd beschermd. Door onegoorzaamheid moet de Allerhoogste god, en heeft ook Jezus 'die bedekking' weg moeten halen.
En nu we het toch hebben over bedekking:
Alles in deze wereld, het Grote Babylon, niet bedekt is door de Heilige Geest van boven, danwel dat zich wil laten bedekking, zijn ze bedekt met een eigen bedachte of verzonnen bedekking. Er zijn altijd twee bedekkingen waaruit we kunnen kiezen, als het gaat om 'in het vlees' of 'in de Geest'!.
Een interessante beschrijving van de bedekking met de Heilige Geest heb ik hier voor je:
Zonder bruiloftskleed Matteüs 22:1-14
quote:
De gelijkenis van het bruiloftskleed betekent voor ons een onderwerp van grootste betekenis. Door het huwelijk wordt de vereniging van de mensheid met God voorgesteld. Het bruiloftskleed stelt het karakter voor dat ieder moet bezitten die gerekend zal worden als gast bij de bruiloft.
In deze gelijkenis worden, evenals in die van.het grote feestmaal, de uitnodiging van het evangelie, de verwerping daarvan door de Joden en de oproep van genade tot de heidenen belicht. Maar de gelijkenis toont van de kant van hen, die de uitnodiging verwerpen, een ernstiger belediging en een zwaardere straf. Immers de uitnodiging tot het feest komt van een koning, van iemand die de macht heeft te bevelen (Yeshua). Het houdt een hoge eer in, maar deze wordt niet op prijs gesteld. Het gezag van de koning wordt veracht. Terwijl de uitnodiging van de heer onverschillig werd behandeld, wordt die van de koning beantwoord met beledigingen en moord. Zij behandelden zijn slaven met spot, verachting en zelfs moord.
Toen de heer zag dat zijn uitnodiging werd veronachtzaamd, zei hij dat geen van de mensen die waren uitgenodigd, aan het feestmaal deel zouden hebben. Maar voor hen die de koning hadden geminacht, wachtte meer dan alleen uitsluiting van zijn tegenwoordigheid en zijn feest. "Hij zond zijn legers uit en verdelgde die moordenaars en stak hun stad in brand."
Riemer: Het Grote Babylon, 'stad' van het vlees en de verachting van het hemels Jeruzalem, zal dat lot ondergaan, bij de (1e) wederkomst van Christus. Hetzelfde gebeurde, toen Noach de Deur tot verlossing en redding sloot van zijn Ark, en de Allerhoogste god het water gebruikte als middel tot vernietiging van mens en dier en al het gewas!
Het Bruiloftsfeest 2
quote:
In beide gelijkenissen komen er gasten aan de maaltijd, maar de tweede gelijkenis
laat zien dat allen,
die de maaltijd bijwonen,
een voorbereiding moeten treffen.
Zij die deze voorbereiding hebben nagelaten, worden uitgeworpen. "De koning kwam binnen om de gasten te overzien en
'hij zag daar iemand die geen bruiloftskleed aanhad. En hij zei tot hem:
Vriend, hoe zijt gij hier gekomen zonder bruiloftskleed? En hij verstomde. Toen zei de koning tot de bedienden:
Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengekners."Mensen die in de Genade (-tijd) zich niet laten bedekking door een kleed van water en Geest, blijven in het vleselijke kader van valse aanbdding. De tijd heeft lang genoeg geduurd, Gods geduld zal eens opgeraken! Dat is niet nieuw, we kunnen het allemaal, lezen in de Schrift! Want van het volk Israël (dat niet alleen maar uit Joden bestond) kwam een Overblijfsel voort uit alle stam, dat Jezus navolgde; de eerste Christengemeente.Het Bruiloftsfeest 3quote:
Christus' discipelen hadden de oproep tot de feestmaaltijd doen horen. Onze Heer had eerst de twaalf, later de zeventig uitgezonden om te prediken dat het koninkrijk der hemelen nabij gekomen was, en de mensen op te roepen zich te bekeren en het evangelie te geloven.
Okay Riemer, Daniêl verwijst in de profetie van de 2300 avonden en morgens naar onze tijd; 1843 Hij doet dat in verschillende profetische lijnen; voor de Joden, voor de Christenen. Daniël benoemt ze beiden. Daniêl verwijst dan ook dat hij bidt voor zijn volk; want Gabrieël wijst hem er opd at het om de 'zonene van zijn volk' gaat! Wat is de Zoon van God? We hebben gezien waar Zijn orsprong ligt.
Zonen zijn dus
vrouwen, mannen, kinderen;
uit alle taal,stam,natie en volk die in de wet en de profeten het Getuigenis van Jezus uitdragen.
quote:
Maar aan deze oproep werd geen gehoor gegeven. Zij die tot de maaltijd waren uitgenodigd, kwamen niet. De knechten werden later uitgezonden om te zeggen: "Zie, ik heb mijn maaltijd bereid, mijn ossen en gemeste beesten zijn geslacht en alles is gereed; komt tot de bruiloft."
Deze boodschap werd aan het joodse volk gebracht na de kruisiging van Christus, (
Zie je dat Riemer)
quote:
Het volk, dat beweerde Gods bijzondere volk te zijn, verwierp het evangelie dat hun in de kracht van de Heilige Geest werd gebracht. Velen deden dit op heel verachtelijke wijze. Anderen wonden zich zo op over het aanbod van zaligheid en van genade, omdat zij de Heer der heerlijkheid hadden verworpen, dat zij zich keerden tegen de dragers van de boodschap. Er was een zware vervolging. (Hand.8:1) Velen, zowel mannen als vrouwen, werden gevangengenomen en sommige van de boodschappers des Heren, zoals Stefanus en Jakobus, werden ter dood gebracht.
Op deze wijze bezegelde het Joodse volk zijn verwerping van Gods genade. De gevolgen waren door Christus in de gelijkenis voorzegd. De koning zond zijn legers, verdelgde de moordenaars en stak hun stad in brand. Het oordeel dat uitgesproken was, trof de Joden in de verwoesting van Jeruzalem en de verstrooiing van het volk.
De derde oproep tot het feest stelt het brengen van het evangelie aan de heidenen voor. De koning zei: "De bruiloft is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom naar de kruispunten der wegen en nodigt allen, die gij aantreft, tot de bruiloft."
De knechten van de koning die de straat opgingen, "verzamelden allen die zij aantroffen, zowel slechten als goeden." Het was een heel gemengd gezelschap. Sommigen hadden in feite niet meer ontzag voor hem die het feest had bereid dan zij, die de uitnodiging hadden verworpen. Zij die het eerst waren geroepen, konden zich naar hun mening niet veroorloven enig werelds voordeel op te offeren om het feestmaal van de koning te kunnen bijwonen. En bij hen die de uitnodiging aanvaardden waren sommigen die er alleen op uit waren zichzelf te bevoordelen. Zij waren gekomen om deel te hebben aan het feest, maar voelden er niets voor de koning te eren.
Het gaat hier om 3 pogingen van de Allerhoogste god om 'het volk' en mensen te intereseren voor de Bruiloft! Lees nu eens in Openbaring 14, hoeveel engelen diezelfde oproep doen aan de wereld, sinds het afsluiten van de profetie van Daniël)
Het Bruiloftsfeest 4quote:
Toen de koning binnenkwam om de gasten te overzien, werd de ware aard van allen openbaar. Elke gast voor het feest was voorzien van een bruiloftskleed. Dit kleed was een geschenk van de koning. Door het te dragen toonden de gasten hun eerbied voor hem die het feest had gegeven. Eén man was echter in zijn eigen gewaad gekleed. Hij had geweigerd de voorbereiding te treffen die door de koning was geëist Hij weigerde het kleed dat met grote kosten voor hem was klaargelegd te dragen. Op deze wijze beledigde hij de koning. Op de vraag van de koning: "Hoe zijt gij hier gekomen zonder bruiloftskleed" kon hij geen antwoord geven. Hij veroordeelde zichzelf. Toen zei de koning: "Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem uit in de buitenste duisternis."
Hier Riemer wordt verwezen naar de 'bedekkingen' van de mens (-heid) of je bent bedekt met de Heilige Geest, of je bent bedekt met een 'kleed van vlees, in het vlees' zoals ook de RKK Staat zegt, dat haar Bisschop is! (Goed over denken wat Rome hier beweert) " De Paus is Christus, bekleed met een kleed van vlees.
"
De paus is niet alleen de
plaatsvervanger van Jezus Christus, maar
is
Christus zelf, verborgen
onder een sluier
van vlees.” The Catholic National, juli 1895
Begrijp Riemer welk een ernstig gegeven hier staat! De Paus doet de heimelijke dingen, de bedriegelijke vervult zijn organinsatie heimelijk, in deze wereld vervuld. Hij is de koning over de gehele wereld, als het gaat om; Regeringen, Staten en wereld! In het boek "The Keys of this blood" legt de Jezuit Kardinaal Malacht Martin, precies uit, hoe het Pausdom de Nieuwe Wereld Orde gestalte zal geven. Eén daarvan is het Verenigen van Europa!
Het Bruiloftsfeest 5
Het
onderzoek van de gasten aan de maaltijd heeft betrekking op een oordeelswerk. (
dat nu in de Hemel plaats vindt) De gasten bij het evangeliefeest
zijn mensen die zeggen dat zij God dienen, van wie de namen
geschreven staan in het boek des levens.
Maar niet allen die zich christenen noemen, zijn echte discipelen.
Eer ten slotte het loon wordt gegeven,
moet worden bepaald wie geschikt is om te delen in de erfenis van de rechtvaardigen. Deze beslissing moet plaatsvinden
vóór de wederkomst van Christus op de wolken des hemels, want
wanneer Hij komt,
is zijn loon met Hem om een ieder te geven naarmate zijn werk zal zijn. (Openb.22:12)
Vóór zijn komst moet dus het karakter van ieders werk zijn bepaald en
ieder van Christus" volgelingen zal worden beloond overeenkomstig hetgeen hij heeft gedaan, beweert, verkondigd of verworpen heeft.
Terwijl de mensen nog op de aarde leven vindt in de hemel het werk van het onderzoekend oordeel plaats.
De levens van al Gods volgelingen gaan aan Gods oog voorbij. Allen worden onderzocht aan de hand van wat in de hemelse boeken wordt vermeld en op grond van zijn daden wordt het lot van iedereen voor altijd vastgesteld.Met het bruiloftskleed uit de gelijkenis wordt het zuivere, smetteloze karakter voorgesteld, dat ieder van Christus' volgelingen moet bezitten. De gemeente is gegeven "
zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden", "stralend,
zonder vlek of rimpel of iets dergelijks." (Openb.19:8; Ef.5:27) De Schrift zegt dat
dit linnen de gerechtigheid der heiligen is. Het is
de gerechtigheid van Christus, zijn
onbesmet karakter, dat
door het geloof wordt meegedeeld aan allen die Hem
als hun persoonlijke Heiland aanvaarden.
Ook hier zie je dus Riemer, dat het volk, dat zijn Geestelijke oorsprong in Jakob vond, individueel wordt beoordeeld en vervolgens de gehele gemeente (alle volkeren, alle talen, alle stammen)
Het Bruiloftskleed 6quote:
Het witte kleed der onschuld werd gedragen door onze stamouders, toen zij door God in het paradijs werden geplaatst. Zij leefden in volmaakte overeenstemming met Gods wil. Al hun genegenheid was gericht op hun hemelse Vader. Een heerlijk zacht licht, Gods licht, omhulde het heilig mensenpaar. Dit gewaad van licht was een zinnebeeld van hun geestelijke gewaad van hemelse onschuld. Als zij aan God trouw gebleven waren, zouden zij hiermee altijd bekleed zijn gebleven. Maar toen de zonde zijn intrede deed, maakten zij zich los van God en het licht, dat hen had omgeven, verdween. Naakt en beschaamd trachtten/probeerden zij deze hemelse klederen te vervangen door vijgebladeren als bedekking aaneen te hechten.
En zo Riemer, proberen ook dus de mensen in het vlees, door een valse profetie, die zelf in het vlees meent te kunnen werken, in Christus zich een eigen verzonnen bedekking, rechtvaardig te menen en te maken: Eigengerechtigheid dus!
De Bruiloftskleed 7
quote:
Ditzelfde hebben de overtreders van Gods wet altijd gedaan sinds de dag dat Adam en Eva ongehoorzaam zijn geweest. Zij hebben vijgebladeren aaneengehecht om hun naaktheid, veroorzaakt door de zonde, te bedekken. Zij hebben het kleed gedragen dat zijzelf hebben vervaardigd. Door hun eigen werken hebben zij geprobeerd hun zonden te bedekken en zich voor God aanvaardbaar te maken.
Dit is echter onmogelijk. Niets van wat de mens kan bedenken, kan de plaats van zijn verloren kleed van onschuld innemen. Geen bedekking van vijgebladeren, geen wereldse kleding kan gedragen worden door mensen die met Christus en de engelen aanzitten aan het avondmaal van het Lam.
Dus ook een Staat Israël in een stad die Groot Babylon heet, zal geen verlossing te vinden zijn en ook NIET de stad, waar Yeshua (
de Ware dan) zal verschijnen. Want Hij woont en komt vanuit een Hemels Jeruzalem, waar het oordeel zal gebeuren; Daar is ook het heilidom, dat niet door mensenhanden is gemaakt.
Hebreeën 9:
quote:
1 Het eerste verbond bevatte bepalingen voor de rituelen van de dienst en het aardse heiligdom. 2 De voorste tent, die is ingericht met de lampenstandaard en de tafel voor de toonbroden, wordt het heilige genoemd. 3 Achter het tweede voorhangsel bevindt zich de tent die het allerheiligste genoemd wordt. 4 Daar staan het vergulde reukofferaltaar en de ark van het verbond, die langs alle zijden met goud overtrokken is en waarin zich de vergulde kruik met het manna, Aärons staf die gebloeid heeft en de platen met de verbondstekst bevinden; 5 daarop staan de cherubs als teken van Gods majesteit, zij bedekken de verzoeningsplaat met hun schaduw. Op dit alles kunnen we nu niet in detail ingaan. 6 In het aldus ingerichte heiligdom gaan de priesters voortdurend de voorste tent binnen om hun dienst te vervullen, 7 maar in de tweede tent gaat alleen de hogepriester binnen, slechts eenmaal per jaar en nooit zonder het bloed dat hij offert voor zichzelf en voor de zonden die het volk uit onwetendheid heeft begaan. 8 Hiermee maakt de heilige Geest duidelijk dat de weg naar het hemelse heiligdom niet zichtbaar is zolang de eerste tent nog dienstdoet.
en dan Riemer:
Hebreeën 9
23 Als het dus noodzakelijk is dat
de afbeeldingen van wat zich in de hemel bevindt op die manier gereinigd worden, dan moet
wat in de hemel zelf is met veel betere offergaven worden gereinigd. 24 Christus is immers
niet binnengegaan in een heiligdom dat door mensenhanden is gemaakt, in de voorafbeelding van het hemelse heiligdom,
maar in de hemel zelf, waar hij
nu bij God voor ons pleit. 25 Hij brengt daar
niet telkens opnieuw het offer van zijn leven; hij is dus
niet te vergelijken met de hogepriester die elk jaar het heiligdom binnengaat, en dat
met bloed dat niet het zijne is, 26 want dan zou hij sinds de grondvesting van de wereld
telkens opnieuw hebben moeten lijden. Nee, hij heeft zich
bij de voltooiing van de tijden eenmaal geopenbaard, om met zijn offer de zonde teniet te doen. 27
Eens moeten mensen sterven en daarna volgt het oordeel. 28 Net zo zeker is het dat Christus, die eenmaal is geofferd om de zonden van velen te dragen, voor een tweede maal zal verschijnen om te redden wie hem verwachten,
maar dan gaat het niet meer om de zonde. Dus Riemer:
Nog OT vervullingen naar zijn aard, in het natuurlijke Israël: onzin!
Nog eens een verzoening door Yeshua op aarde, in een Tempel van steen en hout
op het Templeplein: onzin!
Wél dat de valse christus zich daarin zal neerzetten! Immers, daarmee bereikt Satan zijn doel en kan hij de aanbidding krijgen, die hij verlangt.
Nu het Pausdom draagt dat kleed in hetv vlees en zegt het ook 'Christus' te zijn. Dus de optelsom is gemakkelijk gemaakt!
Wie de profetische lijnen volgt zoals Jezus ons zelf leert, kan niet mis lopen.
Recht het Hemels Jeruzalem binnen, trouw van Sabbat tot Sabbat elke week!
Dus:
Dié stad (met zijn geheiligde inwoners) zal het Nieuwe Jeruzalem op aarde worden, maar dan is er van deze wereld geen spat meer heel en vooraf, net zo in de toestand als zij was in den beginne: woest en ledig!
Bruiloftskleed8
quote:
Alleen het kleed dat Christus zelf heeft gegeven kan ons in staat stellen om in Gods tegenwoordigheid te verschijnen. Dit gewaad, het kleed van Zijn eigen gerechtigheid, zal Christus geven aan ieder berouwvol, gelovig mens. "Ik raad u aan," zegt Hij, "van Mij te kopen. . . witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde." (Openb.3:18)
Dit kleed, geweven op het hemels weefgetouw, bevat geen enkele draad van menselijk vernuft. Als mens ontwikkelde Christus een volmaakt karakter en Hij biedt dit karakter ons aan. "Al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed." (Jes.64:6) Alles wat wij van onszelf kunnen doen, is verontreinigd door de zonde. Maar Gods Zoon is geopenbaard om onze zonde weg te nemen en in Hem is geen zonde. Zonde wordt omschreven als wetsovertreding. (1 Joh.3:5,4)
Maar Christus gehoorzaamde elk voorschrift van de wet. Van Zichzelf heeft Hij gezegd: "Ik heb lust om uw wil te doen, mijn God, uw wet is in mijn binnenste." (Zie je Riemer, dat Jezus hier wijst naar een Geestelijke toestand, als een tempel van de Heilige Geest. Hij wijst nergens nog naar een aardse of 3e Tempel, die nog in Zijn naam zou moeten komen)
Op aarde zei Hij tot zijn discipelen: "Ik heb mijns Vaders geboden bewaard." (Ps.40:9; Joh.15:18) Door zijn volmaakte gehoorzaamheid heeft Hij het voor ieder mens mogelijk gemaakt Gods geboden te gehoorzamen. Als wij ons aan Christus onderwerpen, wordt ons hart één met zijn hart, onze wil gaat op in zijn wil, onze geest wordt één met zijn geest en onze gedachten worden aan Hem onderworpen. Wij leiden zijn leven. Dit wordt bedoeld met het dragen van het kleed van zijn gerechtigheid. Als de Heer dan op ons neerziet, aanschouwt Hij niet het kleed van vijgebladeren, niet de naaktheid en misvormdheid van de zonde, niet naar een kleed van vlees of in het vlees, maar zijn eigen kleed van gerechtigheid, de volmaakte gehoorzaamheid aan Gods wet.
De gasten op het bruiloftsfeest werden door de koning geïnspecteerd. Alleen zij werden aanvaard die aan de eisen hadden voldaan en het bruiloftskleed droegen. Dit is ook bei geval met het evangeliefeest. Allen moeten de onderzoekende blik van de grote Koning doorstaan en alleen zij die het kleed van Christus' gerechtigheid dragen, worden aangenomen.
En dat is wat de Grote Verzoendag in het OT is, door de Hoge Priester en nu, in de Hemel de Opperpriester doet voor de gehele wereld!
Gerechtigheid is goed doen. Allen zullen door hun daden worden geoordeeld. Ons karakter wordt geopenbaard door wat wij doen. Onze werken tonen of ons geloof echt is.
Het is niet voldoende de theorie van de waarheid te geloven(Bijbel alleen). Het is niet voldoende te belijden dat wij in Christus geloven en dat onze namen op de ledenlijst van de gemeente staan. "En wie zijn geboden bewaart, blijft in Hem, en Hij in hem. En hieraan onderkennen wij, dat Hij in ons blijft: aan de Geest die Hij ons heeft gegeven." 'En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren." (1 Joh.3:24; 2:3)
Dat is het echte bewijs van bekering. Wat onze belijdenis ook moge zijn, deze heeft geen waarde tenzij Christus in daden van gerechtigheid wordt geopenbaard.
De waarheid moet in het hart geplant zijn. Deze moet het verstand beheersen en de genegenheid besturen. Heel ons karakter moet het stempel dragen van Gods woorden worden; groeïen in Christus. Elk onderdeel van Gods Woord moet in het dagelijks leven worden uitgeleefd.
Wie deel krijgt aan de goddelijke natuur zal in harmonie zijn met Gods grote maatstaf van gerechtigheid, zijn heilige wet. Aan de hand van deze maatstaf beoordeelt God de daden der mensen. Dit zal in het oordeel de toets zijn voor het karakter.
Velen beweren dat de wet door de dood van Christus is afgeschaft, maar hiermee spreken zij de woorden van Christus tegen: "Meent niet dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden ... Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel van de wet vergaan." (Matth.5:17,18)
Het Bruiloftskleed 9quote:
Christus heeft zijn leven gegeven om verzoening te doen voor de zonden van de mensen. Als de wet afgeschaft had kunnen worden of opzij geschoven kon worden, had Christus niet behoeven te sterven. Hij heeft door zijn leven op aarde Gods wet geëerd. Door zijn dood heeft Hij deze wet bevestigd. Hij heeft zijn leven gegeven als offerande, niet om Gods wet teniet te doen, of een lagere maatstaf te scheppen, maar om het recht te handhaven, om te laten zien dat de wet onveranderlijk is en voor eeuwig vaststaat.
Satan had beweerd dat de mens Gods geboden onmogelijk kon houden. Het is waar dat wij ze uit eigen kracht niet kunnen gehoorzamen. Maar Christus is in de gedaante van een mens gekomen en door zijn volmaakte gehoorzaamheid heeft Hij bewezen dat de mens zolang hij met God verbonden is, elk van Gods geboden kan gehoorzamen.
"Doch allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven." (Joh.1:12) Deze macht schuilt niet in de mens. Het is Gods macht. Als iemand Christus aanvaardt, ontvangt hij kracht om het leven van Christus te leiden.
God eist volmaaktheid van zijn kinderen, door groei in Christus, in Geestelijk opzicht. Zijn wet is een weergave van zijn eigen karakter en de maatstaf van ieder karakter. Deze oneindige maatstaf wordt aan iedereen voorgehouden, opdat er geen vergissing kan ontstaan over het soort mensen waaruit God zijn koninkrijk wil samenstellen. Christus' leven op aarde was een volmaakte weergave van Gods wet en wanneer zij, die beweren dat zij kinderen van God zijn, in hun karakter aan Christus gelijk worden, zullen zij Gods geboden gehoorzamen. Dan kan de Heer hen vertrouwen om deel uit te maken van hen die het hemels gezin zullen vormen. Bekleed met het heerlijk gewaad van Christus' gerechtigheid hebben zij deel aan het feestmaal van de Koning. Zij hebben recht om deel uit te maken van de schare die gewassen is door het bloed.
De man die naar het feestmaal kwam zonder een bruiloftskleed stelt de toestand voor van velen in onze hedendaagse wereld. Zij zeggen dat zij christenen zijn en rekenen op de zegeningen en voorrechten van het evangelie. Toch voelen zij niet de behoefte aan een verandering van karakter. Zij hebben nooit echt berouw over de zonde gehad. Zij beseffen niet dat zij Christus nodig hebben en tonen geen geloof in Hem. Zij hebben hun erfelijke of aangeleerde neigingen tot het kwaad niet overwonnen. Toch menen zij dat zij van zichzelf goed genoeg zijn en zij vertrouwen op hun eigen verdiensten in plaats van op Christus. Als hoorders van het Woord komen zij naar het feestmaal, maar zij hebben het kleed van Christus' gerechtigheid niet aangedaan.
Velen die zich christenen noemen zijn niet meer dan menselijke zedepredikers. Zij hebben die ene gave geweigerd waardoor zij in staat waren Christus te eren door Hem aan de wereld voor te houden. Voor hen is het werk van de Heilige Geest vreemd. Zij zijn geen daders van het Woord. De hemelse beginselen die degenen, die één zijn met Christus onderscheiden van hen, die één zijn met de wereld, in het vlees, zijn haast niet te ontdekken. De volgelingen van Christus zijn niet langer een afgezonderd en bijzonder volk bijwoners. De scheidslijn is onduidelijk. De mensen onderwerpen zich aan de wereld, haar gewoonten, praktijken en zelfzucht.
De gemeente is naar de wereld overgegaan wat het overtreden van de wet betreft, terwijl de wereld naar de gemeente had moeten overgaan in gehoorzaamheid aan de wet. Elke dag wordt de kerk meer aan de wereld gelijk.
Al deze mensen verwachten dat zij behouden zullen worden door de dood van Christus, terwijl zij weigeren zijn zelfopofferend leven te leiden. Zij prijzen de rijkdom van zijn kosteloze genade en proberen zich te bedekken met een schijn van gerechtigheid in de hoop de gebreken in hun karakter te bedekken. Maar op de dag van het oordeel zullen hun pogingen machteloos blijken.
Christus' gerechtigheid zal geen enkele zonde die men blijft koesteren bedekken. Iemand kan in zijn hart een wetsovertreder zijn. Wanneer hij echter geen zichtbare overtreding begaat, kan hij door de wereld beschouwd worden als iemand van grote oprechtheid. God ziet echter wat in het hart leeft. Elke daad wordt beoordeeld naar het motief voor die daad. Alleen wat in overeenstemming is met de beginselen van Gods wet, kan in het oordeel bestaan.
God is liefde. Hij heeft die liefde getoond in het geven van Christus. Toen Hij zijn eniggeboren Zoon gaf opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren zou gaan, maar eeuwig leven zou hebben, hield Hij niets terug voor wat Hij had gekocht. Hij heeft heel de hemel gegeven, waaruit wij kracht en bekwaamheid kunnen putten, zodat wij niet door de grote tegenstander worden afgestoten of overwonnen. Maar Gods liefde brengt Hem er niet toe de zonde te verontschuldigen. Hij heeft deze niet in Satan verontschuldigd, evenmin als Hij dat heeft gedaan in Adam of in Kaïn. Hij zal dit in geen enkel mens doen. Hij zal onze zonden niet oogluikend toestaan of onze karaktergebreken over het hoofd zien. Hij verwacht dat wij in zijn naam zullen overwinnen.
Zij die de gave van Christus' gerechtigheid verwerpen, verwerpen die karakterkenmerken die hen tot zonen en dochters van God zouden maken. Zij verwerpen datgene, wat hen alleen geschikt kan maken voor een plaats tijdens het bruiloftsfeest.
Toen in de gelijkenis de koning vroeg: "Hoe zijt gij hier gekomen zonder bruiloftskleed?", verstomde de man. Zo zal het ook op de grote oordeelsdag zijn. De mensen kunnen zich nu nog verontschuldigen over de gebreken in hun karakter, maar op die dag zullen zij geen excuus hebben.
De gemeente van Christus, die te vinden is onder alle volkeren, in deze generatie heeft de grootste voorrechten. De Here heeft ons steeds meer licht geschonken. Onze voorrechten zijn veel groter dan die van Gods volk uit vroeger tijden. Niet alleen bezitten wij het grote licht dat aan Israël is toevertrouwd, wij hebben ook het verdere bewijs van de grote zaligheid, die Christus ons bracht. Wat voor de Joden type en zinnebeeld was, is voor ons, die in Christus zijn, werkelijkheid. Zij hadden alleen de geschiedenis van het Oude Testament, wij hebben daarnaast ook het Nieuwe Testament. Wij hebben de verzekering van een Heiland die gekomen is, een Heiland die opgestaan is en die boven het open graf van Jozef heeft gezegd: "Ik ben de opstanding en het leven." In onze kennis van Christus en zijn liefde is het koninkrijk Gods midden onder ons. Christus wordt ons geopenbaard in predikaties en van Hem wordt in ons lied gezongen. Het geestelijk feestmaal staat in overvloed voor ons gereed. Het bruiloftskleed, dat met oneindige kosten is bereid, wordt iedereen kosteloos aangeboden. Door Gods boodschappers worden ons de gerechtigheid van Christus, gerechtigheid door het geloof, de grote en kostbare beloften in Gods Woord, vrije toegang tot de Vader door Christus, de troost van de Geest en de absolute zekerheid van eeuwig leven in Gods koninkrijk aangeboden. Wat zou God voor ons kunnen doen wat Hij niet heeft gedaan in het klaarmaken van het grote avondmaal, het hemelse feestmaal?
In de hemel wordt door de dienstdoende engelen gezegd: Het werk dat ons is opgedragen hebben wij gedaan. Wij hebben de legers van boze engelen weerhouden. Wij hebben helderheid en licht gebracht in het leven van de mensen, en hun herinnering aan Gods liefde in Jezus verlevendigd. Wij hebben hun ogen gericht op het kruis van Christus. Hun harten zijn diep bewogen door een besef van de zonde, waardoor Gods Zoon is gekruisigd. Zij waren overtuigd. Zij hebben gezien welke stappen zij moesten doen om zich te bekeren. Zij hebben de macht van het evangelie gevoeld. Hun harten zijn vertederd bij het zien van de liefde van God. Zij hebben de schoonheid van Christus' karakter aanschouwd. Maar bij velen was dit vergeefs. Zij wilden hun eigen gewoonten en karakter niet prijsgeven. Zij wilden hun aardse gewaden niet afleggen om bekleed te worden met het gewaad van de hemel. Hun harten waren vol hebzucht. Hun liefde voor de wereld was groter dan hun liefde voor God.
De dag van de uiteindelijke beslissing zal ernstig zijn. De apostel Johannes beschrijft deze dag in een profetisch vergezicht: "Ik zag een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. En ik zag de doden, de kleinen en de groten, staande voor de troon en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het boek des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken." (Openb.20:11,12)
Op die dag zal de terugblik droevig zijn als de mensen oog in oog staan met de eeuwigheid. Het hele leven zal zich voor hun blik ontrollen zoals het is geweest. De genoegens van de wereld, rijkdom en eer zullen dan niet belangrijk schijnen. De mensen zullen zien dat alleen de gerechtigheid die zij veracht hebben, waarde heeft. Zij zullen zien dat zij hun karakter hebben gevormd, in het vlees onder de bedrieglijke verleidingen van de Satan. De gewaden die zij hebben gekozen, zijn het teken van hun trouw aan de eerste grote afvallige. Dan pas zullen zij de gevolgen van hun keus beseffen. Zij zullen weten wat het wil zeggen Gods geboden te overtreden.
Er zal dan geen genadetijd meer zijn om zich gereed te maken voor de eeuwigheid. In dit leven moeten wij ons bekleden met het kleed van Christus' gerechtigheid. Dit is onze enige kans om een karakter te vormen voor het tehuis, dat Christus bereid heeft voor hen die zijn geboden gehoorzamen.
De tijd van genade spoedt zich ten einde. Het einde is nabij. De waarschuwing weerklinkt: "Ziet toe op uzelf, dat uw hart nimmer bezwaard worde door roes en dronkenschap en zorgen voor levensonderhoud en die dag niet plotseling over u kome als een strik." (Luc.21:34) Wacht u, dat u niet onvoorbereid bent. Wacht u dat u niet op het feest van de Koning zult worden gevonden zonder het bruiloftskleed.
"Op een uur dat gij het niet verwacht, komt de Zoon des mensen." (Matth.24:44)
"Zalig hij die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele en zijn schaamte niet gezien worde." (Openb.16:15)
Groeten