quote:
op 16 Jul 2003 17:14:41 schreef Santaarnpaal:
[...]
Het verschil is dat zij die stier aanbaden en ik niet die struik met ballen erin.
Lees het volgende stukje 'ns......
Kerstboom:
Het hoeft geen uitleg dat de kerstboom wel het meest verweven is met kerst. Een kerst zonder kerstboom is volgens veel mensen geen echte kerst. Deze stelling betreft ook gelovige christenen die tegelijkertijd beweren dat kerst alleen maar om het kindje Jezus gaat. Hoe kan het dan dat de viering van de geboorte van Jezus Christus zo verbonden is met de kerstboom? Heel eenvoudig, de kerstboom was er al voor dat Jezus geboren was…. Het gebruik van een kerstboom, kompleet met pakjes, was al meer dan duizend jaar voor Christus in gebruik bij de heidense godsdiensten. Al ver voor de geboorte van Jezus Christus hakte men in het bos rond 25 december een dennenboom, sloeg er een kruis onder zodat hij bleef staan en versierde de boom. Naast de vele ‘wereldse’ verhalen die dat onderbouwen, lezen we dat ook in de bijbel in Jeremia 10 vers 1 t/m 6: ‘Hoort het woord, dat de Here tot u spreekt, huis van Israël! [2] Zo zegt de Here: Gewent u niet aan de weg der volkeren en schrikt niet voor de tekenen aan de hemel, omdat de volkeren daar voor schrikken. [3] Want de handelwijze der volken, die is nietigheid: want als een stuk hout heeft men het uit het woud gehakt, -arbeid van werkmanshanden met de bijl- [4] met zilver en met goud siert men het op, met spijkers en hamers maakt men het vast, zodat het niet waggelt. [5] Als een vogelverschrikker in een komkommerveld zijn zij, zij spreken niet, zij moeten beslist gedragen worden, want zij kunnen geen stap doen, vreest voor hen niet, want zij doen geen kwaad, maar goeddoen is er bij hen niet. [6] niemand is U gelijk, Here! Groot zijt Gij en groot is uw naam in kracht!’
De King James vertaling zegt in vers 3: ‘for one cutteth a tree out of the forest’ Vertaling:’want iemand hakt een boom uit het bos’
Deze zin komt beter overeen met de originele Hebreeuwse tekst daar wordt namelijk het woord ‘ ‘ets ‘ {ates} gebruikt, wat boom betekent. Het opschrift boven deze tekst is ‘God en de afgoden’. In vers 5 zien we ook duidelijk dat Jeremia over deze boom net zo spreekt als over afgoden gesproken wordt. Zij spreken niet zij kunnen niet lopen* enz. In vers 6 lezen we dat God wel groot en machtig is. We moeten ons dus niet naar de stomme afgoden wenden maar naar God. *(Psalm 115) Bomen worden in vrijwel alle culturen op de een of andere manier vereerd. Op oude afbeeldingen uit Babylon zien we Nimrod altijd met een groenblijvende tak in zijn hand. Na zijn dood vertelde Semiramis dat Nimrods geest zolang zijn toevlucht had genomen in bomen, zodat hij niet hoefde te sterven. Semiramis leerde de mensen als eerste om groenblijvende bomen te eren als symbool van haar man Nimrod de Zonnegod. ‘De boom van het leven strekt zich uit van boven naar beneden, en is de zon die allen verlicht.’ (Het Hebreeuwse boek: ‘Book of Zohar’) ‘Egypte: Hier ging het meestal om de palmboom als representatie van Osiris. Osiris was namelijk een boomgeest. Zoals Baäl-Tamar, een typebeeld van de (satanische) messias was. In een ceremonie, beschreven door Firmicus Maternus, wordt dit ritueel in het bijzonder geassocieerd met de dennenboom, want die boom werd omgehakt en uitgehold om daarna de beeltenis van de god te krijgen. De legende vertelt hoe Osiris door haar slechte broer werd vermoord en hoe zij zich verenigde met de boom die om haar graf heen groeide.’ ‘Rome’: de heilige boom was de dennenboom en de god was Baäl-Berith (heer van de den) het was een woordspeling in het voordeel van de ingewijde, want Baäl-Berith betekende Heer van het Verbond. Het thema van het aanbidden van de gestorven Osiris werd voortgezet door de Kelten, die voerde zelfs een rituele begrafenis uit van de boom’ (Vertaald uit: Chrismas, deel 2, geschreven door: Tricia Tillin.)
Zo zouden er talloze voorbeelden te geven zijn. Eigenlijk is het wel algemeen bekend. We hoeven alleen maar te denken aan de bosnimfen uit sprookjes of de kabouters die in paddestoelen en bomen wonen. De meeste mensen zullen het gebruik kennen om geluk ‘af te kloppen’ op hout. Hout aanraken of op hout kloppen is al eeuwen een occult gebruik om geluk te onttrekken aan bomen of boomgeesten.
Een goed voorbeeld is ook Odin aan wie men offerde door dode dieren en soms mensen in een boom te hangen. We kennen Druïden die aan bomenverering een groot deel van hun kracht ontlenen. Al was het maar uit de stripverhalen van Astrix en Obelix en de Druïde die regelmatig een maretak nodig heeft om zijn toverkunsten te kunnen uitvoeren.
Semiramis werd in het latere Assyrische rijk vooral bekend onder de naam Astarte. De naam Astarte betekent ‘Asht-tart’ dat betekent ‘de vrouw die torens maakte’. (denk aan de ziggurats, de toren van Babel, uitzicht op het sterrenstelsel, horoscoop) Bij de altaren van Astarte werden bij voorkeur dennenbomen geplant. Tijdens offerfeesten werden deze bomen versierd. We vinden dat ook in de bijbel in 2 Kronieken 24:18 ‘Toen verlieten zij het huis des Heeren, des Gods hunner vaderen, en dienden de bossen en de afgoden; toen was een grote toornigheid over Judea en Jeruzalem, om deze hun schuld’. (Staten vertaling ‘Jongbloed’)
Het woord bossen dat hier gebruikt wordt is in het Hebreeuws: ‘asherah’ {ash-ay-raw} Het Hebreeuwse woordenboek vertaalt het als volgt: Ashera(h) = bossen voor afgoden verering een Babylonische godin Astarte -Kanaänitische godin
Heilige bomen (of palen) die bij een altaar staan.
We zien hier dat ook Israël bekend was met het vereren van bomen en wel de bomen van Astarte. Als we het begin van het boek Richteren lezen, staat daar in Richteren 2:
‘[10] Nadat ook dat gehele geslacht tot zijn vaderen vergaderd was, kwam na hen een ander geslacht op, dat de Here niet kende, noch het werk, dat Hij voor Israël gedaan had. [11] Toen deden de Israëlieten wat kwaad is in de ogen des Heren en gingen de Baäls dienen. [12] Zij verlieten de Here, de God hunner vaderen, die hen uit het land Egypte geleid had, liepen andere goden achterna uit de goden der volken rondom hen, bogen zich daarvoor neer en krenkten de Here. [13] Wanneer zij de Here verlieten en de Baäl en de Astartes dienden, [14] ontbrandde de toorn des Heren tegen Israël: Hij gaf hen in de macht van plunderaars, die hen uitplunderden, en Hij gaf hen over in de macht van hun vijanden rondom hen, zodat zij niet meer tegen dezen konden standhouden.’