quote:
Waarom nu dit grote accent op het spreken in tongen? Veelzeggend is, dat de apostel in dit verband een profetie uit het Oude Testament citeert, die op het spreken in tongen betrekking zou hebben. Nu heeft het er veel van weg dat de apostel hier niet een exacte exegese van die oudtestamentische tekst wilde geven, maar dat het hem eerder om een praktische toepassing te doen was. Het ging hem om de gelijkenis die het woord van de profeet met het spreken in tongen heeft. En deze is bijzonder treffend: 'Door lieden van een andere taal en door lippen van vreemden zal Ik tot dit volk spreken, en toch zullen zij naar Mij niet luisteren, zegt de Here' (1 Cor. 14:21 en Jes. 28:11).
Het moet duidelijk zijn dat de toehoorders niet alleen de inhoud van het gesprokene volkomen ontgaat, maar ook de betekenis van het gebeuren zelf. In het volgende vers geeft de profeet nog eens ten overvloede aan wat de betekenis van dat vreemde spreken in niet te verstane talen wel is, en welke boodschap de Heer door dit gebeuren over wil brengen: 'Dit is de rust, geeft de vermoeide rust, dit is de verademing....' (Jes. 28:12).
Als Paulus in de Schrift Jesaja 28 aanhaalt, gaat het altijd om een “exacte exegese”. Jesaja 28 heeft een dubbele vervulling. Het profeteert enerzijds de komst van de Assysiers als staf voor de Joden in de tijd van Jesaja, maar het heeft ook betrekking op het verwerpen van de Messias door het Joodse volk. De reden hiervoor is het vertrouwen stellen op de werken der wet en niet de beloftes van het verbond.
Let maar eens op. Neem het rustig en een open je bijbeltje een lees de bijbelteksten.
Laten we beginnen bij:
Jesaja 28:16 “Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefden steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten.”
De Hoeksteen een hele bekende. Dat is Jezus, onze heer en heiland, de Middelaar van het Nieuwe Verbond! De Hoeksteen wordt in de Bijbel vrijwel altijd aangehaald met het oog op het joodse volk. De Messias is een steens des aanstoots. Lees geduldig de Bijbel door. Op de volgende plaatsen.
De Steen wordt ook genoemd in Psalm 118 en Daniël 2. Deze tekst wordt door Paulus in Romeinen 9:33 en 10:11 geciteerd.
Romeinen 9:31-33 “Maar Israel, die de wet der rechtvaardigheid zocht, is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen. Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots; Gelijk geschreven is: Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.”
Hier gaat het weer om de verharding van de Joden. Zij zoeken de rechtvaardiging uit de werken der wet en niet door het geloof in Christus. Ze hebben zich gestoten aan de Steen. Ze hadden er geen ruimte voor.
Romeinen 10:11-13 “Want de Schrift zegt: Een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden. Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen. Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.”
Het gaat Romeinen 10:11 weer om de roeping van de Gemeente waarin er geen onderscheid wordt gemaakt tussen Joden en Grieken(heidenen, anderstaligen). Het kenmerk bij uitstek van het Nieuwe Verbond.
Ook komt de Steen terug in Mattheus 21:33-46. Het gaat over de hardleersheid van de Joden, waardoor uiteindelijk de heidenen worden aangenomen door God. Zie ook de jaloersheid van de Joden toen Jezus dat vertelde, ze zochten Hem te vangen. Ook hier weer geldt: het verwerpen van de Messias leidt tot het heil van de heidenen.
Jesaja 28:5-6
"Te dien dage zal de HEERE der heirscharen tot een heerlijke Kroon en tot een sierlijken Krans zijn den overgeblevenen Zijns volks; En tot een Geest des oordeels dien, die ten oordeel zit, en tot een sterkte dengenen, die den strijd afkeren tot de poort toe."
Ok nu de rest van de tekst in Jesaja. Ik zal kort wat dingen aanstippen. Vers 5-6. Need I say more? Uit het Joodse volk is maar een klein overblijfsel dat Jezus echt als Messias aanneemt. Paulus zegt over de Joden in Romeinen 11:5 "Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade."
Jesaja 28:8-10
“Want alle tafels zijn vol van uitspuwsel en van drek, zodat er geen plaats schoon is. Wien zou Hij dan de kennis leren, en wien zou Hij het gehoorde te verstaan geven? Den gespeenden van de melk, den afgetrokkenen van de borsten? Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig.”
Schoon is een toevoeging die niet in de grondtekst staat, dus dat mag je wegstrepen. Deze tafel noemt Paulus in Romeinen 11:9 waar het ook weer gaat over de verharding van Israël, zodat de heidenen het heil gekregen hebben.
Romeinen 11:9-11 “En David zegt: Hun tafel worde tot een strik, en tot een val, en tot een aanstoot, en tot een vergelding voor hen. Dat hun ogen verduisterd worden, om niet te zien; en verkrom hun rug allen tijd. Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om hen tot jaloersheid te verwekken.”
Over schade en drek heeft Paulus het ook in Fillipenzen 3. Hij doelt dan ook weer op het vertrouwen dat het naleven van de wet je zalig maakt. Hij heeft het over zijn leven van vroeger als Farizeër. Wat was namelijk het geval? Het vertrouwen op de wet was voor hem een belemmering om tot Christus te komen. De tafels zijn vol. Wie zou Hij(Jezus) dan de kennis leren, en wie zou de boodschap van Jezus horen? (vertrouw niet op jezelf, maar op Mij!). Door het vertrouwen op jezelf is er geen ruimte voor die boodschap. Nee de Joden wilden liever rechtvaardigingheid hebben door het stipt naleven van de wet. Want het is gebod op gebod, regel op regel, regel op regel!
En dan het vers 11 wat Paulus aanhaalt in de Corinthe brief.
“Daarom zal Hij door belachelijke lippen, en door een andere tong tot dit volk spreken.” Waarom? Omdat de Joden dus niet gehoorzaam waren aan God. De tongen waren dus een teken van oordeel.
Daarom! Zo dan, tongen zijn voor ongelovigen, niet voor gelovigen.
Mag ik je herinneren aan wat Paulus voor conclusie trekt wanneer hij Jesaja 28:11 aanhaalt?
1 Corinthe 14:18-22
“Ik dank mijn God, dat ik meer vreemde talen spreek, dan gij allen; Maar ik wil liever in de Gemeente vijf woorden spreken met mijn verstand, opdat ik ook anderen moge onderwijzen, dan tien duizend woorden in een vreemde taal. Broeders, wordt geen kinderen in het verstand, maar zijt kinderen in de boosheid, en wordt in het verstand volwassen. In de wet is geschreven: Ik zal door lieden van andere talen, en door andere lippen tot dit volk spreken, en ook alzo zullen zij Mij niet horen, zegt de Heere. Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet dengenen, die geloven, maar den ongelovigen; en de profetie niet den ongelovigen, maar dengenen, die geloven.”
Paulus was dus niet zo’n onwijze voorstander van het gebruik van tongen in de gemeente(vs 19). Wordt toch eens wijs (vs 20). Hij haalt Jesaja 28:11 aan (vs 21). En trekt vervolgens de conclusie: de tongen dienen als teken voor de ongelovigen. Dus daarom gebruikt Paulus het niet in de Gemeente!
Vraagje: de Joden waar Jesaja het over heeft, zijn dat toevallig ongelovigen? Ja dus. De tongen zijn dus ook een teken voor hen.
En mocht je mijn ideeën helemaal onzin vinden. Lees Handelingen 2 eens aan. Kijk eens wat de tongen doen bij de Joden. Ze zijn er verbaasd over: wat wil dit toch zeggen? (het teken was immers voor hen bestemd: het heil is nu ook voor de heidenen, de anderstaligen!, omdat zij de hoeksteen verworpen hebben)
Terug naar Jesaja 28:12. “Tot dewelken Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft den moeden rust, en dit is