quote:
op 29 Feb 2004 20:18:45 schreef Joeri:[...]
priscilla ik snap je redenering niet helemaal eerlijk gezegd

Jer 17:9 Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen? 10 Ik, de HERE, doorgrond het hart en toets de nieren, en dat, om aan een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner daden. 11 Een veldhoen, dat eieren uitbroedt, die het niet gelegd heeft, zó is wie zich rijkdom verwerft, maar op onrechtmatige wijze; op de helft zijner dagen zal hij die moeten achterlaten, en bij zijn einde zal hij een dwaas zijn.
12 Troon der heerlijkheid, van ouds verheven, plaats van ons heiligdom, 13 hope Israëls, HERE, allen die U verlaten, zullen beschaamd worden;
wie afwijken, zullen in de aarde geschreven worden, omdat zij de bron van levend water, de HERE, verlieten. 14 Genees mij, HERE, dan zal ik genezen zijn; help mij, dan zal ik geholpen zijn, want Gij zijt mijn lof. 15 Zie, zij zeggen tot mij: Waar blijft het woord des HEREN? Laat het toch komen! 16 Ik echter heb bij U niet op rampspoed aangedrongen, de onheilsdag heb ik niet begeerd, Gij weet het, wat van mijn lippen uitging, was U bekend. 17 Word mij niet tot verschrikking, Gij zijt mijn toevlucht ten dage van rampspoed. 18
Laten mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat ik niet beschaamd worden; laten zij verschrikt worden, maar laat ik niet verschrikt worden. Breng over hen de dag van rampspoed, verbreek hen met een dubbele verbreking! Joh 8:3 En de schriftgeleerden en de Farizeeën brachten een vrouw, op overspel betrapt, en zij stelden haar in het midden en zeiden tot Hem: 4 Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt bij het plegen van overspel; 5 en in de wet heeft Mozes ons bevolen zulken te stenigen; Gij dan, wat zegt Gij? 6 En dit zeiden zij om Hem in verzoeking te brengen, opdat zij iets hadden om Hem aan te klagen. Maar Jezus bukte neder en
schreef met de vinger op de grond. 7 Doch toen zij Hem bleven vragen, richtte Hij Zich op en zeide tot hen: Wie van u zonder zonde is, werpe het eerst een steen naar haar. 8 En weer bukte Hij neder en schreef op de grond. 9 Maar toen zij dit hoorden, gingen zij één voor één weg, te beginnen bij de oudsten, en zij lieten Jezus alleen en de vrouw in het midden. 10 En Jezus richtte Zich op en zeide tot haar: Vrouw, waar zijn zij? Heeft niemand u veroordeeld? 11 En zij zeide: Niemand, Here. En Jezus zeide: Ook Ik veroordeel u niet. Ga heen, zondig van nu af niet meer!]
De tekst in Jeremia stelt hen voor die arglistig zijn. God toetst hen en doorziet hen. In Joh doet Jezus dit, Hij toetst de schriftgeleerden die met een arglistige vraag komen en Hij zet hen te kijk.
De twee teksten zijn dus qua inhoud wel te combineren. Als je dan leest dat Hij in de grond schreef wil je natuurlijk weten wat Hij dan zoal schreef. In Jeremia komt die zinsnede ook voor, verder nergens. Dan is het toch niet onlogisch om deze twee met elkaar te verbinden en bovenstaande uitleg daaraan te geven?
Jezus zegt ergens anders sat Hij gekomen is om te redden niet om te oordelen. Dat doet Hij in Joh 8 dus ook niet. De vrouw kan bij Hem schuilen in de dag van de rampspoed, Hij draait zelfs de zaak om: Hij laat de vervolgers beschaamd worden.