Bijbelse profetieën op de komst van de Profeet Muhammad , de Profeet van Islaam
De Bijbelse profetieën op de komst van Profeet Muhammad zijn bewijzen van de waarheid van de Islaam voor de mensen, die in de Bijbel geloven.
In Deuteronomium (18:18-19) vermeldde Mozes dat de Heer aan hem zei: "Een profeet zal Ik voor hen verwekken uit het midden van hun broeders, gelijk gij; en Ik zal inderdaad Mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal stellig tot hen spreken alles wat Ik hem gebieden zal. En het moet geschieden dat de man die niet zal luisteren naar Mijn woorden die hij in Mijn naam zal spreken, van hem zal Ikzelf rekenschap eisen".
Uit deze versen kunnen we concluderen dat de profeet die door Allaah gezonden:
1) Een profeet als Moesa (Mozes) zal worden
2) Uit het midden van de broeders van de Israëlieten zal komen
3) Allaah zal Zijn woorden in zijn mond leggen en hij zal stellig tot zijn volk spreken alles wat Allah hem gebieden zal
Laten wij deze kenmerken eens dieper onderzoeken:
1) Een profeet als Moesa (Mozes) :
en Muhammad . Beide kregen een alles omvattende manier van leven met wetten. Beide boden het hoofd aan hun vijanden, en waren op wonderbaarlijke manieren zegevierend. Beide werden als profeten en staatslieden geaccepteerd. Beide emigreerden na samenzweringen om hen te vermoorden. Vergelijkingen tussen Mozes en Jezus gaan niet alleen op voor de bovengenoemde overeenkomsten maar ook voor andere cruciale (gelijkenissen); inbegrepen de natuurlijke geboorte, het gezinsleven, en de dood van Mozes en Muhammad maar niet van Jezus . Bovendien werd Jezus door zijn volgelingen als de zoon van God vereerd en niet uitsluitend als een profeet van God, zoals Mozes en Muhammad het waren en zoals muslims het geloven dat Jezus (ook) was.
Dus deze profetie verwijst naar de Profeet Muhammad en niet naar Jezus , omdat Muhammad meer op Mozes dan op Jezus lijkt.
Ook, kan men in het Evangelie naar Johannes opmerken dat de joden op de vervolmaking van deze duidelijke profetieën wachtten. De eerste was de komst van Jezus . De tweede was de komst van Ilyaas (Elia) . De derde was de komst van de Profeet. Dit is voor de hand liggend uit de drie vragen die aan Yahya (Johannes de Doper) werden gesteld: "Dit dan is de getuigenis van Johannes, toen de joden priesters en levieten uit Jeruzalem naar hem toe zonden om hem te vragen: "Wie zijt gij". En hij beleed en ontkende het niet, maar beleed: "Ik ben de Christus niet". En zij vroegen hem: "Wat dan?. Zijt gij Elia?" En hij zei: "Ik ben het niet". "Zijt gij de Profeet?" En hij antwoordde: "Neen". (Johannes 1:19-20 NIV). Als we in een Bijbel kijken met verwijzingen, vinden we in de kanttekeningen waar het woord "de Profeet", in Johannes 1:21, naar verwijst. Dit woord verwijst naar de profetie van Deuteronomium 18:15 en 18:18 2. Uit dit geheel concluderen we dat de profetie in Deuteronomium 18:18 niet naar Jezus (Christus) verwijst maar naar de Profeet Muhammad .
2) Uit het midden van de broeders van de Israëlieten:
Dit verwijst naar hun Ismaelitische neven. Ishmael, de andere zoon van Abraham , is een voorvader van de Profeet Muhammad .
3) Allaah zal Zijn woorden in zijn mond leggen:
De woorden van Allaah (de Heilige Qur'aan) werden voorwaar in de mond van Muhammad gelegd. Allaah stuurde de engel Djibriel (Gabriël) om Muhammad de precieze woorden van Allaah (de Heilige Qur'aan) te leren en vroeg hem om ze aan het volk voor te zeggen zoals hij ze hoorde. Deze woorden zijn daarom niet van hem zelf. Ze kwamen niet uit zijn eigen geest voort, maar werden in zijn mond gelegd door de engel Djibriel (Gabriël) . Tijdens het leven van Muhammad , werden deze woorden onder zijn toezicht door zijn metgezellen van buiten geleerd en op papier vastgelegd.
Deze profetie in Deuteronomium vermeldde bovendien dat deze profeet de woorden van Allaah in Naam van Allaah zou spreken. Als we in de Heilige Qur'aan kijken, zullen we vinden dat alle hoofdstukken, behalve hoofdstuk 9, worden voorafgegaan of beginnen met de gezegde “In Naam van Allaah, de Barmartige, de Genaadvolle.”
Merk op dat de Bijbel zegt in het vers na de profetie in Deuteronomium 18:19 (NIV) : "En het moet geschieden dat de man die niet zal luisteren naar Mijn woorden die hij in Mijn naam zal spreken, van hem zal Ikzelf rekenschap eisen". Dit betekent dat een ieder die in de Bijbel gelooft, moet geloven in wat deze profeet zegt, en deze profeet is de Profeet Muhammad