Auteur Topic: Gezag van Bijbel versus traditie  (gelezen 44659 keer)

Ursa

  • Berichten: 990
  • Tota Scriptura!
    • Bekijk profiel
Gezag van Bijbel versus traditie
« Reactie #225 Gepost op: januari 10, 2010, 02:41:18 pm »

quote:

Piebe schreef op 10 januari 2010 om 09:40:
Ja, ik heb nog nooit een Moslim meegemaakt die een fan van Paulus was zacht gezegd. :)

Kijk hier maar eens op ontdek Islam: Het getal van het beest 666 is Paulus.(klik)

Paulus, Saulus oplichter? (klik)

Ga maar eens met Moslims in discussie over de apostel.


Ik snap dat moslims weinig met Paulus hebben. Je presenteerde het alleen zo dat het leek alsof zowel joden als moslims tot Paulus' gehoor behoorden. Vandaar mijn huh?!-reactie. Ik bedoel, Paulus verwijst naar conflicten met joodse medechristenen waar hij zelf bij was. De eerste moslim die Paulus las leefde toch echt minstens 600 jaar later. Wel mooi bruggetje. Beetje offtopic, maar ben jij erg islamkritisch? Ben gewoon benieuwd, maar wellicht stof voor een ander topic.

Nu weer ontopic, Titaans epistel.
'Als u begrijpt wat ik bedoel' (O. B. Bommel)

uranus

  • Berichten: 17
    • Bekijk profiel
Gezag van Bijbel versus traditie
« Reactie #226 Gepost op: januari 11, 2010, 07:26:14 pm »
Het getal 666 behoort toe aan de Zoon des mensen. Adam die werd geschapen uit Adama op de 6e dag draagt één 6. Het zaad van de vrouw die de slang de kop zal vermorzelen: De Here Jezus is de plaatsvervangende Adam, de tweede Adam, Hij draagt het getal 66, en als Hij nadien van tussen de doden opstaat, is Hij de 666. Waartoe komt 666 dan in verband met de duivel vandaan, welnu, door anti-christ, waar anti betekent: "in de plaats van".
janprins.punt.nl

Titaan.

  • Berichten: 428
    • Bekijk profiel
Gezag van Bijbel versus traditie
« Reactie #227 Gepost op: september 21, 2011, 01:08:02 am »

quote:

Chaim schreef in een ander draadje op 17 september 2011 om 12:09:In het Jodendom speelt de traditie een belangrijke rol. Zo is bijvoorbeeld, in tegenstelling tot wat algemeen wordt verondersteld, werken (עֲבֹדָה) op de sjabbat NIET verboden. Werken mag. Het gebod de Sjabbat te houden, beperkt zich tot מְלָאכָה. En overtreding van dit verbod wordt als iets zeer ernstigs beschouwd. Het probleem is echter dat er van het begrip מְלָאכָה ("doelgerichte" en "creatieve" handelingen?) geen exacte definitie is te geven, noch beschrijft de Schrift de term volledig. Wat mag nou wel en wat mag niet op Sjabbat? Interpretaties schieten verschillende kanten uit. De Traditie heeft daarentegen een werkbare vastomlijnde definitie overgeleverd. Als je de Traditie niet als gezag wilt erkennen, sta je zonder vaste grond onder de voeten naar dit essentieele gebod te staren.
1a. Traditie heeft in zichzelf geen gezag
Traditie is levering; overlevering van een gebruik of gewoonte. Traditie is hier niet de norm maar een uiterlijke verschijning waaraan gezag wordt toegekend of waarvan een gewoonte wordt gemaakt. Traditie wordt dus pas gezaghebbend of normatief als die norm eerst aan de traditie wordt toegekend. Dat gebeurt doordat de insteller van de traditie gezag claimt, of doordat de overnemer van de traditie gezag aan de traditie toekent. Maar in alle gevallen verliest traditie betekenis indien het gezag of de norm die haar in stand houdt verloren gaat. Waar het gaat over hoedanigheid en betekenis van tradities is het daarom van belang om “gezag en autoriteit” niet automatisch onder een noemer te brengen bij “traditie”.

1b. Traditie moet worden geijkt aan haar norm
Omdat traditie haar waarde en instandhouding ontleent aan een norm of aan gezag of authoriteit die haar bestaansgrond vormt, is zij een afhankelijk instituut. Daarom moet de traditie actief levend worden gehouden, of met andere woorden: worden geijkt aan haar norm. Als het gezag of de norm die de traditie draagt verdwijnt dan verwordt traditie tot een gebruik bij slechts enigen en verwatert zij, en gaat zij verloren. Traditie blijft daarom uitsluitend in stand als zij van tijd tot tijd wordt geijkt aan haar oorsprong en haar norm.

1c. Gezag van tradities
Hebben we het over de norm, het gezag, van een traditie, dan begint alles bij de normsteller, dat is degene die de norm vaststelt en er authoriteit aan toekent. Hebben we het over een traditie die verandert, dan wordt de oude norm (deels) veranderd. Een nieuwe norm wordt ingevoerd. Dat is dan nog geen traditie maar een regel, en pas als de norm de normsteller overleefd, is er een nieuwe traditie. Wordt er een wet of regel ingevoerd waaraan we het label hangen van “traditie” dan is het feitelijk géén traditie maar een norm die de strekking heeft ook voor latere generaties te gelden.

1d. Traditioneel is minder principieel
Bijzonder is dat wie tradities en normen niet kan scheiden, uiteindelijk helemaal niet principieel kan zijn. Want de traditie komt en gaat, wordt aangepast, en valt of staat, maar de principes zijn onbuigzaam en nodigen keer op keer tot ijking van de praktijk.
Een principieel christen hangt dus niet aan tradities, maar door zijn voortdurende voeding vanuit zijn principes hecht hij toch zeer veel waarde aan tradities die de toets der ijking doorstaan en zal hij traditioneler zijn dan iemand die tradities ziet als laatste en hoogste norm.

2a. Het Woord van God wordt openbaar
Hoe verhoudt zich de traditie tot het Woord van God? Omdat we hiervoor zagen dat traditie een norm behoeft, moeten we deze zaak vanuit een andere hoek naderen, namelijk door te beginnen met: Hoe openbaart zich God’s Woord? Het Woord van God is Heilig. Het heeft het hoogste gezag en de norm wordt door God vastgesteld. Bezien we eens hoe dat werkt: God openbaart zich; hij maakt zich bekend. Meestal maakt hij daarvan gebruik van profeten, in stilte, door verschijningen en gezichten; en openbaar, door opvallende ondersteuning en sturing.  
God verscheen bijvoorbeeld aan Abraham (Gen.12:7), of neem bijvoorbeeld Numeri 12:6
waar God zegt: “Indien onder u een profeet is, dan maak Ik, de Here, Mij in een gezicht aan
hem bekend
”. Ook tot Elia zei Hij: “Heb Ik Mij niet duidelijk aan het huis uws vaders
geopenbaard, toen dit in Egypte aan het huis van Farao onderworpen was?
” ( 1 Sam.2:27).
Dit is directe openbaring van God. Geen traditie.

De Heere gaf hun te spreken, en hun woord was van God, wat ook overeenkomt met het
zelfgetuigenis van alle profeten van het OT. Zij weten zich immers doorgaans duidelijk door
de Heere geroepen (Ex.3, ISam.3, Jes.6, Jer.1, Ezech.1-3 enz.).
Zij zijn zich bewust, dat de Heere tot hen gesproken heeft, en dat zij van Hem de openbaring
hebben ontvangen. Zij treden op met het hun: “Alzo spreekt de Heere, Heere” (Jes.1:1, Jer
1en 2 etc.) en zij vorderen voor dat woord absolute gehoorzaamheid. En ja, wanneer zelfs de
roeping van Godswege ingaat tegen hun begeren en hun willen, dan is God hun te sterk en
moeten zij gaan. Dan baat Mozes geen uitvluchten (Ex.3). Dan mag Jesaja niet weigeren. Dan
roept Amos uit:
De Heere Heere heeft gesproken, wie zou niet profeteren” (Amos 3:8),
en dan moet Jeremia belijden:
Heere! Gij hebt mij overreed, en ik ben overreed geworden: Gij zijt mij te sterk geweest, en
hebt overmocht …. Dies zeide ik: ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn naam
spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik
bemoeide mij om te verdragen, maar kon niet
” (Jer.20:7,9).
Om die reden maken zij ook scherp onderscheid tussen wat God hun openbaart en hetgeen
opkomt uit hun eigen hart, en prediken het volk alleen wat de Heere zegt (Num16:28;
Neh.6:8).
Dit is Gods directe openbaring door middel van Zijn profeten. Geen traditie.

2b. Gemeente herkent en erkent het Woord van God
Door het volk werden zij als gezanten van God erkend, die door Hem verwekt en gezonden
zijn, en Zijn woord spreken (Jer.26:5; Ezra 9:11, etc.)
En Israël heeft van het begin aan, tenzij het in afgoderij zich van God Zelf keerde, naar hen
gehoord als naar de boden van God. Niet dat de profeten hun optreden daarvan afhankelijk
stelden. Nee, ze zijn, al zou heel Israël hen verwerpen, zich van hun goddelijke zending ten
volle bewust, en staan steeds in de onverzettelijke overtuiging van hun roeping en in de
onwankelbare zekerheid dat zij Gods Woord spreken.
En Jesaja en Amos en Jeremia en Ezechiel laten zich niet door het volk terugdringen. Een
sprekend voorbeeld vinden we bij Jeremia, als hij om zijn verkondiging van Jeruzalem’s
verwoesting met de dood wordt bedreigd. In zijn verdedigings-rede doet hij geen poging zich
te rechtvaardigen anders dan met zijn beroep op zijn Goddelijke zending:
De HEERE heeft mij gezonden, om tegen dit huis en tegen deze stad te profeteren al de
woorden, die gij gehoord hebt;
Nu dan, maakt uw wegen en uw handelingen goed, en gehoorzaamt de stem des HEEREN,
uws Gods; zo zal het den HEERE berouwen over het kwaad, dat Hij tegen u gesproken heeft.
Doch ik, ziet, ik ben in uw handen; doet mij, als het goed, en als het recht is in uw ogen;
Maar weet voorzeker, dat gij, zo gij mij doodt, gewisselijk onschuldig bloed zult brengen op
u, en op deze stad, en op haar inwoners; want in der waarheid, de HEERE heeft mij tot u
gezonden, om al deze woorden voor uw oren te spreken.
”(Jer.26:12-15)
En iemand die claimt een profeet of van God gezonden te zijn, moet het volk dat bij voorbaat
zondermeer aannemen? Nee, zeker niet. Er zijn ook valse profeten. Profeten hebben
kenmerken waaraan ze te herkenen zijn. Ze moeten te toetsen zijn. (verg. Deut. 18:20-22).
Het gaat hier om herkenning van Gods directe openbaring door middel van Zijn profeten.
Geen traditie.

2c. Openbaring door schrift stelling en overlevering
Opschriftstelling vond plaats. Dat kon al ten tijde van Abraham en vanaf Mozes staat het
buiten kijf. Maar hetzij op schrift, hetzij door te vertellen, het gezag komt via hen van God.
Als het gaat om een levering van God aan de mens via de eerdere mens dan heb je het dus
over een indirecte levering. Oppervlakkig komt de verschijning dan overeen met een traditie. Maar, God openbaart zich Zelf en de bijbel is een openbaring, zo u wilt levering, van God aan de schrijver zelf en door de schrijver rechtstreeks aan de latere generatie. Vormt zich bij de latere generatie dan een traditie? Nee, dat lijkt maar zo. Traditie is naar haar aard veranderlijk, als afhankelijke van een norm of gebruik. Het Woord van God is naar haar aard onveranderlijk. De Geest werkt hierbij tweeërlei: bij de schrijver zorgt God er zelf voor dat de Geest hem inspireert, en bij de lezers zorgt de Geest voor de instandhouding. Traditie wordt het voor zover in de praktijk invulling, toepassing, en gebruik wordt gevormd. Niet ter afwijking maar ter toepassing en interpretatie. Het is ook de Geest die door de traditievorming werkt en waardoor ook een traditie onlosmakelijk met het leven van gelovigen kan zijn gekoppeld. Maar God is niet tegenstrijdig in zichzelf en een leer die strijdig is met het geschreven en geopenbaarde Woord van God, wordt opzij gezet door de Heilige Schrift. De Schrift is de kenbron van alle wijsheid en alle kennis, die we voor ons heil nodig hebben.
Een wijziging van de Heilige Schrift is niet mogelijk. Dat is geloof. En dat is ook wat de Heilige Schrift van zichzelf getuigt.
Ook wie het geopenbaarde Woord doorgeeft aan een volgende generatie heeft geen autoriteit of gezag om het Woord aan te passen. Wie het geopenbaarde Woord bewaart, is hij meer dan de auteur ? Wie het overlevert, heeft hij meer gezag dan de bron ? Nee, maar wel macht; hij kan het namelijk tot eigen of een anders nut veranderen. Daarom zendt God keer op keer profeten die de tradities van koningen en priesters aan de kaak stellen en bekering prediken en vloek in het vooruitzicht stellen. De op schriftstelling komt van God. Op verschillende plaatsen zijn er uitspraken in het OT waarin een bevel tot schrijven wordt gegeven:
- “Toen zeide de Heere to Mozes: schrijf dit ter gedachtenis in een boek …” (Ex.17:14)
- “Verder zeide de Heere tot mij: Neem u een grote rol en schrijf daarop ….” (Jes.8:1)
- “En Ik zal over dat land brengen al Mijn woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken. ” (Jer.25:13)
- “Toen antwoordde mij de HEERE, en zeide: schrijf het gezicht, en stel het duidelijk op
tafelen, opdat daarin leze die voorbijloopt
” (Hab.2:2)
- Etc.
Wat er zakelijk gezegd en schreven is, is één, en daarom eisen de profeten voor hun
geschreven woord dezelfde autoriteit als voor’t gesproken woord. Dit blijkt duidelijk uit
Jesaja 34:16:
zoekt in het boek des Heeren, en leest; niet een van deze zal er feilen, het ene noch het
andere zal men missen; want Mijn mond zelf heeft het geboden, en Zijn Geest zelf zal ze samenbrengen

Met dat boek des Heeren bedoelt Jesaja de rol waarin zijn profetie wordt opgetekend, en die
rol, die schrift wordt door hem genoemd het boek van God. Hij spreekt hier dus heel duidelijk
de goddelijke autoriteit van zijn eigen opgetekende profetieën uit, en wat van zijn profetie kan
gezegd worden, is zeker ook van toepassing op de geschriften van alle profeten.
Wat we lezen in Jeremia 36:2 bevestigt dit. Daar spreekt de Heere tot Jeremia:
neem u een rol des boeks, en schrijf daarop al de woorden, die Ik tot u gesproken heb overIsrael en over Juda, en over al de volken, van den dag af, dat Ik tot u gesproken heb, van de dagen van Josia aan, tot op dezen dag”.
Deze rol moet Baruch worden voorgelezen, opdat “misschien hunlieder smeking voor des
Heren aangezicht zal neervallen, en zij zich zullen bekeren, een iegelijk van zijn boze weg;
want groot is de toorn en de grimmigheid, die de Heere tegen dit volk heeft uitgesproken

Hier wordt weer het woord des Heeren vereenzelvigd met de rol van Jeremia. Hier treedt weer de Schrift met gezag op, en wanneer straks de koning Jojakim deze rol versnijdt en in het vuur verbrandt, zegt de Heere niet: het geschrevene komt er minder op aan. Maar waakt Hij voor de eer van het geschrevene en klinkt Zijn bevel:
neem u weder een andere rol, en schrijf daarop al de eerste woorden, die geweest zijn op de eerste rol” (vs.28). En dan spreekt Hij Zijn strafwoord uit over de koning die zich vergrepen heeft aan Zijn getuigenis.
Meerdere plaatsen zouden genoemd kunnen worden. Bedenk bijvoorbeeld slechts aan de wet
des Heren. God schrijft Zelf de tien woorden op twee tafelen. Hij spreekt ook zelf meermalen
van het geschrevene. In Deutr.32:24 lezen we dat Mozes de woorden der wet geschreven
heeft in een boek, en Israël bezat het wetboek in Schrift.
Ten overvloede nog dit: de Heere gebiedt Daniël: “En gij, Daniël! Sluit deze woorden toe, en verzegel dit boek, tot de tijd van het einde; vele zullen het naspeuren en de wetenschap zal
vermenigvuldigd worden
”(Dan.12:4).

2d.  Thora is niet van Mozes maar ontstaan in en door traditie?
Voor ons is de wet, de vijf boeken van Mozes, het Woord des Heeren, en wij steunen in dit
geloof op hetgeen de wet van zichzelf getuigt:
Het is de Heere die haar door Mozes aan Israël gegeven heeft. Uit Zijn mond heeft het volk
haar ontvangen, want dit geldt niet alleen van de tien geboden en van het verbodsboek dat in
Exodus 21-23 beschreven wordt. Ook alle andere wetten komen door het spreken van God tot
Israël, en keer op keer lezen we in de vijf boeken: de Heere zeide, of de Heere sprak tot
Mozes. De meeste hoofddelen beginnen met deze woorden. “Toen sprak de Here tot Mozes
Zeggende
” (ex.25:1 vgl.30:11,17,22,34; 34:1 etc.), “En de Here riep Mozes en sprak tot hem uit de tent der samenkomsten, zeggende: spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen etc.   (Lev.1:1; 4:1; 6:1). “Voorts sprak de Heere tot Mozes” (Num.1:1; 2:1; 4:1, etc.). En vooral in het boek Deuteronomium, waarin Mozes het volk dat gereed staat het beloofde land binnen te trekken, herinnerd aan alles wat de Heere gedaan heeft en wordt met nadruk gewezen op de goddelijke oorsprong van de wet. “De Heere onze God sprak tot ons aan de Horeb, zeggende
(1:6). “Gelijk de Heere tot mij gesproken had” en “toen sprak de Heere tot mij, zeggende
(2:2). “Toen sprak de Heere tot mij” (3:2). “De Heere, onze God heeft een verbond met ons gemaakt aan Horeb” (5:2). “Terzelfder tijd zeide de Heere tot mij[” (10:1).
En om niet meer te noemen: Mozes schrijft de woorden van de wet tenslotte in een boek, en
spreekt van dit boek: “Neemt dit wetboek, en legt het aan de zijde van de ark des verbonds des Heeren, uws Gods, dat het aldaar zij ten getuige tegen u” (31:26).
Niet alleen zegt de wet zelf dat “de Heere tot Mozes sprak aangezicht aan aangezicht, gelijk een man met zijn vriend spreekt”(ex.33:11), niet slechts lezen we in het boek Numeri het woord des Heeren: “Van Mond tot mond spreek Ik met hem, en door aanzien, en niet door duistere woorden; en de gelijkenis des Heeren aanschouwt hij” (12:8), niet alleen getuigt de Heere tot Mozes, dat Hij een profeet zal verwekken, “als u” (deutr.18:18). Maar ook Israëls profeten en zangers hebben Mozus die eer gegeven. “Hij heeft Mozes Zijn wegen bekend gemaakt” (ps.103:7), en: “nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk” (Jes.63:11).
Het is duidelijk dat ook de onderdelen van de Schrift getuigen dat ze van God zijn. Zij
stemmen samen omdat zij het ene werk van de Heilige Geest vormen. Daarom zijn zij ook
toen en door alle tijden heen als gezaghebbend erkend.
- De wet des Heeren werd in het heiligdom gelegd (ex.25:22, Deutr.31:9)
- Wat Jozua schrijft, is voor het volk het boek van de redenen des Heeren (Joz.24:26,27)
- Samuel spreekt tot het volk het recht van het koninkrijk, en schrijft het in een boek, en legt
het voor het aangezicht van de Heere (1Sam.10:25)
- De poezie wordt opgeschreven en bewaard (het lied van Mozes, Deutr.31:19). De psalmen
van David, (2 Sam.1; 23:1-3, etc. psalm 72:20)
- De spreuken worden door de mannen van Hizkia verzameld (spr.25:1)
Zo heeft Israël zijn Schrift in gelovige gehoorzaamheid aanvaard. Zo buigt Christus zich voor
haar autoriteit. En datzelfde gezag geldt onverzwakt voor ons. Deze autoriteit is niet aanvaard
omdat zij rust op een lange traditie maar omdat God zich rechtstreeks openbaart tot ons via
profeten; via Zijn Schrift.

3a. Traditie met normatieve waarde en gezag van God
Een gezonde traditie ontstaan binnen de kerk heeft waarde voor het geloofsleven en indien de kerk er gezag aan verleent krijgt zij naast de inherente waarde ook de waarde vanwege de autoriteit die de kerkleiding heeft binnen de kerk.

Maar oorspronkelijk goede inzettingen vervallen tot verkeerde inzettingen. Omdat de mens de inzettingen verandert tot eigen voordeel, eigen behoefte, en verontachtzaming van de norm in de  eerdere inzettingen. De uitkomst is keer op keer dat de mens met zijn inzettingen en gewoontes langzamerhand God de rug toekeren (bewust of onbewust).
Niet voor niets moest God telkens eigenhandig ingrijpen om de mensen, die met hun inzettingen op weg waren naar catastrofe, weer op het goede pad te krijgen

God heeft niet voor niets zijn Woord schrift doen worden en door Zijn Geest de schrijvers geïnspireerd en de Heilige Schrift tot stand gebracht. Om zodoende Zijn Woord zuiver tot ons te brengen. Zijn openbaring was niet dat alleen degene die Zijn stem toen zij klonk hoorden, haar zouden kennen, en niet slechts dat Israël en Jezus’discipelen van Zijn heerlijkheid zouden weten, maar dat zij zou zijn Gods licht voor alle eeuwen en zou doordringen tot alle mensen. Het was Zijn bedoeling om door die openbaring alle uitverkorenen te vergaderen.
Hoe kon hij dat doen zonder Schrift? Hoe kon Hij dat doen door het gesproken woord alleen?
Dat gesprokene vervluchtigt zo spoedig. Het gehoorde wordt door de mensen gemakkelijk onjuist overgebracht. Bij de een werkt het geheugen niet scherp, bij een ander overheerst de leugen. Hier maakt de kortheid van het leven overlevering onmogelijk. En daar zou de arglistigheid van het hart de mondelinge traditie vervalst hebben. En laat men hiertegen niet aanvoeren dat, al zou dit alles bij mensenwoorden geschieden, deze gevaren niet dreigen bij de woorden van God. Want juist bij Zijn Woord zou de traditie onzuiver zijn want het Evangelie is immers niet naar de mens en gaat lijnrecht in tegen al zijn wensen en al zijn begeerten. En wanneer nu die waarheid overgelaten was aan onze mondelinge overlevering en onze herinnering, aan onze ervaring en aan de wisselende stroom van ons innerlijke leven, dan zouden we spoedig deze openbaring vervormen naar ons believen, en uit haar weglaten en tot haar toedoen naar ons goeddunken. Dan was er geen zuivere kennis van God mogelijk en hadden we geen ogenblik de zekerheid dat wij echt Gods openbaring bezaten, zoals hij ze gegeven heeft.

3b. Ongeijkte traditie is een gevaar
Jezus is in Markus 7 in gesprek met de Farizeeën. Jezus, verweet hen dat zij het gebod Gods verwaarloosden, dat zij het gebod van God buiten werking stelden, dat zij het Woord van God krachteloos maakten. De principiële fout van de Farizeeën was dat zij hun traditie (“de
zogenaamde overlevering van de ouden”) naast en in feite boven het Woord van God
plaatsten.
Dit deden zij niet incidenteel maar structureel: "en dergelijke dingen doet gij
vele
" (Markus 7:13).
Traditie is een gevaar voor het Woord van God als het zich niet steeds opnieuw laat normeren aan Gods Woord.
Jezus zelf wijst op het gevaar dat door traditie Gods woord:
- wordt nagelaten (Mark 7:8)
- te niet wordt gedaan (Mark. 7:9)
- wordt overtreden (Matt. 15:3)
- krachteloos wordt gemaakt ( Matt. 15:6, Mark. 7:13)
Als Traditie om wat voor een reden dan ook bij voorbaat als geïnspireerd of goddelijk beschouwd wordt. Dan is toetsing per definitie onmogelijk.
De Schriftgeleerden en farizeeërs achtten hun ongeschreven wet of traditie dermate synchroon met de geschreven wet dat het vrijwel onmogelijk werd om de geldigheid ter discussie te stellen.
Had mozes ook niet mondelinge overleveringen nagelaten? Waren zij niet degene die konden roepen “Des Heeren volk zijn wij”? En is deze traditie dus niet uiteindelijk afkomstig van God zelf ? En is het niet per definitie onmogelijk dat er een ongerijmdheid tussen hun geschreven Schrift en hun ongeschreven schrift kan bestaan? Beide waren toch afkomstig van Mozes, en uiteindelijk van God zelf?
Door zo’n claim haalt Jezus een streep.
Jezus wijst op het gevaar van traditie. Tradities worden gevaarlijk als ze van vormen in normen veranderen. Traditie kan daarom onmogelijk zonder een daarboven gestelde norm, een toetsteen waaraan het geijkt kan worden.
Is de traditie overeenkomstig de schrift, de bijbel, dan zal zij door de kerk worden gehanteerd. Is zij daarentegen onschriftuurlijk, dan zal zij als zodanig worden benoemd en afgewezen.

3c. Traditie en toepassing en uitleg van de wet
Maar hoe zit het dan met de traditie als soort van “kleed”om het Woord heen? Zowel bij de Joden als in de kerk zie je dat tradities ontstaan. Bij Mozes al werd de toepassing van de wet afwijkend van de Wet. Denk aan de scheidbrief die werd afgegeven. Maar, en dat is de kern, toepassing van de wet is niet gelijk aan de wet. Interpretatie blijft een zaak van mensen die teruggrijpen naar de bron, en nieuwe generaties die teruggrijpen naar wat eerdere generaties overleverden. Juist door noodzakelijke praktijksituaties, door behoefte aan rechtspraak, door gebruiken ter invulling van rituelen, door gebruik tot ondersteuning van de huidige heersers, en door traditievorming in het algemeen, is elke norm, elke wet, en elke overlevering kwetsbaar en wordt gemakkelijk ondergesneeuwd of veranderd door geestelijken, regeerders, en nieuwe generaties met een behoefte aan nieuwe gebruiken. Daarom moet toepassing, uitvoering, rechtspraak, bij oude wetten en normen nooit tot het geheel van de oude norm worden gerekend, maar altijd als afgeleide van de leidraad en ijksnoer die moet teruggrijpen naar de oude norm, moet geënt zijn op de oude norm, en die de geest van de oude norm onverkort en onverminderd overeind laat als norm. Zelfs in het geval dat in de nieuwe praktijk van het heden daarvan afwijkende praktische uitvoeringsnormen en tradities worden gehanteerd.

3d. Traditie boven de wet
Een interessante  vraag die hier gesteld kan worden is of de bron kracht en gelding kan verliezen, tegenover de overlevering. En of de generatie van nu de oudere generatie opzij kan zetten. Stel nu dat we ervan uitgaan dat in de tijd een nieuwe norm kan ontstaan die meer gezag krijgt dan de oude norm. We hebben het hier dus ten diepste niet over de tradities als afgeleide van de norm, maar over de norm zelf. Dus in de traditie verschijnt een norm die de oude norm overheerst. Kan dat? Opnieuw dient beantwoording van deze vraag worden gevoed door de Heilige Norm dat God niet tegenstrijdig is met zichzelf en dat elke nieuwe norm moet passen in het geheel van overgeleverde normen. Maar goed, nemen we aan dat de oude norm opzij gezet kan worden – niet door traditie- maar door een nieuwe norm die zich op een of andere manier manifesteert als nieuwe norm. Gaan we daarvan uit – dat dat mogelijk is – dan is het principieel ook zo dat het heden en de toekomst de laatst geldende norm ook weer kan wijzigen. Met andere woorden: dat is er geen vaste bron meer, en geen geldend Woord met eeuwigheidswaarde. Als het zo was dat God zich nooit over deze zaak had uitgelaten dan had dit waarheid kunnen zijn. Maar God zelf, de Heilige Schriften, David, de profeten, Mozes, Jezus, de apostelen, stellen zelf het Woord op een voetstuk. En dat moet ook want God openbaart zich aan een wereld die geleid wordt door de tegenstander. Een tegenstander die in alles uit is om aan God te bewijzen dat niet alleen hij maar alle mens verdorven gaat in het Plan van God. Die blijft aanvoeren dat hem groot onrecht is aangedaan door hem te verstoten en te verbannen. God maakt korte metten met hem en belooft al tijdens Adam en Eva hun leven dat het de tegenstander niet zal gelukken dat zijn eeuwige rechtvaardigheid en trouw of zijn oordeel verloren zal gaan of gebroken worden. En Johannnes getuigt ons dat dit Woord dat levend geworden is verguisd wordt, onrecht aangedaan wordt, maar ondanks alle schijnbare verlies recht overeind blijft staan tot de voleinding der wereld. Het is dus ook niet zonder reden dat de jonge kerk er grote behoeft aan had om geschriften van allerlei aard en leer te schiften van de apostolische zendbrieven die rondgingen in de gemeente als Bron en vervolg van de Heilige Schrift. En een canon werd beleden door de kerk. Niet een canon die onbetwist is gebleven, maar wel een canon die tot uitdrukking gaf dat datgene dat wordt aanvaard als behorende tot de EENHEID van de Heilige Schrift, staat en gewaarborgd wordt en eeuwigheidswaarde heeft en gelding heeft die van God komt. Niet van mensen. Hebben we het hier over een traditie? Is er enig verband met een discussie over traditie? Nee, in generlei opzicht. Betrekking van het aspect van overlevering of traditie in dit verband leidt er alleen maar toe dat het Woord van haar Gezag wordt ontdaan. Als de Traditie het Woord kan veranderen, hoeveel temeer een nieuwe traditie een oudere traditie? Met andere woorden: hoe weten we dan dat er ook maar iets van nu blijvend is? Dat ook maar iets van God onveranderlijk is?! Juist omdat we weten dat het tegenovergestelde waar is moeten we erop gericht zijn de bron, het geopenbaarde Woord, te benaderen als Heilig en traditie als van mindere waarde en onheilig voor zover ze het Woord verduistert, verbloemt, versluiert, ontkracht, of verandert.

4a. Profeten zijn boodschappers van God’s Woord
Laten we het voorgaande eens in een meer concreet perspectief zien. Mozes voerde regelingen in die overgeleverd werden aan en door priesters en met name koningen, en in de tijd verviel het volk tot vele gebruiken die zeer tegen God’s Eer en gebod in gingen. Het waren de profeten die steeds aankwamen met de boodschap om te breken met de tradities en terug te keren tot de kern, het Woord van God. Vanzelfsprekend is het Woord van God in de tijd gegroeid. Maar principieel is dat het Woord gesproken wordt door de profeten die teruggrijpen naar, en oproepen tot terugkeer naar, het oudere Woord. Stel nu eens dat wij allen in één volk Israël leefden, en dat een kerkleider of profeet zaken roept en schrijft. Wat is het dan dat aan deze kerkleider of die profeet het gezag verleent? Is dat de autoriteit van dit moment? Is dat de claim van de schrijver dat hij namens God spreekt? Nee want er zijn ook valse profeten. Is het dan het algemene in het volk geldende gevoel dat de profeet of kerkleider gelijk heeft? Nee, juist niet omdat het volk keer op keer vatbaar is voor dwaalwegen en eigenwilligheid. Is het een beroep op de traditie waarnaar wordt teruggegrepen? Nee want de tradities zijn niet meer dan de spiegeling van een oude norm in een nieuwe maatschappij.

Merk op dat de kerkleiders best zaken bindend kunnen verklaren, dat het volk best geestelijke wetten aan kan nemen, en dat linksom of rechtsom goede regelingen en tradities ingevoerd kunnen worden die gezag hebben. Maar geen van deze zaken zijn beslissend voor het Gezag van God. Zo lijkt het dus slecht gesteld met het volk.
Maar het Geloof verklaart vervolgens dat de Geest het Woord van God herkent en erkent, en dat God zijn kerk in stand houdt. Dit klinkt zo abstract dat wij elkaar hier zonder voorwendsel en vooroordelen de hand kunnen schudden. Zolang wij de Geest toestaan als bron en richtinggever en het Woord van God als hoogste norm doen gelden. En dat geeft ons vrijheid ook te nuanceren wat we eerder stelden: als er een profeet is die claimt dat hij met gezag van God spreekt, dan gaan we er niet van uit dat hij geen gezag heeft, maar gaan we ervan uit dat als hij claimt een profeet te zijn, dat we onderzoeken of de profeet een valse profeet is of inderdaad een gezicht van God heeft gezien. Met de louterende kracht van het Woord van God kan elke profetie worden beoordeeld en de geest van de vermeende profeet beproefd.

4b. Tradities belemmeren de profetische boodschap
Zo zien we dus dat door de tradities een heersende rol te geven de werking van de Geest wordt beperkt, omdat profeten die oproepen tot bekering tot God’s aloude Woord ermee buiten spel gezet worden, en het gezag van God’s Woord wordt ontkracht voor zover de traditie ervan afwijkt. Ontdoen we echter de traditie van haar status, dan kunnen we ver komen.

Dat wil NIET zeggen dat iedereen het gezag opzij mag zetten en zelf gaan pionieren op het pad van geloofsuitoefening. Niemand mag dat en Christenen wensen dat ook niet. Het wil ook niet zeggen dat we moeten breken met alle tradities, want onze voorvaderen hebben in hun geestelijke strijd ook mijlpalen bereikt en God leren kennen en hebben ons daarvan getuigd. Dat is een ieder tot geestelijke lering en respectering van die voorvaderen.
Maar het wil wel zeggen dat bij elke traditie en bij alle werelds en kerkelijk gezag, de gelovigen blijven ijken aan het geopenbaarde Woord van God. God is één en Zijn Woord is Heilig. Hij zal openbaren wat van Hem is en wat daarbuiten staat. En Hij vraagt niet veel meer dan een buigen voor zijn Woord en een heiligen van ons leven tot Zijn eer. Dan kunnen tradities blijken niet uit God te zijn. Maar toch blijven wij die houden, als de kerkleiding er gezag aan toekent. God is een God van orde, en gezag en orde zijn door God gewenst en ingesteld. Maar indien een traditie strijdt met God’s Woord, dienen wij van harte bereid te zijn ermee te breken en indien zij ons brengt tot zonde dient de traditie verworpen te worden voor zoverre zonden ermee of erdoor worden gewerkt.
Profeten gaan veel verder en zullen oproepen tot totale bekering, dat is een geheel stoppen en breken met zondige tradities, maar kerkleidingen zullen hun gezag gebruiken om in de eerste plaats de eenheid te dienen, de rust, de schijnbare vroomheid, de liefde, of gewoon aardse macht. Hoogst zelden breekt een kerkleiding met haar eigen instellingen en inzettingen. Het is daarom dat God profeten werkt en tot spreken dwingt. En het is ook daarom dat als gezag niet meer centraal wordt geaccepteerd, en gezag in haar geheel een leeg begrip is geworden, dat profeten die spreken steeds vaker leiden tot kerken die worden gespleten. Zijn dat dan valse profeten gebleken? Nee, de aarde beeft op haar grondvesten want de strijd is gaande en de tegenstander claimt heerschappij over het volk van Israel, claimt de kinderen van Rachel, claimt het hoofd van Johannes, claimt het leven van Jezus als mens, en claimt de kerk die Jezus heeft gegrondvest, en claimt ook de profeten die door God zijn gestuurd om te spreken van bekering tot het oude en profeteren van het Nieuwe Jeruzalem.

5. De kerk van alle tijden
Wij allen hier hebben kennis gekregen aan God’s heil. Zouden wij niet ook allen  ons gebonden weten aan God’s Woord meer dan aan menselijke inzettingen?!
Scheurmakerijen zijn zondig, maar scheuring moet er zijn. Jezus kwam als een tweesnijdend zwaard eerder dan als stichter van wereldvrede. Profeten vervolgen mag niet; eigenwillige Godsdienst mag niet. Revolutie mag niet. Zonde instandhouden mag niet. Maar bekering begint met een innerlijke revolutie en deze strijd moet zonder ophouden gestreden worden. Laten wij op ons inwerken waarover we het eens zijn, dan is er eigenlijk maar één overweging. Er is geen kerkleiding op deze aarde die onverkort deze regels houdt. Hoe ellendig kunnen wij zijn dat wij ons niet kunnen en willen bekeren? Hoe zullen wij getuchtigd worden, zo dat we weer onze aardse macht en positie niet meerder hoogachten en ons richten op het Koninkrijk van God? Pas als in de volle breedte harten zich richten tot bekering, mogen we verwachten dat ook de bekering van de “kerk” als geheel gezegend wordt. Dat er vele stromingen ontstaan is omdat een profeet, zoals in oude tijden ook, volgelingen krijgt. En het is nu eenmaal een kenmerk van onze tijd dat een groep van volgelingen zich vrijwel altijd organiseert tot zelfstandig instituut, vrijgemaakt van de onbekeerlijke gelovigen. Paradoxaal goenoeg – maar kenmerkend voor de aardse heerschappij van de tegenstander - is de term “onbekeerlijke gelovigen” toch juist een term die bij uitstek past bij het uitverkoren volk van God. Is dit een impliciet waardeoordeel? Nee, dat niet. Het is de tijdsgeest die de mensen dwingt tot acties die passen in die tijd. En het is de kerk die als vanouds niet herkent wanneer een profeet spreekt, of een afvallige ketter of dwaas.

Titaan.

  • Berichten: 428
    • Bekijk profiel
Gezag van Bijbel versus traditie
« Reactie #228 Gepost op: augustus 15, 2012, 02:07:03 am »

quote:

Zie ook bovenstaande post van 21 september 2011 om 01:08.

Pooh

  • Administrator
  • Administrator
  • Hero Member
  • *****
  • Berichten: 5794
    • Bekijk profiel
Gezag van Bijbel versus traditie
« Reactie #229 Gepost op: augustus 15, 2012, 11:15:52 am »
Modbreak:
Een topic van een jaar oud omhoog schoppen lijkt me niet nuttig. Zet rustig een linkje in een ander topic, maar om hier nou opnieuw te beginnen gaat echt te ver.
« Laatst bewerkt op: augustus 15, 2012, 11:16:38 am door Pooh »