Auteur Topic: Verhalen voor onderweg  (gelezen 7142 keer)

Pelgrim-Marc

  • Berichten: 31
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Gepost op: maart 17, 2009, 07:31:38 am »
De reiziger.

Onderweg steeds maar onderweg.
Geen tijd geen zijn om steeds maar stil te blijven staan.
Reiziger door het landschap dat christendom heet.
Langs gebouwen en kerken, ideeën voorbijgaande hype's.
Reizen in verwondering over zoveel kortzichtigheid.
Kijkend naar hoe mensen door hun theologie een gesneden beeld maken van de ongeziene God.
Gisteren nog was door de stoffige deur de wereld ingelopen van historie,  waar documenten van voorbije jaren werden geprezen tot magie.
Wat mannen van jaren geleden geschreven hadden waren de onveranderlijke bouwstenen geworden van religie en veroordeling. Doe het op onze manier.
Gelukkig was er nu een financiële crisis die aantoonde dat de leugen van het voorspoed evangelie inderdaad een leugen was.
O' wij zijn zo zeker van onze kerk onze theologie.
We volgen uitgesleten paden van eeuwen oude woorden die niet de bijbel zijn.
Of we lopen achter elk wonder, elke nieuw spreker, leraar, idioot aan.
Reiziger kon alleen maar verwonderd, niet begrijpend. zijn hoofd schudden.
Waar waren de mensen van de Weg?
Mensen die God durfde te bevragen, die niet bang waren voor de twijfel.
Die zoekend durfde te geloven in de onveranderlijke dwaasheid van genade te groot om gevangen te zetten in structuren, denominaties.
Reiziger was niet bang om mee te eten van de tafel van vele verschillende gelovigen hoe raar het menu soms ook was. Maar hij bleef niet zitten, propte zich niet vol.
Lopen, verder gaan, onderweg blijven.
Shabbat of zondag, piercing of donkere rok en pak.
Het zou wel, Jezus en niet de kerk, niet het christendom mochten wat hem betreft steeds meer centraal komen te staan. Niet de manieren niet de vormen maar de ontmoeting mocht voor hem het uitgangspunt worden.
Reizen, soms langs eenzame wegen, soms onverwacht een reisgenoot.
Soms even aanschuiven in een dienst, een seizoen van kerk zijn in een vorm.
Vrij blijven om te reizen, altijd onderweg.
En eens op een dag zou hij met al die zo verschillende christenen die met een hart Jezus geloofd hadden en met hun mond, handen en voeten hem zichtbaar gemaakt hadden zou hij zitten aan de hemelse tafel.
Lachend om alle dwaasheid van hoe ze met zijn alle op aarde Jezus hadden gedacht te moeten volgen.
Het glas met sprankelende nieuwe wijn opgeheven op God die goed is, op genade die hun gered had.
Tot die dag, tot die dag bleef hij reizen.
There is no goal or specific place you'll end up on this earth - our joy and purpose is in the journey.

elle

  • Moderator
  • Berichten: 7583
  • The way of the leaf
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #1 Gepost op: maart 17, 2009, 08:59:49 am »
Modbreak:
Verplaatst naar WL
"Ask not what the Body can do for you. Ask what you can do for the Body."[/]

Thorgrem

  • Berichten: 3000
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #2 Gepost op: maart 17, 2009, 09:04:06 am »

quote:

elle schreef op 17 maart 2009 om 08:59:
[mbr]Verplaatst naar WL[/]
Goede verplaatsing. Ik wist niet dat er zo'n onderdeel bestond. :) Misschien ga ik er ook wel wat plaatsen.

Pelgrim-Marc

  • Berichten: 31
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #3 Gepost op: maart 17, 2009, 02:46:19 pm »
Hier onder een drieluik van verhalen over de ambtsdragers van vandaag....
There is no goal or specific place you'll end up on this earth - our joy and purpose is in the journey.

Pelgrim-Marc

  • Berichten: 31
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #4 Gepost op: maart 17, 2009, 02:48:22 pm »
Deel 1:

Circus.


Veel lawaai, drie kinderen rennen de auto uit, nog vervuld van de vele indrukken die ze deze middag opdeden.
Zij als ouders volgen wat rustiger, ook zij een blos van enthousiasme en plezier op de wangen, vuur in de ogen.

Het was lang geleden dat ze samen zo’n plezier hadden gehad, meestal had hij, als voorganger van de grootste charismatische gemeente van hun stad, het te druk, te veel taken, wel gedelegeerd, immer gecontroleerd.
Bouwfonds, pastoraal en bevrijdingsteam, oudstenraad, diakenen, coaching van celgroepleiders, één lijn moest er zijn, één visie, touwtjes stevig in zijn handen in de naam van God en geloof.
Preken voorbereiden, zondag weer eens spreken over de tienden en offeren, bouw het Koninkrijk van God, grond voor hun nieuwe gebouw was al aangekocht.
Zoveel taken, zoveel verantwoordelijkheden.
Er was weinig tijd voor plezier, voor zijn gezin.

Vanmiddag was anders geweest, deze woensdagmiddag hadden ze als gezin samen genoten.
Samen waren ze naar het circus geweest, jongleurs, acrobaten, leeuwen, clowns, zoveel te zien, te genieten, te verwonderen.

Binnen drinken ze nog een warme chocolademelk, lekkere gevulde koek erbij.
Nog even nagenieten.
Vervolgens gaat hij nog even naar zijn studeerkamer, vanavond bij de celgroep wijk oost bijbelstudie geven, nog even de laatste hand aan de studie over het leiderschap van Mozes leggen; hoe God reageerde op protest vanuit volk, mindere leiders.

Zij vrouw, speelt nog een spelletje met de kinderen; Mens erger je niet.

Om half zes eten ze samen, hij zet de afwas in de vaatwasser, zij doet de jongste twee kinderen in bad, hij gaat nog even naar boven leest ze voor, bid.

Geeft zijn vrouw een kus, zijn oudste zoon een klapje op zijn schouder, gaat naar de celgroep, zijn vrouw blijft thuis deze keer, even geen oppas, het was een volle dag in deze al drukke week geweest.

Eind van de avond, zachtjes doet hij de deur open, hangt zijn jas op, schenkt nog een biertje in, even zitten, alles was al stil, zijn vrouw had al gezegd dat ze moe was en vroeg zou gaan slapen.
Hij denkt nog even terug aan afgelopen avond, terwijl hij zijn colbertje uit doet, stropdas losmaakt, schoenen uitschopt, goede avond geweest, mensen waren zich opnieuw bewust van het belang van gehoorzamen van het, voor schapen zorgende, leiderschap, wisten weer de consequenties van ongehoorzaamheid aan leiders, God.
Volgende week maar dezelfde studie geven in celgroep wijk west.

Hij gaat naar boven, kleed zich uit schiet zijn pyjama aan poetst zijn tanden en schuift zachtjes het bed in naast zijn slapende vrouw, die het niet merkt, ze slaapt diep.

Hij draait zich op zijn rug handen onder zijn hoofd, de dag is te vervuld van indrukken geweest om gelijk te kunnen slapen, rust te kunnen vinden, adrenaline golf is nog niet helemaal uitgeraasd.
Langzaam nadert hij de grens tussen waken en slapen, realiteit en droom.

Hij is terug bij vanmiddag.
Circusterrein, maar is dit circus hetzelfde circus als vanmiddag?
Hij loopt langs de nu gesloten kassa, ziet een vreemd bord, met schreeuwende reclameletters naast de kassa staan, hij leest:
“Entree slechts 10% van uw inkomen, aarzel niet u krijgt alles wat u hartje begeert, kom, geniet!”

Het hek staat even goed open, verleidelijk open, aarzelend nog loopt hij verder het terrein op, ziet de boog met neonletters, naam van het circus, hij leest met verbazing de naam, een belediging?
“Charismatisch Circus.”
Vreemd.

Langzaam loopt hij verder, in de verte ziet hij een man naar zich toekomen, hoge hoed, lange zwarte jas, gestreepte pantalon, zeker de directeur.
Stap voor stap lopen de mannen naar elkaar toe, voorganger schrikt even van het uiterlijk van de man, lang, mager, benig, bleek, donkere ogen in diepe kassen, met schaduw vervult.
Hij leek wel de dood in persoon.
Iets wat onmogelijk leek als de naam van het circus werkelijkheid is.

De man begroet hem zo hartelijk mogelijk, met krakende, hese stem:
“Goedemiddag, u bent mooi op tijd, ik verwachte u eigenlijk al eerder.”

Voorganger voelt zich dieper deze schijnwerkelijkheid in getrokken worden, het lijkt realiteit.

Hij antwoord de man:
“U verwachte mij, verwachte mij al eerder, wie bent u en hoe zo verwachte u mij?”

De man antwoord hem met een vleugje spot in zijn stem, zorgvuldig gecamoufleerd onder vriendelijkheid:
 “Ieder van u met heilige ambitie komt eens hier om zijn taak te ontdekken, zijn plek in de spotlights van de piste in te nemen, en ik, ik u dienaar ben de directeur, regisseur, doel en slotakkoord.
Schrikt u maar niet, hier is het onmogelijke mogelijk, het mogelijke onmogelijk.
Kom volgt u mij maar naar de binnencirkel van het circus daar waar de stoel van beslissing staat.”

Voorganger voelt angst; angst die hem verteld dat hij opwinding is van geboden kansen, mogelijkheden, roem en eer.

Voorganger krijgt steeds meer zin in het avontuur wat hem hier schijnbaar te wachten staat en volgt directeur naar de ingang van de tent, als ze aankomen, ziet hij in een hoekje een oude man staan, kromgebogen, schep in zijn hand.
Hij vraagt directeur wie deze man is, directeur antwoord hem dat deze man niet belangrijk is hij hoeft hem niet te kennen, niet te weten wie hij is, hij is niet belangrijk.

Langzaam lopen ze de lege tent in langs de tribunes, zonder mensen, zonder de vrolijkheid, spanning, sfeer van verwachting die bij het circus horen.
Vooraan staat een makkelijke luxe met roodpluche beklede stoel.
Directeur zegt:
“Dit is de stoel van beslissing, hij herinnert hem er aan dat hier het onmogelijke mogelijk, het mogelijke onmogelijk is. Hij legt uit dat voorganger kan gaan zitten dan zal de voorstelling beginnen, en het mooie is dat u in dit circus tegelijkertijd toeschouwer en artiest zult zijn u krijgt alles niet een half deel.
Als u kijkt, kijk dan wie u wilt zijn wat u wenst, begeert, wat u de eer brengt die u toekomt.
Wie is de spiegel van u verlangens?
 Tijd is kostbaar, haast gewenst, u weet het, u bent met de feiten bekend”

Voorganger knikt of hij alles begrijpt, hij wil zijn zin in avontuur niet doven met watervloed aan vragen. Hij wil niet dom en ontwetend overkomen, op deze vreemde intrigerende man.

 Uit zijn ooghoek ziet voorganger de kromgebogen oude man met zijn schep naar voren lopen, hij neemt een plaatsje in op de hoek van de hoefijzervormige ring om de piste, open bij artiesteningang.
Directeur heeft het meteen door en raad hem aan niet op deze man te letten, eigenlijk was hij toch al te oud,  te versleten, voor het circus, echt hij was niet belangrijk. Directeur verdwijnt uit beeld, gaat achter de stoel van beslissing zitten, aanwezig, niet zichtbaar.

Na laatste aarzeling een zwijgen opgelegd te hebben neemt voorganger plaats in de stoel, gaat comfortabel zitten.

Licht dooft, showlicht gaat aan, muziek zwelt aan, de show begint.”


Het gordijn gaat open, voorganger ziet zichzelf binnenkomen, zweep in de hand, vier witte paarden, paarden die precies zijn orders volgen, controle, ze bewegen sierlijk, pirouette, voorbenen op piste rand.
Oude man doet een paar stappen naar achteren, beweegt precies op het moment dat voorganger zijn ogen door de piste gaan.
Voorganger voelt zich trots, kijk eens hoe hij de regie in handen heeft.
Jammer dat die oude man het beeld verstoorde, de betovering even doorbrak.
Directeur roert zich niet, is onzichtbaar zeer aanwezig.

Het volgende nummer, voorganger als jongleur, alles in balans, vele mogelijkheden in synchronie met elkaar, met hem.
Spelen met vuur.
Opwindend maar niet overtuigend.
Ongemerkt kijkt hij naar oude man, oude man zit op zijn hoekje kijkt rustig, lijkt verveeld, gedachten niet bij het nummer.
Waarom gaat oude man niet weg?
Als het zo doorgaat zal hij nog de gedaante van jury gaan aannemen, is wat als lichtflits door voorganger zijn gedachten gaat, door zijn hart gaat.
Directeur lijkt dezelfde gedachte uit te spreken; zolang de hete adem in zijn nek, vol oordeel, spreken kan.

Vol bravoure komen drie grote Indische olifanten de piste binnen, voorganger stapt op een poot, wordt hoog opgetild met een slurf, hij troont boven op de reus.
Mooi beeld, overwinnaar over reuzen, kolossen als een mak lammetje, macht, kracht. Langzaam lopen de olifanten de piste uit, achterlatend wat dieren eigen is; een grote dampende hoop.
Oude man staat op loopt naar de zijkant van de artiesteningang, pakt een kruiwagen, met zijn schep in de kruiwagen loopt hij naar de hoop schept hem op, dumpt de mest in zijn kruiwegen en gaat even naar achteren.
Voor het volgende nummer kan beginnen is hij terug en neemt de plek op de pisterand weer in.
Voorganger is wat ontnuchterd door dit gebeuren, door dampende mest is de charme van het beeld van macht aardig verknald.
Directeur zucht hoorbaar achter hem, onrustig, geïrriteerd, onderneemt geen actie.

Rood verlichte rook vult de piste, mysterieuze muziek vult de tent.
Voorganger komt op als goochelaar, illusionist.
Hij gaat in de stoel van beslissing rechter op zitten.
Hij verheugd zich al over wat komen gaat.
Hij tovert witte duiven uit een hoge hoed, strooit goudstof uit lege handen, tekenen, wonderen, wonderlijke dingen strooit hij met het grootste gemak in het rond.
Nederig is zijn grote trots.
Directeur klopt op zijn schouder, moedigt hem aan, spoort hem aan.
Plotsklaps staat de oude man op, vraagt zonder woorden even aandacht; stamt met zijn schep op de grond, het wordt een ijzeren staf, stamt nogmaals het wordt een bloeiende stok.
Stampt een derde keer het is weer de schep.
Hij gaat weer zitten.
Achter voorganger slaakt directeur een onderdrukte kreet.

Kooi wordt opgebouwd, voorganger voelt een golf adrenaline als springtij opkomen. En ja, hij komt op met drie grote leeuwen, briesende leeuwen, klaar voor verslinden. Hij, voorganger houdt met een stok, zweep deze beesten in bedwang.
Hij speelt met ze, ze springen, heffen poten op, bewegen op zijn bevel!
De oude man staat op, pakt een zakdoek uit zijn zak veegt zijn ogen af, mompelt in zichzelf:
“Zag hij maar dat de leeuwen al eeuwen met onzichtbare ketenen van genade in bedwang gehouden worden, briesen omdat de tanden uit hun bek geslagen zijn”
Directeur is opvallend stil, lijkt bewust afstand genomen te hebben.

Kooi is opgeruimd, spanning afgenomen, wat zal er nu komen?
Voorganger komt in een strak pak de piste binnen, klimt een touw in, soepel als een slang.
Trapezenummer.
Met doodsverachting zweeft hij, draait hij rond, elastische bewegingen, capriolen die niet te bevatten zijn.
Voorganger glimt, daar zweeft hij ver boven mensen, de wereld, in het bovennatuurlijke verricht hij zijn kunsten, het bovennatuurlijke is zijn wereld.
Hoe meer zijn gedachten met zijn persoon daarboven het luchtruim doorkruizen des te wilder gaat hij daarboven tekeer, aangevuurde ambitie.
Hij valt, en haalt het net.
Het net wat oude man voor hem gespannen had.
Achter hem lijkt directeur stil, toch voelt hij een ongekende woede als zwaveldamp van hem opstijgen.

De muziek zwelt aan vrolijke mars, laatste nummer, benieuwd wat het zijn zal.
Voorganger komt struikelend en vallend op, geschminkt, rode neus witte wangen rode mond.
Hij probeert van alles, alles mislukt.
Hij probeert te jongleuren, alles valt.
Doet acrobatiek en struikelt.
Wil water drinken, wat hij over zichzelf giet.
Hij klunst hij kliedert, hij is de clown.
Vervuld van schaamte zakt voorganger onderuit in de stoel van beslissing, zo zou hij echt niet bekend willen staan, zo simpel, zo dom, dwaas, kwetsbaar en zwak.
Zo ontroerend?

Oude man staat blij verrast op, danst, klapt, huilt, pure vreugde.
In het geniep staat de lijkbleke directeur op, gaat er stilletjes van door…

Voorganger, blijft nog even zitten, hoofd vol vragen…
Vragen, in het waken, zullen ze hem volgen, door dromen in herinnering geëtst
There is no goal or specific place you'll end up on this earth - our joy and purpose is in the journey.

Pelgrim-Marc

  • Berichten: 31
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #5 Gepost op: maart 17, 2009, 02:49:19 pm »
Deel 2:

Tranen aan een crucifix.

De late mis was voorbij; de oude priester ruimt de kaarsen op.  Zoete geur van wierook nog steeds in de lucht die hem omringt.

Hij was een beetje chagrijnig, zoals hij de meeste avonden was.
Al dit werk, immer draaiend wiel van plicht, voor wie eigenlijk?
Voor een paar oude mensen die nog trouw naar de mis kwamen, deze kleine kerk in een groot gebouw?

Eens, vele jaren geleden, had hij de roep van God gehoord om priester te worden.
Had hij de roep werkelijk gehoord?
Hij kan, hij wil, het zich eigenlijk niet herinneren, was het echt zo gegaan, of had hij uiteindelijk gewoon zijn eigen verlangens gevolgd?
Hoeveel jaar was het nu geleden, veertig op z’n minst.
Maar nu, nu was er, als altijd durend cliche, niets meer over dan dagelijkse routine, onder een koperen hemel, waar zijn gebeden op werden afgeketst.
Terug geketst naar de aarde, de modder van een eenzaam leven, een leeg geloof. Terug naar wat eens was, maar niet meer is.

Waarom  zou hij niet gewoon de moed opgeven.
Zijn taak aan de wilgen hangen met het wierookvat, de kazuifel, hij was oud genoeg.
Had de bisschop hem maar niet keer op keer gevraagd om vrijwillig, maar o zo verplicht op zijn post te blijven.
Er waren geen jonge priesters om hem te vervangen.
Zijn dorp te klein, zijn kerkgemeenschap zelfs nog kleiner.
Totaal onbelangrijk, gewoon een vlek op de kaart, van een grote provincie, van een land waar welvaart en cijfers regeren.
Ja, waarom zou hij in dit gat blijven?
Was er toch nog een kleine vonk, van die oude passie vlam, een weten dat de schapen een herder nodig hebben om de Herder te laten zien?
Het zou zo kunnen zijn, voor hem was het niet meer dan een dagelijkse religieuze plicht die zwaar op hem drukte.

Hij sprak zichzelf maar weer eens toe:
“Kom op stop met denken, stop met schoonmaken; tijd voor een koud huis niet waard om een thuis te noemen. Veilig dicht bij het vuur, glas wijn, sigaar.”

De oude priester slofte naar de deur om de lichten te doven.
Hij draaide zich nog even om, zijn ogen zwierven door de kerk, gewoon even kijken of hij niets vergeten was.
Zijn ogen werden gevangen door de crucifix, beeld van de man die eens het centrum was van zijn geloof, zijn universum.

Zelf nu nog raakte dit kunstwerk een overgebleven zachte plek achtergebleven in zijn hart.
De kunstenaar, schepper van deze crucifix, moet iets geweten hebben, iemand gekend hebben op een manier die niet met veel mensen gedeeld en beleefd kan worden.
Ongemerkt staarde hij naar de crucifix, er leek iets ander dan op andere dagen.
Wat was hetgeen anders was?
Zonder het eigenlijk door te hebben liep de priester de richting van de crucifix op; om het eens beter, van dichterbij te bekijken.

Hij zag spijkers door voeten, speerwond in de zij, spijkers door handen.
Hij voelde een pijn die hij niet eerder gevoeld had, een verdriet die hem raakte als een herfststorm.
Wat was hier aan de hand…
Hij bleef kijken, zoeken, zijn ogen vonden het gezicht; bloederige baard, mond verdraaid door de pijn, doornkroon op het hoofd.
Uiteindelijke zag hij de ogen, niet langer geschilderd maar met leven en pijn erin.

Hij staarde; compleet in verwarring, compleet in verwondering.

Hij hoorde zijn mond één woord spreken, één naam; Jezus…

Hij voelde een golf van pijn een liefde naar de oppervlakte van zijn wezen komen, komende van een plaats die hij nooit in zijn zichzelf gevonden had.
De kern van zijn wezen.
Jezus… mijn Jezus…

Deze naam spreken was een vrijheid binnengaan, een nieuwe wereld, ook al had zijn mond deze naam zo vaak eerder geuit; het was zonder vrijheid die zijn hart binnenkwam, werkelijke vrijheid die zijn hart binnenkwam.

Zijn ogen staarde ondertussen nog steeds naar de crucifix; vastgehouden door het door mensenhanden gemaakte beeld van de Zoon van God.

Zijn mond sprak nog de ene naam;… Jezus.

Hij kon niet het niet geloven, maar hij zag het; een traan, nog een traan, een stroom van tranen vloeide uit de ogen van de gekruisigde man, een stroom van pijn, liefde en genade.

Met aarzeling en vrees wandelde de oude priester dichter naar de crucifix, stap voor stap. Ongekend verlangen maakte zijn oude hart weer jong.

Hij stopte, recht onder de crucifix, hoofd omhoog naar de man van Nazereth.

De tranenstroom bereikte de voeten van de man boven hem en vielen, vielen neer op het hoofd van de priester.
Tranen die hem zalfde.

Stilte groeide dikker, bereikte een ongekende zwaarte.
De wereld draaide, spinde in het rond als een wervelstorm van tijd…

De kerk stapte opzij, de muren vernederen zichzelf.

De priester zag de omgeving veranderen, zo snel, het voelde als vallen door de tijd.

Hij was op een heuvel, met de geur van bloed, zweet en haat in de lucht, dik als een donderwolk.

Mensen schreeuwde, gilde, vuisten in de lucht… hij zag het, hoorde het niet, voor hem geen geluid, stilte.

Voor hem drie mannen, drie palen van veroordeling, twee als een silhouet, schaduw, één droeg de koning van de Joden, de koning van het universum… Jezus.

Kapotgeslagen, gemarteld, naakt, nauwelijks menselijk, stuk bloedend vlees die eens een man was. Hij wist het, ook al probeerde zijn ogen hem te vertellen het niet te geloven, de stem van de waarheid was sterker, schreeuwde harder.

De priester wilde schreeuwen, huilen, gillen, met moeder Maria en Johannes, hij niet, niet hij…

Woorden ontsnapte zijn hart, niet zijn mond, verdriet, keel dik van tranen blokkeerde de woorden die aan zijn hart ontsnapt waren.

Hoe lang was hij op die heuvel geweest voor hij zichzelf terugvond op de tegels van de kerkvloer, knielend, huilend biddend?

Was het na vijf, tien seconden?

Niet meer, misschien minder…

Het was genoeg, meer dan genoeg; het was eigenlijk al te veel om te kunnen verwerken….


De crucifix huilde niet meer, zou niet meer huilen, was weer wat het was een indrukwekkende maar dode afbeelding van hem die leeft.
There is no goal or specific place you'll end up on this earth - our joy and purpose is in the journey.

Pelgrim-Marc

  • Berichten: 31
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #6 Gepost op: maart 17, 2009, 02:50:14 pm »
Deel 3:

Avondwandeling.


Het was avond, de dominee maakt de zoveelste wandeling met zijn hond langs de rivier, op weg naar de bank waar hij even zitten kan.
Waar zijn hond even rennen kan.
Hij voelt vermoeidheid zijn wezen doorstromen als een koude tocht in een slecht gesloten huis.

Twee diensten op één zondag werden hem, nu hij de vijftig gepasseerd was, eigenlijk wat veel.
Waarom eigenlijk?
Het was niet zijn leeftijd wat hem in de weg zat.
Hij was blijven studeren, had theologie steeds vaster, in vele vormen omhelsd.
Ja, hij was een bekeerling een ware volgeling van theologie in vele vormen en gedaanten.

Trots was hij, en terecht, hij was één van de weinige die ondanks zijn grote kennis dit kon vertalen in het voor de mensen beneden zijn eeuwenoude preekstoel begrijpbare.
Hij die daar zondag na zondag stond, gehuld in zwarte toga, als één van de raven die brood naar de man in de woestijn brachten, zo bracht hij brood naar het volk dat naar hem opkeek.

Magnetisch was zijn stem, met ingestudeerde warmte, warme bariton.
Hij vulde ruimte, vulde de kerk.
Woorden rustig uitgesproken om echo ook een kans te gunnen, als onderstreping van zijn vele ontdekkingen gedaan in deze ongebreidelde Joodse fantasie, hij kon fantasie als werkelijkheid brengen.
Want dat was de wens der onwetenden, geloof dat het werkelijkheid was wat hij vertelde, geloof in iets wat hoger was dan zijzelf konden zijn om de angst van het bestaan een doel te geven.
Langzaam verpakt in rijke woorden, klanken, die niet voor ieder weg gelegd waren, had hij gelukkig de afgelopen jaren iets van zijn vragen, zijn twijfel in zijn preken kunnen verwoorden.
Met de voor hem belangrijke antwoorden, opgedaan door theologische studie van jaren.

Wie was God?
Niet meer dan een anker bedacht door de menselijke geest, totem tot afweren van het kwade, wat er als tegenwicht bij bedacht was. Vicieuze cirkel van zichzelf in stand houdende godsdienst. Overal ter wereld kwam het voor in cultuur eigen vormen.


Was Jezus wel meer dan een wijze man van een paar duizend jaar geleden?
Nee, niet meer dan dat, het was zelfs de vraag of hij echt bestaan had, in ieder geval was hij een bevestiging van de vicieuze cirkel en een toegift aan de zwakke mens die het niet zelf redde, zich wilde verschuilen achter een redder, Messias.

Dergelijke zwakheid kan alleen maar op zijn afkeer rekenen, hij was trots op zijn vermogen tot zelfverwezenlijking en behoud.

Hij had voldoende woorden ter beschikking om vraag en antwoord tot uiting te brengen zonder dat de boodschap ontvangen konden worden door de meerderheid beneden hem.
Zij luisterden wel om de te moeilijke woorden heen, kregen het verhaal, kregen de bevestiging die zij nodig hadden.

Rustig wandelde hij verder, probeerde het enthousiasme vande hond te negeren.
Geen zin, geen fut om er iets tegen in te brengen, moe.

Bij de bank aangekomen ziet hij al iemand op het hoekje zitten, iemand die de horizon als zijn blikveld gekozen heeft.

Dominee aarzelt, zal hij maar doorlopen, een gesprek vermijden?
Hij heeft geen zin in praten, op deze plek kom je niet onder het onderhoud uit, als je met een ander een bankje gaat delen.
De vermoeidheid waait als een nieuwe vlaag tocht door hem heen, vermoeidheid is sterker dan hijzelf.

Hij nadert het bankje de man op het bankje draait het hoofd van horizon naar dominee; trekt zijn aandacht.
Goedenavond, beste man, kom er bij, je ziet er moe uit, rust wat.
Met deze vriendelijke woorden van zorg heet de man op het bankje dominee welkom, hij werd verwacht.

Dominee kijkt; nee, zeker zijn type niet.
Oudere man, alternatiever dan vele, oud en jong in één persoon verenigt, samengebald tot uitstralend energieveld.
Schouder lang haar, niet stijl; slagen, kort geschoren baard met op de kin een eigenwijs sikje,  blijkbaar aan het maaiveld van het scheerapparaat ontsnapt.
Haar en baard zilverwit.
Op zijn hoofd een hoed met een kleurige band erom die nonchalant neerhangt op de rechter schouder.
Halflange donkerbruine jas; lijkt wel leer.
Aan de handen vingerloze handschoenen om de kou van een vroeg invallende winter het hoofd te bieden, om de hals een sjaal in geel, helder als de zon die wolken tart.
Dennengroene ribbroek komt onder de jas uit om te verdwijnen in geitenwollen sokken, voeten gestoken in hoge, stevige, wandelschoenen.

Dominee denkt dat zijn observatie van kritiek, zoeken naar het juiste hokje voor de man onopgemerkt gebleven is.
Hij is niet lang genoeg stil blijven staan bij ogen, mond, gezicht.
Heeft de twinkeling van vreugde uit pijn geboren, mystieke glimlach op tijdloze mond, niet waar kunnen nemen.
Mist hetgeen meer verteld dan verpakking, verpakking bedelend om aandacht.

Het is deze tijdloze man zeker niet ontgaan… het heeft hem geraakt, als een pijl door zijn hart geschoten.
Hij reageert niet op de pijn, is bekend met deze pijn, vele pijnen.
Hij kijkt met ogen vol niet gestelde vragen naar dominee naast hem.

Besef van de vragen bereiken de dominee, niet als vraag, daarvoor zijn de muren rond zijn hart te dik, te hoog opgetrokken, een echo bereikt hem nog, uitnodiging tot gesprek.
Dominee voelt het, weet.
Gedachte dringt zich aan hem op; om met deze man een gesprek te kunnen voeren moet ik een stevig beroep doen op mijn professionaliteit, psychologie, gesprekstechnieken.

Dominee kucht eens, steekt van wal, onschuld, geveinsde onschuld:
“U ook een goede avond, ik heb u niet eerder ontmoet, al kom ik hier vaak, bent u toerist, op bezoek soms?”

Tijdloze man, antwoord, een antwoord wat alles zegt maar alles verzwijgt voor wie niet meer horen wil:
“Ik kom hier niet vaak, omdat ik hier meestal ben, ik ben geen toerist, wel op reis, niet op bezoek maar op zoek.”
Hij kijkt de dominee niet aan, zijn ogen volgen dominee zijn hond, rennend langs het water.

Dominee denkt even na, terwijl hij, zoals het hoort, bevestigend knikt.
Wat moet je met een dergelijk antwoord?
Is deze man, een “patiënt”is zijn bovenkamer als een stoffige zolder, waar al jaren niet de bezem doorgehaald is?
Ach nee, hij snapt het al deze man is artiest, kunstenaar, dichter of schilder.
Moet zeker even laten zien hoe bedreven hij wel is in het leven van de kunst.

Dominee pakt de draad weer op, zonder vermoeden waar deze aan vast geknoopt zal zijn:
“Mag ik vragen bent u kunstenaar, dichter, schilder misschien, ik zag u zo staren naar de horizon, hoor ritme in de woorden die u spreekt. “

Tijdloze man, antwoord niet direct, kijkt, lijkt even ergens heen te gaan, zonder op te staan.
Dan antwoord hij, bedachtzaam, niet zoekend naar woorden, wel ze zorgvuldig kiezend:
“Kun jij het verstaan als ik tot je spreek? Kun jij weten wat ik bedoel als ik je vertel? Kun jij ontvangen wat verpakt in woorden aan je gegeven word, of blijf je stil staan bij de woorden die niet meer dan verpakking zijn van het wezen van de dingen?”

Dominee, staart met de blik van het intellect, wat veel wegheeft van het gezicht van een onnozele, naar zijn hond, blij met de met hem mee gewandelde afleiding.

Hij denkt na over de woorden van deze tijdloze man, deze man die liever spreekt in raadselen dan feiten. Zijn het niet de feiten waar het om gaat?
Ik wil u niet beledigen antwoord hij tenslotte, maar ik denk dat ik versta, zoals ik vele dingen versta.
Ziet u ik ben theoloog, houd me bezig met de studie van het ongrijpbare wat eigenlijk goed verklaarbaar is.
Zo die zat, had hij mooi de spreekwijze van deze tijdloze man overgenomen, nu zou hij wel zijn kennis aanvaarden, hem niet meer overstijgen.
Hij was benieuwd wat de man naast hem nu zou willen antwoorden, nog zou kunnen antwoorden.

Tijdloze man, kijkt peinzend vooruit, zijn ogen koesteren, water, land en lucht, dieren en planten.
Stilte valt om hun heen, voor tijdloze man als een warme bekende, bedekkende deken, voor dominee als een dwangbuis, beknellende gevangenis die zijn onzekerheid uit hem perst.

Langzaam begint tijdloze man te spreken:
“Je zou mij inderdaad kunstenaar kunnen noemen, hij die scheppend bezig is.
Al heb ik geen penselen gebruikt om dode werken te maken.
Mijn instrumenten waren woorden, woorden die mijn mond verlieten, over water zweefde, deze woorden maakte levende wezens, geen dode werken.
Toch ben ik eens in het begin van dit patroon afgeweken mijn meesterwerk zou niet uit woorden geboren worden; zou geboren worden uit mijn handen die wroette in bloedrode klei, die kneden en vormde tot ik mezelf er in terug kon zien.
Mijn adem maakte het werk af.”

Stilte werd zwaarder, de deken warmer, de zelfgekozen dwangbuis strakker aangesnoerd.

Dominee probeerde met de hese stem van de theologie de waarheid te overstemmen die hij als nevel zag opkomen uit de woorden van tijdloze man.
Uiteindelijk stelt hij een vraag, die niet ingaat op de waarheid, maar wel haar bevestiging zoekt:
“Word u werk gewaardeerd, krijgt u erkenning voor u kunstvorm?”

Snel zoeken zijn ogen weer de hond in de verte, fluit hij hem even dichter bij, probeert stilte even een halt toe te roepen.

Tijdloze man, krijgt een verdrietige trek om zijn mond, blijdschap blijft wel, is niet te verdrijven.  Na een zucht, die van verre oorden lijkt op te stijgen als waarschuwing van naderende storm antwoord hij, zijn antwoord houdt een zelfde waarschuwing in zich geborgen:
“Nee, het wordt al lang niet meer gewaardeerd, de wezens van klei hebben de belofte verbroken, zijn de weg van de ander op gegaan. Ik kon ze niet loslaten, heb dat ook niet gedaan. Uiteindelijk stuurde ik mijn zoon die het probleem zou oplossen tot het niveau van de hoogste prijs; de dood tot leven. Hij verhief het leven en zijn leven tot kunst, was verhalen verteller, in zekere zin dichter, ook hij schept met woorden, al is zijn specialiteit het restaureren van de geboetseerden die ik gemaakt heb “

Na deze woorden slikte tijdloze man even een onzichtbare traan weg.


Hij gaat verder:
“Hij heeft daardoor de poort naar de weg weer geopend voor wie wil zien.
Vandaag zijn er ook nog vele zaken die mensen hun ogen wegtrekken van deze poort, deze weg. “

Maar goed je vroeg voornamelijk naar waardering, en erkenning kwam hij terug op de vraag van dominee.
“Nou zie je, ik heb veel last van kunstcritici, nu zou dat nog te begrijpen zijn als ze een andere kunststroom vertegenwoordigen. Helaas is dit niet het geval, het meeste heb ik te lijden onder kunstkritiek van critici die zeggen mijn kunststroom te vertegenwoordigen. Zij hebben vragen bij werkelijk alles wat mijn zoon en ik doen. Zij trekken de echtheid van het werk in twijfel, ontkennen dat ik het gemaakt heb, ontkennen soms zelfs dat het überhaupt door iemand gemaakt is. Ze bekritiseren werkelijk alles met hun redeneringen kapot. Dit doet pijn, dit doet ons veel pijn.”

Dominee, heeft gehoord, maar wil niet horen, nog niet, het zaad mocht in zijn hart gepland worden, ontkiemen blijft nog een moment in hoop verpakt.

Hij wendt zich naar de man naast hem, spreekt hem toe:
“Bedankt voor deze boeiende conversatie, ik zal het meenemen, maar moet nu helaas gaan, het is al laat.”

Hij fluit, rammelt met de riem, kom we gaan naar huis…
There is no goal or specific place you'll end up on this earth - our joy and purpose is in the journey.

Pelgrim-Marc

  • Berichten: 31
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #7 Gepost op: maart 17, 2009, 04:02:26 pm »
Ongehuwd samenwonen officieel zonde

“De kerkenraad mag wel de tucht toepassen als dat nodig is.
Wanneer een stel samenwoont, mogen zij afgehouden worden van het avondmaal.”


Iets zichtbaars bestempelen als zonde, zoals in dit geval samenwonen, is eenvoudig en kan makkelijk leiden tot uitsluiting en veroordeling.

Maar is dit terecht? Zegt niet God dat een ieder heeft gezondigd? Dat wij allen de kruisdood van Jezus nodig hebben om weer in een liefdevolle relatie met God de Vader te komen?
Wat doen we dan met ongeziene zonde? De oudste die iets te creatief zijn belasting papieren invult, de leugens die mensen zo makkelijk vertellen, de vrouwen (mannen) die roddelend aan de koffie tafel gaan? De tiener die ongezien experimenteert met drugs en vrije sex, het alcohol misbruik van gemeente leden, en zo kun je de lijst eindeloos lang maken.

Kijken we zo dan kan niemand van ons ooit door zijn gedrag en leven aan het avondmaal verschijnen.
Niemand van ons is door onze eigen daden, lidmaatschap van een kerk, of wat dan ook geschikt om te naderen tot God.
Maar gelukkig werkt het zo niet!

Door genade, een cadeau dat we niet verdienen, niet kunnen verdienen, mogen we als we met ons hart geloven en met onze mond belijden dat Jezus Heer is vrij naderen tot God.

Veel dichterbij dan religie, wetten en regels toestaan.

Wat zegt dit over het avondmaal?

Het avondmaal is een ontmoeting met de gekruisigde en opgestane Heer.
Centraal staat hierin dat we ons zelf toetsen, niet de kerk, niet de organisatie maar wij ons zelf.

Als iemand daar op gebaseerd besluit deel te nemen aan het avondmaal mag dit nooit tot uitsluiting leiden.

Wel weten we dat God kijkt naar ons leven en of daarin bewust afgoden dienst is.
Kijkend naar ons westers christendom zien we dat eigenlijk alle kerken in het christelijk spectrum aan afgodendienst doen. Alle hebben ze door hun leerstellingen, theologie en kerkelijke vormen een gesneden beeld gemaakt van de Ontzagwekkende, Ongeziene, Aanwezige God.
Die niet in beelden en vormen te vangen is.

Verder is ons omgaan met de naasten van belang, in de tijd dat het avondmaal nog een maaltijd was, konden nog de apostelen nog God zelf er tegen als de één zich volpropte en de ander honger en armoede leed.

Kijkend naar ons westerse levensstijl is dit een punt wat we zeker mee mogen nemen in een nieuw jasje. Leven we voor ons zelf of dragen we verantwoording voor de schepping, en onze nabije en verdere naaste?

Kijkend naar de gastvrije houding van Jezus naar hoeren en tollenaars en zondaars en sociale outcast mogen wij niemand uitsluiten van deelname aan het avondmaal.
We kunnen alleen uitleggen dat het avondmaal een ontmoeting is met de gekruisigde en opgestane Heer. En dat wij nadenken of wij hem willen ontmoeten, van uit de wetenschap dat we door genade hem mogen ontmoeten.
Geeft dan iedereen tijd om na te denken of en hoe ze Jezus willen ontmoeten, kerkleden, vaste bezoekers, gasten ieder die aanwezig is.

En sta vervolgens niemand in de weg om Jezus te ontmoeten wetende dat hij door zijn Geest meer dan machte is mensen te veranderen en onderwijzen en in de volle waarheid te leiden.

Marc Pranger

www.touch-of-faith.injesus.com
There is no goal or specific place you'll end up on this earth - our joy and purpose is in the journey.

Thorgrem

  • Berichten: 3000
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #8 Gepost op: maart 17, 2009, 05:01:20 pm »
Mag ik vragen waar je deze pulp vandaan haalt? Het is me duidelijk dat de schrijver totaal geen kennis van het christendom heeft. Hij/zij kan beter kennis nemen van de blijde boodschap.

grondig christelijk

  • Berichten: 3071
  • Wat was, Dat is, Zal zijn
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #9 Gepost op: maart 17, 2009, 05:05:24 pm »

quote:

Pelgrim-Marc schreef op 17 maart 2009 om 16:02:
Kijkend naar de gastvrije houding van Jezus naar hoeren en tollenaars en zondaars en sociale outcast mogen wij niemand uitsluiten van deelname aan het avondmaal.

We kunnen alleen uitleggen dat het avondmaal een ontmoeting is met de gekruisigde en opgestane Heer. En dat wij nadenken of wij hem willen ontmoeten, van uit de wetenschap dat we door genade hem mogen ontmoeten.
Geeft dan iedereen tijd om na te denken of en hoe ze Jezus willen ontmoeten, kerkleden, vaste bezoekers, gasten ieder die aanwezig is.

En sta vervolgens niemand in de weg om Jezus te ontmoeten wetende dat hij door zijn Geest meer dan machte is mensen te veranderen en onderwijzen en in de volle waarheid te leiden.

Marc Pranger

www.touch-of-faith.injesus.com


Waar staat dat hoeren en tollenaars aanlagen bij het avondmaal?
Is er niet meer te vertellen over het avondmaal dan je hier poneert?
Genade is een gave van God, maar ik vind wel dat je er heel makkelijk mee omgaat. Zoals je het beschrijft zou die persoon en nog geen snars van begrepen hebben denk ik.
De verandering begint bij bekering, niet bij het avondmaal. Bekering is een ernstige zaak, dat besluit je niet even in tien minuten stilte voor een avondmaal.
Zoals je het verwoord zie ik inderdaad weining diepgang en ligt de essentie en heiligheid van het gellof wat mij betreft op de rommelmarkt.
Maar wellicht dat je het niet zo bedoelt, ik hoor dan wel weer van je...
« Laatst bewerkt op: maart 17, 2009, 05:06:02 pm door grondig christelijk »

grondig christelijk

  • Berichten: 3071
  • Wat was, Dat is, Zal zijn
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #10 Gepost op: maart 17, 2009, 05:12:35 pm »

quote:

Thorgrem schreef op 17 maart 2009 om 17:01:
Mag ik vragen waar je deze pulp vandaan haalt? Het is me duidelijk dat de schrijver totaal geen kennis van het christendom heeft. Hij/zij kan beter kennis nemen van de blijde boodschap.
Ik heb de bijdragen even snel met de ogen gescand en kan me niet aan de indruk onttrekken dat de heiden, de voorganger, de priester en de dominee een keekie krijgen. Als je het over communicatie hebt of verborgen evangelisatie lijkt me dit toch echt een heel verkeerde manier. Misschien een paar lesjes evangelistiek?
« Laatst bewerkt op: maart 17, 2009, 05:16:44 pm door grondig christelijk »

Thorgrem

  • Berichten: 3000
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #11 Gepost op: maart 17, 2009, 05:14:24 pm »

quote:

grondig christelijk schreef op 17 maart 2009 om 17:12:
[...]


Ik heb de bijdragen even snel met de ogen gescand en kan me niet aan de indruk onttrekken dat de heiden, de priester en de dominee een keekie krijgen.
Wat is een "keekie"?

grondig christelijk

  • Berichten: 3071
  • Wat was, Dat is, Zal zijn
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #12 Gepost op: maart 17, 2009, 05:15:11 pm »

quote:

Een schop onderuit

Pelgrim-Marc

  • Berichten: 31
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #13 Gepost op: maart 17, 2009, 06:05:40 pm »

quote:

Thorgrem schreef op 17 maart 2009 om 16:21:
[...]

Ik vind het wel typerend eigenlijk. :) Ik zit nu al op het puntje van mijn stoel op antwoorden te wachten.  :ja:

Maar wat me telkens opvalt is de 'diepgang' (en onderbouwing) in dit soort bijdragen. Een beetje new age met een christelijk jasje. Feel good geloof wat vooral geen echte consequenties mag hebben.

Graag zou ik overigens van Pelgrim-Marc zelf willen vernemen bij welke denominatie/gemeente hij aangesloten is.


Ik vind jullie reacties eigenlijk wel komisch :-) of het iets uitmaakt bij welke denominatie ik wel of niet hoor en dat ik gelijk maar in het evangelische kerkelijk hokje gepropt wordt... grappig. De hoeren en de tollenaars waren welkom bij Jezus om een nieuwe start te maken... zijn onze kerken en hokjes ook zo open?

Nog lachwekkender vind ik de link met new-age... maar ach een nieuwe tijd een nieuw geluid en nog altijd blijken Jezus volgen en religie verhipt lastig samen te gaan.

Theologie en geloven als ademhaling nog minder blijkbaar.

Maar dat wil niet zeggen dat ik iets tegen jullie heb, welnee... maar verbazing is er wel..... toch wel handig dat ik het verhaaltje reiziger ook hier onde weblog heb staan... reacties op dit forum onderschrijven dit verhaal met een verbazingwekkende kracht....
Kom op wees een beter aardiger voor je medegelovige ipv iemand aan te vallen.
De waarheid kent toch niemand van ons... daarom nog een korte gedachte als afsluiting... enne hopelijk voelen jullie deze keer niet zo aangevalllen.

Niemand weet de weg naar alle antwoorden.
Geen kerk heeft de volle waarheid
We hebben allemaal een eiland van kennis, onze grenzen en beperkingen.
Rijke erfenis, of frisse openbaring.
Oud en nieuw, roestig of stralend
Een stuk hier, een beetje daar.
Gebroken in kerken en denominaties.
Samengebracht in huizen, gebouwen en locaties.
Is ons eiland van geloof ons leven?
Is ons deel van de waarheid onze veilige plek?
Of is Jezus nog steeds de deur, de deur om de wereld van onze mede broeders en zusters in Christus binnen te gaan.
Jezus, de deur, het kruis een brug die de kleine eilanden van gebroken waarheid kan verbinden.
Is de manier waarop je geloofs - buur geloofd een belediging of gewoon een andere kant van de diamant van Gods waarheid?
Ik geloof nog steeds in eenheid, naïef, dom, maar ik blijf dromen.
« Laatst bewerkt op: maart 17, 2009, 06:07:18 pm door Pelgrim-Marc »
There is no goal or specific place you'll end up on this earth - our joy and purpose is in the journey.

Pelgrim-Marc

  • Berichten: 31
    • Bekijk profiel
Verhalen voor onderweg
« Reactie #14 Gepost op: maart 17, 2009, 06:13:55 pm »
Sorry beste mensen maar blijer dan dit kan de Boodschap niet worden... de voorganger ontdekt dat God groter is dan hem... de dominee vind God waar hij niet in geloofd en de priester vind weer zin en doel in zijn geloven in de gekruisigde Heer...

Ennen super bedankt voor het mega, super compliment dat ik geen kennis van het christendom heb... gelukkig wel van Jezus de Christus mijn redder, heer, vriend, maatje en zo veel meer, mijn sleutel naar ware genade en als toetje ook nog de hemel.
Nou, gelukkig mens ben je dan als je Jezus kent...
« Laatst bewerkt op: maart 17, 2009, 06:14:21 pm door Pelgrim-Marc »
There is no goal or specific place you'll end up on this earth - our joy and purpose is in the journey.