Auteur Topic: God en Jezus gelijk aan elkaar?  (gelezen 3108 keer)

Nunc

  • Berichten: 5825
  • En terstond kraaide een haan.
    • Bekijk profiel
God en Jezus gelijk aan elkaar?
« Reactie #15 Gepost op: mei 05, 2010, 01:58:53 pm »
Hoi Rugby, ik zag dat je m'n 14 punten gelezen had (en hopelijk ook de rest van de discussie daarna, of in ieder geval datgene wat over die punten ging? Dan heb je ook de tegenargumenten en de weerleggingen daarvan op een rijtje).

Ik wil er nog wel een paar meer op een rij zetten, en ook iets meer zeggen over waarom dan een 'drie-eenheid'.


In de naam van JHWH/in Jezus' naam
Als je kijkt wat Jezus zegt over vervolgingen, zie je dat dat een echo is van wat JHWH zegt:
21 De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden, en vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen, en kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen laten terechtstellen. 22 Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam; maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered. (Matteus 10, idem Mat.24:9, Mar.13:13)

5 Hoort het woord van JHWH, gij die voor zijn woord beeft: Uw broeders die u haten, die u verstoten om mijns naams wil (Jesaja 66:5)


vermoeiden
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; (Mat.11:28)
want Ik verkwik de vermoeide ziel, elke versmachtende ziel verzadig Ik. (Jer. 31:25)
Jezus neemt de plek in van JHWH, voor de opvang van 'vermoeiden'.


Filippenzen 2 nader bekeken
5 Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, 6 die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, 7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. 8 En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. 9 Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, 10 opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, 11 en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader! (Fil.2)

Nu is er enige onenigheid over de vertaling van vers 6. Er zijn vertalingen (en ik ben geen expert in koine-grieks dus ik kan niet zeggen of ze plausibel zijn of niet) die stellen dat vers 6 iets heel anders betekent, namelijk dat Christus nooit God (of aan God gelijk) heeft willen zijn. De vraag is, of dat in de context past. Want een zin kan wel een bepaalde vertaling als mogelijkheid hebben, maar als het qua context nergens op slaat, dan is het geen goede vertaling. Als de teksten eromheen een heel ander geluid laten horen dan een mogelijke vertaling, dan is een andere vertaling misschien beter. Dus wat staat er verder in Fil.2?

- Jezus heeft de 'naam boven alle naam' gekregen. Dat is opvallend, want er kan maar één allerhoogste naam zijn (of meerdere die even hoog zijn, uiteraard, maar niet meerdere allerhoogste namen van 'ongelijke hoogte'). Zoals ik al in de 14 punten opmerkte, staat in ps. 148 dat JHWH's naam alleen verheven is. Dat is m.i. al genoeg om te concluderen dat het niet zomaar een hoge naam is die Christus kreeg.

- maar er staat meer:
opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader! (Fil.2:10-11)

Dit is een verwijzing van Paulus naar Jesaja 45:
22 Wendt u tot Mij en laat u verlossen, alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer. 23 Want Ik heb gezworen bij Mij zelf, waarheid is uit mijn mond uitgegaan, een woord dat niet zal worden herroepen: dat voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong zal zweren. (Jes. 45:22-23)

God zelf zegt hier dat iedereen bij Hem zal zweren en de knie zal buigen. Paulus past dit op Jezus toe. Jezus krijgt deze (volgens JHWH zelf nogal exclusieve) status.

Al met al gaat het in Fil.2 duidelijk om Jezus die hoog was, tot mens verlaagd werd, en daarna ultiem verhoogd wordt (Gods naam, vers 9, Gods status, vers 10-11). Als we dan twee opties hebben om te kiezen voor de vertaling van 6, dan is de vertaling die stelt dat Jezus niet krampachtig (als een 'roof') vasthield aan zijn aan-God-gelijk-zijn status, de meest passende.


Jezus, ontvang mijn geest
En de getuigen legden hun mantels af aan de voeten van een jonge man, Saulus genaamd. 59 En zij stenigden Stefanus, die de Here aanriep, zeggende: Here Jezus, ontvang mijn geest. 60 En op de knieën vallende, riep hij met luider stem: Here, reken hun deze zonde niet toe! En met deze woorden ontsliep hij. En Saulus stemde in met zijn terechtstelling. (Handelingen 7)

6 In uw hand beveel ik mijn geest;
Gij verlost mij, JHWH, getrouwe God.
(psalm 31)

Stefanus vertrouwt als hij gestenigd wordt, Jezus zijn geest toe. Een echo van Ps.31 waar de dichter dit nog over JHWH zegt. Stefanus citeert ps. 31 en vervangt JHWH door Jezus.


koning der koningen, here der heren
11 Gij daarentegen, o mens Gods, ontvlucht deze dingen, doch jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid. 12 Strijd de goede strijd des geloofs, grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt en de goede belijdenis afgelegd hebt voor vele getuigen. 13 Ik beveel voor God, die alle leven wekt, en voor Christus Jezus, die de goede belijdenis voor Pontius Pilatus betuigd heeft, 14 dat gij dit gebod onbevlekt en onberispelijk handhaaft tot de verschijning van onze Here Jezus Christus, 15 welke te zijner tijd de zalige en enige Heerser zal doen aanschouwen, de Koning der koningen en de Here der Heren, 16 die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont, die geen der mensen gezien heeft of zien kan. Hem zij eer en eeuwige kracht! Amen. (1 Tim.6)

maar:
14 Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen – want Hij is de Here der heren en de Koning der koningen – en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen. (Opb.17, idem Opb.19:16)

overigens wordt JHWH in Deut.10:17 'God der goden en JHWH der heren' genoemd. Aangezien JHWH in het NT altijd door 'kurios' ('here') vervangen wordt, is duidelijk waar 'here der heren' vandaan komt.


Wie geeft profeten en herders?
7 Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt. 8 Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen. 9 Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten? 10 Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen. 11 En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars

Maar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen. 8 Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest; 9 aan de een geloof door dezelfde Geest en aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest; 10 aan de een werking van krachten, aan de ander profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen. 11 Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil.
(..)
28 En God heeft sommigen aangesteld in de gemeente, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, verder krachten, daarna gaven van genezing, (bekwaamheid) om te helpen, om te besturen, en verscheidenheid van tongen.
(1 Kor.12)

God, Jezus en de Geest zenden alledrie profeten. Zijn er dan sommige profeten van God en anderen van Jezus of de Geest? Of gaat het om dezelfde profeten? Dat laatste, lijkt me.


Van wie is de gemeente de bruid?
1 Och, verdroegt gij een weinig onverstand van mij! Maar dat doet gij ook. 2 Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen. (2 Kor.11)

maar leest Hosea (of andere profeten): daar is Israel de bruid van JHWH.


Gods Geest is Christus' Geest
9 Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe. (Rom.8)

11 terwijl zij naspeurden, op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna. (1 Petr.1)

19 Want ik weet, dat dit mij tot behoud zal strekken door uw gebed en de bijstand des Geestes van Jezus Christus (Fil.1:19)

Toen ze bij de grens van Mysië kwamen, wilden ze doorreizen naar Bitynië, maar dat stond de Geest van Jezus hun niet toe. (Hand.16)


Gods/Christus' rechterstoel
10 Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan, 11 want er staat geschreven: ‘Zo waar ik leef – zegt de Heer –, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.’ 12 Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden. (Rom.14)

9 Daarom ook stellen wij er een eer in te doen wat God wil, zowel in dit bestaan als in ons bestaan bij hem. 10 Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, of het nu goed is of slecht. (2 Kor.5)

Hier past ook één van de al genoemde punten bij. Jacobus heeft het over één Rechter maar in Jac.4 is dat JHWH en in Jac.5 is dat Jezus.

Let er ook op, dat Paulus hier het elke-knie-buigen en met de tong loven op God betrekt, en in Fil.2:10-11 juist op Jezus.


Gods hand, Jezus' hand
27 Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, 28 en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven. 29 Wat mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand mijns Vaders. 30 Ik en de Vader zijn één. (Joh.10)

11 Ik, Ik ben de HERE, en buiten Mij is er geen Verlosser. 12 Ik heb verkondigd, verlost en doen horen, en ben geen vreemde onder u; gij toch zijt mijn getuigen, luidt het woord des HEREN, en Ik ben God. 13 Ook voortaan ben Ik dezelfde en niemand redt uit mijn hand. Ik werk, en wie zal het keren? (Jes.43)

39 Ziet nu, dat Ik, Ik het ben,
daar is geen God, behalve Mij.
Ik dood en doe herleven,
Ik verbrijzel en Ik genees,
en niemand is er die redt uit mijn macht.
(Deut.32)

Jezus past wat over JHWH gezegd wordt, óók op Zichzelf toe. Niemand kan uit Jezus' hand roven, terwijl JHWH dat als een exclusieve uitspraak gebruikt om Zichzelf te identificeren.


Waarom een drie-eenheid?
De drie-eenheid is een soort verlegenheidsoplossing. Aan de ene kant hebben we de feiten die erop wijzen dat God één is, en aan de andere kant dat Jezus op e.o.a. manier ook gewoon God is, de naam JHWH draagt, Gods status heeft, op Gods troon zit, Gods eer krijgt etc (allemaal in de 14 punten die ik eerder gaf). Die twee zijn kennelijk allebei waar (en er is ook zoiets te beargumenteren voor de Heilige Geest, maar minder duidelijk). Dus je zit met twee Personae die samen toch één God moeten zijn. Eigenlijk is 'drie-eenheid' dan ook niet meer dan een woord dat als samenvatting dient voor een hele reeks bijbelteksten (zoals die hierboven). Het bekt alleen wat makkelijker om 'drie-eenheid' te zeggen, dan om elke keer een dozijn teksten op te lepelen.