Met andere woorden, binnen de antroposofie is het zo dat:
1 Je jezelf kunt verlossen (van slechte karma), Christus is niet essentieel
2 De mens is van nature goed, het kwaad is een keuze
Die 2 dingen zijn idd oppositioneel aan 2 belangrijke christelijke noties
1 Geen verlossing (van zonden) zonder acceptatie van, en dankbaarheid voor het lijden, sterven, begraven worden, opstaan en ten hemel varing van Jezus Christus, zoon van God, ergens rond het jaar 30. Dit is essentieel voor het behoud van elke mens. Zonden kunnen niet gecompenseerd worden met goede daden, alleen God kan deze weg nemen om wille van zijn Zoon.
2 De mens is ooit goed geschapen, maar sinds de komst van de duivel in de wereld, met de zondeval, is geen enkel mens in staat tot een geheel goed leven. De mens is geneigd tot kwaad (is iig een gereformeerde notie, niet elke christen zal dit punt belijden). Het begrip 'erfzonde' heeft hiermee te maken: de mens ontkomt niet aan de gebreken van deze wereld, lijden en sterven hoort erbij en dat is al 'kwaad in Gods ogen'.
Is er een God in de antroposofie? Hoe verhoudt deze zich tot Christus? Je had het over 7 (?) grote voorbeelden, waarvan Christus er een is. Zijn deze voorbeelden vergelijkbaar, of steekt Christus daar boven uit?